Opbrengsten van vervoersgerelateerde belastingen, 2001-2024
In 2024 ontving de overheid bijna 9 miljard euro aan vervoersgerelateerde belastingen. Het gaat hierbij om de BPM (belasting op aanschaf van personenauto's en motorrijwielen), de motorrijtuigenbelasting, en vliegbelasting. Daarbij zijn er grote verschillen tussen bedrijven en huishoudens; de laatstgenoemden betaalden meer dan 70 procent van de vervoersgerelateerde belastingen.
Milieubelastingen en milieuheffingen
Milieubelastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid en zijn vooral gekoppeld aan het bezit en gebruik van auto’s of motoren en energieverbruik. Milieuheffingen dienen ter bekostiging van specifieke milieudoeleinden. Daarbij zijn afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolrechten de belangrijkste posten.
Huishoudens steeds zwaarder belast
In 2024 ontving de overheid 8,8 miljard euro aan vervoersgerelateerde belastingen. Het gaat hierbij om de BPM (belasting op aanschaf van personenauto's en motorrijwielen), de motorrijtuigenbelasting (MRB ofwel wegenbelasting), en de vliegbelasting. Accijns op brandstoffen voor transport (benzine en diesel) wordt geschaard onder de energiegerelateerde (ofwel uitstootgerelateerde) belastingen.
Huishoudens zijn in de loop der tijd steeds meer vervoersgerelateerde belasting gaan betalen vergeleken met het bedrijfsleven. In 2001 ging het nog om 3,4 miljard euro voor huishoudens en 2,3 miljard voor het bedrijfsleven. In 2024 is het aandeel van de huishoudens gestegen naar 72 procent, en betaalden zij 6,4 miljard euro. Het bedrijfsleven betaalde toen 2,4 miljard, niet heel veel meer dan in 2001. Een klein deel (minder dan 1 procent) van de vervoersgerelateerde belastingen werd afgedragen door niet-ingezetenen.
Bedrijven relatief veel BPM, huishoudens relatief veel MRB
Daarnaast is er verschil in aan welke belastingen het meest wordt uitgegeven door huishoudens en bedrijven. Beide sectoren betaalden vooral motorrijtuigenbelasting. Maar waar dit bij huishoudens 85 procent (5,4 miljard euro) van hun vervoersgelateerde belastingen uitmaakte, gaven bedrijven hier een stuk minder aan uit (54 procent, ofwel 1,3 miljard euro). De totale opbrengst van de MRB is blijven stijgen sinds 2001.
Bedrijven gaven daarentegen relatief veel uit aan de BPM bij aanschaf van vooral bedrijfsauto’s, ruim 870 miljoen euro in 2024. Huishoudens betaalden ruim 500 miljoen euro bij de aanschaf van personenauto’s. De BPM is wel voor beide sectoren afgenomen sinds 2020 vanwege een combinatie van factoren. Deze zijn onder meer de overgang naar elektrische voertuigen met fiscale voordelen, lagere aantallen verkopen door hogere aanschafprijzen, en meer keuze voor goedkopere en zuinigere auto’s.
De vliegbelasting werd in 2021 weer ingevoerd (toen nog geen 70 miljoen euro) en steeg sterk in 2024 naar 745 miljoen euro. Huishoudens betaalden bijna 2 keer zoveel vliegtaks (59 procent van het totaal) als bedrijven (32 procent). Niet-ingezetenen betaalden bijna 10 procent van de vliegbelasting in 2024.
Bronnen
- CBS (2025). StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen. CBS, Den Haag/Heerlen.
Relevante informatie
- Meer informatie over milieuheffingen en -belastingen is te vinden in de StatLine-tabel (CBS).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Milieubelastingen en -heffingen voor huishoudens
- Omschrijving
De totale betalingen (in euro) per huishouden aan milieubelastingen en -heffingen.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De toelichting bij de StatLine-tabel (CBS, 2025) bevat links naar de methodebeschrijving.
In 2024 en 2025 heeft er revisie plaatsgevonden van de uitkomsten uit de nationale rekeningen. Hiermee zijn ook de gegevens over milieubelastingen en -heffingen gereviseerd. De belangrijkste wijziging is dat de vermindering van energiebelasting is geregistreerd als inkomensoverdracht, en geen onderdeel meer is van de belastingen. Wel is dit item apart opgenomen in de Statline-tabel voor de milieubelastingen, omdat het uitgaat van daadwerkelijke betaalde (netto) bedragen. Er zijn gereviseerde gegevens beschikbaar vanaf 1995. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig.
Met de revisie is ook een nieuwe indeling in de Statline-tabel voor milieubelastingen en -heffingen geïntroduceerd. Deze indeling is conform de Eurostat-indeling van milieubelastingen en -heffingen, in de vier groepen Energie, Vervoer, Vervuiling en Grondstoffen.
De cijfers over deze belastingen en heffingen zijn gereviseerd en beschikbaar tot en met 2024. De gehanteerde waarden zijn gemeten in lopende prijzen, dat wil zeggen in prijzen van het betreffende jaar en waarvoor niet gecorrigeerd is voor prijsveranderingen.
- Basistabel
StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen (CBS, 2025).
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Indeling naar activiteiten volgend de Standaard Bedrijfsindeling 2008
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Opbrengst milieubelastingen 9 procent hoger (CBS, 2025)
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Opbrengsten van vervoersgerelateerde belastingen, 2001-2024 (indicator 3025, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.