Bijdrage van houtstook aan luchtverontreiniging, 1990-2024
Houtstook door consumenten was in 2024 verantwoordelijk voor 24% van de fijnstof (PM2,5) emissie in Nederland. De bijdrage van houtstook aan de jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM2,5) bedroeg in 2024 gemiddeld over Nederland ongeveer 5%. In 2024 was 64% van de kankerverwekkende stof benzo(a)pyreen uitgestoten door Nederlandse bronnen afkomstig van houtstook.
Houtstook in 2024 belangrijke bron van fijnstof en benzo(a)pyreen
Houtstook door consumenten is in Nederland een grote bron van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, zoals fijnstof (PM2,5 en PM10) en benzo(a)pyreen.
Houtstook door consumenten was in 2024 verantwoordelijk voor 24% van de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) uitstoot in Nederland (voor uitleg over fijnstof zie Fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) in lucht | Compendium voor de Leefomgeving). Bij houtstook door consumenten wordt onderscheid gemaakt naar houtstook door sfeerverwarming en buitenvuren (zoals vuurkorven). Houtstook voor sfeerverwarming was in 2024 verantwoordelijk voor 22% van de uitstoot van de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) door Nederlandse bronnen. Buitenvuren (zoals vuurkorven) droegen in 2024 voor 2% bij aan de PM2,5 uitstoot. De jaarlijkse berekening van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen als gevolg van houtstook door consumenten is onderdeel van de Emissieregistratie. De Emissieregistratie gebruikt hiervoor het TNO houtkachelmodel (zie technische toelichting voor een beschrijving van de methodiek).
Ook voor de uitstoot van grovere fijnstof (PM10) is houtstook door consumenten een belangrijke bron. In 2024 was de bijdrage ruim 14% van de totale PM10-uitstoot in Nederland. De bijdrage aan stikstofoxiden (NOx) is daarentegen beperkt: in 2024 minder dan 1%.
Houtstook door consumenten is tevens de belangrijkste bron van de uitstoot van de polycyclische aromatische koolwaterstof benzo(a)pyreen (BaP) in Nederland. Houtstook is verantwoordelijk voor 64% van totale BaP uitstoot in Nederland. PAK’s ontstaan bij onvolledige verbranding, bijvoorbeeld het stoken van hout in kachels en open haarden en bij het aanbranden van voedsel.
Uitstoot daalt maar relatieve bijdrage door houtstook neemt toe
De totale uitstoot van fijnstof (PM2,5) in Nederland is sinds 1990 sterk gedaald (zie figuur Trend en bronnen emissies PM2,5). De PM2,5 uitstoot als gevolg van houtstook door consumenten is afgenomen van 6,5 kton in 1990 naar 3,9 kton in 2024. De afname van de PM2,5 uitstoot door andere bronnen was in dezelfde periode echter veel groter. Hierdoor nam het procentuele aandeel van houtstook door consumenten in de totale uitstoot toe van 10% in 1990 tot ruim 24% in 2024 (bron: www.emissieregistratie.nl).
Ook voor PM10 geldt dat de uitstoot door houtstook door consumenten in de periode 1990-2024 in absolute zin is afgenomen (van 6,8 kton naar 4.1 kton), maar het procentuele aandeel is toegenomen van 8% in 1990 naar ruim 14% in 2024.
De totale BaP uitstoot in Nederland nam tussen 1990 en 2024 met bijna 75% af. Dat komt grotendeels door de afname in BaP uitstoot door de industrie tussen 1990 en 2000. In de periode 1990-2024 is de BaP uitstoot door houtstook met iets minder dan 20% afgenomen. Hierdoor is het aandeel van houtstook door consumenten aan de BaP uitstoot in Nederland tussen 1990 en 2024 toegenomen van 21% naar 64%.
Afname uitstoot door nieuwere kachels
De afname in de fijnstof (PM2,5 en PM10) en BaP uitstoot is grotendeels toe te wijzen aan de vernieuwing van het kachelpark. Open haarden en oude kachels zijn vervangen door nieuwere kachels. Nieuwe kachels stoten over het algemeen minder verontreinigende stoffen uit dan oude kachels en open haarden.
Sinds 2019 blijft de relatieve en absolute uitstoot van houtkachels en haarden ongeveer gelijk. Ook het totale verbruik van hout door huishoudens is de laatste jaren ongeveer constant (bron: CBS, 2025).
Bijdrage aan PM2,5 concentratie in de lucht
De gemiddelde bijdrage van houtstook door consumenten (sfeerverwarming en buitenvuren) in Nederland aan de jaargemiddelde PM2,5 concentratie in de lucht in Nederland was in 2024 ruim 5%. De concentratie is de hoeveelheid fijnstof per kubieke meter lucht. De concentratie fijnstof in de lucht wordt bepaald door een groot aantal bronnen. Dit zijn zowel bronnen in Nederland als bronnen in het buitenland. Nederlandse bronnen droegen gemiddeld in 2024 voor 31% bij aan de jaargemiddelde PM2,5 concentratie in de lucht in Nederland. De rest kwam van bronnen in het buitenland (42%), de Noordzee (5%), natuurlijke bronnen (18%) en ‘Overig’ (4%) (Herkomst fijnstof (PM10 en PM2,5) | Compendium voor de Leefomgeving).
Omdat houtstook in het buitenland ook bijdraagt aan de PM2,5 concentratie in Nederland is de totale bijdrage van houtstook door consumenten aan de jaargemiddelde PM2,5 concentratie in Nederland groter dan de bovengenoemde 5%. Op dit moment kan niet aangegeven worden hoe veel groter.
Bijdrage aan concentratie in de lucht varieert over het jaar
De bijdrage van houtstook aan de luchtverontreiniging varieert sterk over het jaar. Dit komt doordat ruim driekwart van de houtstook in het stookseizoen plaatsvindt. De avonduren en weekenddagen zijn de momenten waarop de kachel het vaakst wordt aangestoken (Teeuwisse en Hendricx, 2026). In de wintermaanden is de bijdrage groter dan in de zomermaanden. Onderzoeken laten zien dat op piekmomenten (zoals op avonden in de wintermaanden) de bijdrage van houtstook aan de PM2,5 concentratie in de lucht meer dan 30% kan bedragen (Kos en Weijers, 2010, Bronsveld et al., 2025 en Teeuwisse en Hendricx, 2026).
Invloed houtrook op gezondheid en geurhinder
In de rook die bij verbranding van hout in een houtkachel, open haard of vuurkorf vrijkomt, zitten stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Naast de hierboven genoemde stoffen als fijnstof (inclusief roet) en benzo(a)pyreen gaat het om koolmonoxide en vluchtige organische stoffen (VOS). In welke mate houtrook effect heeft op de gezondheid, hangt af van de samenstelling van de rook, de duur en intensiteit van de blootstelling en de persoonlijke gezondheidssituatie. Mensen kunnen zowel in huis als daarbuiten met houtrook in aanraking komen en overlast ervaren.
Blootstelling aan fijnstof kan leiden tot gezondheidsklachten. Langdurige blootstelling aan fijnstof kan vroegtijdige sterfte tot gevolg hebben, maar ook een verhoogd risico tot het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en respiratoire ziekten zoals longkanker, COPD en astma (Gezondheidsraad, 2018). Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen zijn gevoeliger voor fijnstof. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen als ze fijnstof inademen. Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat mensen meer last hebben van kortademigheid in rust op dagen dat er meer houtrook in de buitenlucht zit. Ook gebruiken zij vaker medicijnen voor luchtwegklachten (Samenwerking houtrookonderzoek, 2022). Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat blootstelling aan houtrook kan leiden tot schadelijke gezondheidseffecten bij volwassenen en kinderen. Voorbeelden zijn: chronische obstructieve longziekte (COPD), slechtere longfunctie, longontsteking, longkanker, oorontsteking bij kinderen en een lager geboortegewicht.
Binnen het Europese luchtbeleid geldt BaP als een indicator voor het mengsel van Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de lucht die kanker kunnen veroorzaken.
Geurhinder is gezondheidseffect
De Gezondheidsraad beschouwt hinder als een nadelig gezondheidseffect. Dat geldt ook voor hinder door de geur van houtstook. Houtstook binnen (open haard, allesbrander) is de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Houtstook buiten (barbecue, vuurkorf) staat - na geur afkomst van buren - op de derde plek. Ongeveer 5% van de Nederlanders van 16 jaar of ouder ervaart ernstige hinder door blootstelling aan geur door houtstook (Geurhinder per bron, 2021 | Compendium voor de Leefomgeving).
Bronnen
- Bronsveld, P., Van Dinther, D., Blom, M., Van Mansom, H., De Bruin-Hoegee, G.J., Kaandorp, S., Fabriek, J. (2025) Houtrookpilot IJmond 2023-2025, Een meetaanpak voor het bepalen van de verspreiding van houtrook in gemeenten, TNO 2024 R12308.
- CBS (2025) https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/hernieuwbare-energie-in-nederland-2024/8-biomassa (geraadpleegd op 20-04-2026)
- Emissieregistratie (2026), https://www.emissieregistratie.nl/data/data-export
- Gezondheidsraad (2018), Gezondheidseffecten luchtverontreiniging. Achtergronddocument bij het advies Gezondheidswinst door schonere lucht, publicatienr. 2018/01A
- IPLO, https://iplo.nl/thema/lucht/houtstook-stookwijzer/
- Kos, G.P.A., Weijers, E.P. (2009) De bijdrage van houtverbranding aan PM10 en PM2.5 tijdens een winterperiode in Schoorl, ECN Rapport ECN-E-09-083.
- Mijnen-Visser, S., et al. (2025), Grootschalige concentratiekaarten Nederland, RIVM-rapport 2025-0034
- Poll, R. van, & Simon, S. (2022), Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW), Hinder en slaapverstoring, de 2021-cijfers RIVM Rapport 2022-0083
- Gerlofs et al (2022), Samenwerking houtrookonderzoek
- Teeuwisse, S., Hendricx, W. (2026) Temporele variatie bijdrage houtstook aan PM2.5 concentratie, RIVM Kennisnotitie 2026-0047
- Van Middelkoop, M., R. Segers (2019), Houtverbruik huishoudens WoONonderzoek 2018, CBS sector Leefomgeving (SLO)
- Visschedijk, A., Meesters, J.A.J., Nijkamp, M.M., Koch, W.W.R., Jansen, B.I., Dröge, R. (2026). Methodology for the calculation of emissions from product usage by consumers, construction and services, RIVM-report 2026-0021
- Visschedijk, A.J.H. & Dröge, R. (2020), Aanpassing TNO houtkachelmodel aan de WoON 2018 houtverbranding enquêteresultaten en prognoses van emissies uit huishoudelijke houtkachels tot 2030, TNO report 2020 R10652
Relevante informatie
- CLO > Fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) in lucht, 2008-2025
- CLO > Ultrafijnstof in de lucht
- CLO > Fijnstof (PM10) in lucht, 1992-2025
- CLO > Benzo[a]pyreen in lucht, 1990-2024
- CLO > Emissies naar lucht door huishoudens, 1990-2022
- CLO > Geurhinder per bron, 2021
- Atlas leefomgeving > Stookwijzer
- IPLO houtstook en stookwijzer
- Methoderapport WESP 2026
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
De bijdrage van houtstook aan luchtverontreiniging
- Omschrijving
Bijdrage houtstook aan uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en luchtkwaliteit.
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- Berekeningswijze
TNO-kachelmodel
De Emissieregistratie berekent jaarlijks de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door houtkachels. Hiervoor gebruikt de Emissieregistratie het TNO houtkachelmodel (Visschedijk et al., 2026 en Visschedijk en Dröge, 2020). Het TNO houtkachelmodel berekent de uitstoot op basis van de hoeveelheid gestookt hout in Nederland, het aantal kachels en haarden in Nederland, de type kachels die gebruikt worden, het aantal gebruiksuren per type kachel en hoe gestookt wordt (factoren die bij het stoken zelf invloed hebben op de uitstoot). Van deze invoerparameters is de hoeveelheid hout die per jaar verbruikt wordt de belangrijkste invoerwaarde voor het model. De invloed van de overige invoergegevens in het model op de totale uitstoot van vervuilende stoffen is beperkt. Volgens onderzoek van het CBS zijn er in Nederland ruim een miljoen kachels en haarden. Dat houdt in dat 15% van de huishoudens in Nederland een kachel of haard heeft (Van Middelkoop en Segers, 2019).
Gegevens over het aantal kachels en het houtverbruik komen uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De uitstoot door houtkachels verdeelt de Emissieregistratie vervolgens over Nederland, op basis van woningtype en het aantal adressen per vierkante kilometer (stedelijkheid). In steden staat bijvoorbeeld meer hoogbouw en komen minder houtkachels voor. In dorpen met minder bebouwing is het aantal houtkachels relatief hoger. Het RIVM gebruikt de ruimtelijke verdeelde houtstook emissies om de bijdrage van houtstook aan de luchtkwaliteit te berekenen.
Bijdrage houtstook in GCN berekening
De bijdrage van houtstook door consumenten (sfeerverwarming en buitenshuis) aan de jaargemiddelde PM2,5 concentratie is niet rechtstreeks uit de GCN berekeningen af te leiden. Deze is berekend door het aandeel houtstook (sfeerverwarming en buitenshuis) in de categorie Consumenten aan de PM2,5 uitstoot (68%) te vermenigvuldigen met het aandeel consumenten in de totale jaargemiddelde PM2,5 concentratie (8,1%). (68% x 8,1% = 5,5%).
- Basistabel
Gegevens van Emissieregistratie en Grootschalige concentratiekaarten Nederland.
- Geografische verdeling
Niet van toepassing
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Opmerking
1) De volledige (en juiste) definitie van PM2,5 luidt: ‘Deeltjes die een op grootte selecterende inlaat als omschreven in de referentiemethode voor bemonsteren en meten van PM2,5 passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aerodynamische diameter van 2,5 μm’. Voor de gezondheid is zowel de samenstelling als de grootte van de deeltjes die mensen inademen waarschijnlijk van belang. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze in de longen kunnen doordringen. Het fijnstof dat bij houtstook vrijkomt bestaat voor 95 procent uit PM2,5 en voor 5 procent uit PM10. Daarom is het belangrijk om vooral te kijken wat de bijdrage van houtstook is aan de totale uitstoot en concentratie van PM2,5.
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Bijdrage van houtstook aan luchtverontreiniging, 1990-2024 (indicator 3029, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.