Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied, 1960-2025

In de Noordzee en langs de Nederlandse kust leven twee soorten zeehonden: de gewone zeehond (Phoca vitulina) en de grijze zeehond (Halichoerus grypus). Beide soorten zijn in de loop der jaren sterk beïnvloed door de jacht, ziekten, verstoring en milieufactoren. Tot 2013 nam het aantal gewone zeehonden toe, die daarvoor bijna waren uitgestorven. Hierna stagneerde de groei en sinds 2022 zien we een afname in het aantal. De grijze zeehond maakte na eeuwenlange afwezigheid rond 1980 zijn comeback in de Waddenzee, en rond het jaar 2000 in het Deltagebied. De aantallen grijze zeehonden zijn sindsdien toegenomen, mede dankzij uitwisseling met gebieden buiten Nederland.

De gewone zeehond

Zeehonden werden eeuwenlang bejaagd langs onze kusten, als schadelijk wild, maar ook voor traan (vet) en pels. Deze jacht werd gesloten in 1961 in het Deltagebied en in 1962 in het Nederlands deel van het Waddengebied. Herstel van de populatie gewone zeehonden liet echter op zich wachten. De jacht in Duitsland en Denemarken werd doorgezet en door een te lage reproductie, mede als gevolg van verontreiniging door PCB's (Reijnders, 1986), daalde het aantal in Nederland tot een dieptepunt in 1976. Er werden toen slechts 480 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied geteld en iets meer dan tien in de Delta. De toename van verstoring door menselijke activiteiten zoals beroepsvaart en watertoerisme worden hiervan als oorzaak gezien. De jacht in Denemarken werd in 1977 beëindigd en de Duitse deelstaten stopten pas enkele jaren daarvoor. Hierna begon de populatie in het gehele Waddengebied zich te herstellen. Immigratie uit de Duitse en Deense Waddenzee, maatregelen tegen verstoring en verbetering van de waterkwaliteit, hebben hiertoe bijgedragen (Brasseur et al., 2018).

In Zuidwest-Nederland heeft de uitvoering van de Deltawerken geleid tot verstoring en verkleining van het leefgebied van de gewone zeehond en praktisch verdwijning van deze soort (Reijnders, 1985). Tussen 1969 en 1992 werden jaarlijks maar vijftien gewone zeehonden in het gebied geteld. Pas toen de werkzaamheden waren afgerond begonnen ook daar de aantallen te groeien, gevoed door migratie uit de Waddenzee. De groei van de aantallen gewone zeehonden werd echter door een virusepidemie verstoord. Tot tweemaal toe, in 1988 en 2002, werden de aantallen met ongeveer 50% gereduceerd (Härkönen et al., 2007). Desondanks herstelde de Waddenzeepopulatie, en vooral door migratie ook de aantallen in het Deltagebied, zich goed. De uitwisseling met de andere Waddengebieden en de toename van het aantal lokale geboortes zorgden voor een exponentiële groei in de Nederlandse Waddenzee. In 2013 werden 7.605 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied geteld en 597 in de Delta. Op basis van de aantallen die geteld werden in het gehele Waddengebied, inclusief Denemarken en Duitsland (in totaal 30.712 dieren), werd de populatie geschat op bijna 40.000 dieren (Brasseur et al., 2018). De jaarlijkse groei was tussen 2003 en 2013 gemiddeld 9% per jaar.

Vanaf 2013 stagneerde echter de groei van het aantal gewone zeehonden in het Waddengebied (Cremer et al., 2017). Daarmee was er na 2013 sprake van een trendbreuk ten opzichte van de periode ervoor. De stagnatie was opmerkelijk, omdat het aantal getelde pups jaarlijks wel gemiddeld met 10% per jaar groeide. Het aantal pups bereikte een maximum in 2021 toen er bijna 11.000 pups in de internationale Waddenzee geteld werden, waarvan 2.529 in Nederland. De populatie werd in 2020 op basis van de verharende zeehonden geschat op 42.000 (28.261 geteld), waarvan er 7.661 geteld werden in de Nederlandse Waddenzee. Met een gemiddelde toename van 0,5% had er amper groei plaatsgevonden. Vanaf 2021 namen de totale aantallen in de Waddenzee af, hoewel er in 2021 in Nederland nog een lichte toename gemeten werd.

In 2024 werden in de internationale Waddenzee 23.772 zeehonden geteld (Galatius et al., 2024). Dit is een afname van 16% sinds 2020. In 2023 jaar daalde voor het eerst ook het aantal getelde pups: in de internationale Waddenzee werden er 9.334 pups geteld, een afname van 12% ten opzichte van het vorige jaar. In het Nederlands deel van de Waddenzee werden er 1.956 pups geteld, een afname van maar liefst 15%. De reden van de waargenomen trendbreuk vanaf 2013 en de afname in de tellingen is vooralsnog onbekend (Galatius et al., 2024). Er is geen massale sterfte waargenomen en grootschalige emigratie kan worden uitgesloten, blijkt uit de tellingen uit omliggende landen (ICES, 2022).

In het Zeeuwse en Zuid-Hollandse Deltagebied is sinds eind jaren negentig sprake van een continue toename van gemiddeld 100 dieren per jaar. In 2023 werden in het Deltagebied in augustus 1.738 gewone zeehonden geteld (Hoekstein et al., 2025). Omdat het aantal pups relatief laag is en de sterfte hoog (Brasseur, 2018) is deze groei vooral het gevolg van import uit onder andere de Waddenzee.

De grijze zeehond

Sinds 1980 is de grijze zeehond terug in de Nederlandse wateren (Reijnders et al., 1995, Brasseur et al., 2015). Eeuwenlang werd de soort zelden waargenomen in ons land. In 1985 werden de eerste jongen geboren en sindsdien is het aantal sterk toegenomen. De groei is het gevolg van lokale geboortes, maar in belangrijke mate ook het gevolg van import vanuit de Britse eilanden waar naar schatting 150.000 dieren zijn (Brasseur et al., 2015; SCOS, 2018). Grijze zeehonden worden vooral in het westelijk Waddengebied waargenomen, maar breiden zich langzaam in oostelijk richting uit. Ook in Duitsland hebben zich groeiende kolonies gevestigd, hoewel verreweg de meeste dieren in Nederland worden geteld. In 2025 zijn in het totale Waddengebied 12.064 grijze zeehonden geteld, waarvan 8.638 in het Nederlandse Waddengebied (Schop et al., 2025). 

In het Deltagebied neemt het aantal grijze zeehonden de laatste decennia toe. In 2024 werden er 2.901 grijze zeehonden geteld. Dat is minder dan in 2023, toen er een uitzonderlijke hoge telling van 3.467 grijze zeehonden werd gedaan (Hoekstein et al., 2024). Net als bij de gewone zeehonden, worden er weinig pups geboren en kan de groei vrijwel uitsluitend door import van andere kolonies verklaard worden.

Bescherming gewone en grijze zeehonden

De gewone zeehond en grijze zeehond staan in de Habitatrichtlijn (bijlage II en V) en de gewone zeehond valt onder de trilaterale ‘Agreement on the Conservation of Seals in the Wadden Sea’ de Conventie van Bonn (CMS). Hoewel de grijze zeehond hier niet onder valt wordt deze toch net als de gewone zeehond binnen de trilaterale afspraken beheerd en gemonitord.

In de data en figuren worden het maximaal aantal getelde dieren weergegeven. Dit kan afwijken van de aantallen die gerapporteerd zijn in Galatius et al. (2024) en Schop et al. (2025), waar mogelijk een andere telling gebruikt is om de volledige Waddenzee-populatie te omschrijven.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantallen zeehonden in de Waddenzee en de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Omschrijving

Jaarlijkse tellingen van grijze en gewone zeehonden in de Waddenzee en in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Research (eindredactie). 
Tellingen Waddenzee: Wageningen Marine Research (Jessica Schop). 
Tellingen Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta: Delta Project Management in opdracht van RWS/Provincie Zeeland.

Berekeningswijze

Zuivere tellingsresultaten aantal dieren tijdens de rui op de zandplaten.

Basistabel

Jaar en aantal

Geografische verdeling

Gehele Nederlandse deel van de Waddenzee en Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

A. Integrale waarneming

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
22
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied, 1960-2025 (indicator 1231, versie 22, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.