Vogels in het Waddengebied, 1990-2023

In Nederland zijn de doortrekkende en overwinterende watervogels in het Waddengebied gemiddeld toegenomen in het laatste decennium van de vorige eeuw, maar daarna zijn de aantallen gestabiliseerd. Ook de aantallen broedvogels zijn eind vorige eeuw gemiddeld toegenomen, maar vertonen de laatste twee decennia weer een afname.

Oorzaken voor populatieveranderingen

Trends in vogelpopulaties zijn een goede indicator voor de ecologische toestand van de Waddenzee, maar de oorzaken voor aantalsveranderingen zijn niet altijd bekend. In ieder geval heeft het voedselaanbod in het Waddengebied een directe invloed op de vogels. Door interacties met andere factoren, zoals door de mens gestuurde ontwikkelingen in (schelpdier-)visserij, eutrofiëring, exoten, recreatie, en klimaatverandering, is het achterhalen van precieze oorzaken niet eenvoudig. Bovendien verschillen de oorzaken per soort en houden sommige factoren onderling verband met elkaar.

De toename van doortrekkende en overwinterende watervogels in het Waddengebied (zie figuur op het eerste tabblad) correspondeert met de landelijke en internationale toename van watervogels. Dat is een duidelijke aanwijzing dat de oorzaken voor populatieveranderingen deels kunnen liggen in factoren die de Waddenzee overstijgen. Zo lijkt de afname van overwinterende scholeksters in de Waddenzee gekoppeld te zijn aan de afname van de broedpopulatie in het binnenland. 

Met de broedvogels in het Waddengebied gaat het minder goed. Zowel ten opzichte van 1990 als over de laatste 12 jaar zijn de populaties gemiddeld genomen afgenomen. Net als voor de overwinterende vogels verschillen de oorzaken voor de achteruitgang per soort, maar hebben vaak te maken met veranderingen in voedselaanbod, verstoring of predatie. Voor tien karakteristieke kustbroedvogels is het broedsucces, dat sterk afhankelijk is van deze factoren, structureel te laag. Tussen 2005 en 2015 lag het broedsucces gemiddeld rond de helft van de waarde die nodig is voor een stabiele populatie (zie figuur op het tweede tabblad). Sinds 2015 lijkt er wel sprake van een lichte toename, maar de onzekerheid is te groot om dit als een significante verbetering te beschouwen. De drie landen waarin de Waddenzee ligt (Denemarken, Duitsland en Nederland) hebben in 2016 een Trilateraal Actieplan Broedvogels Waddenzee opgesteld. Daarin worden concrete maatregelen genomen om de situatie voor broedvogels in het Waddengebied te verbeteren. Een actualisatie van dit actieplan is in voorbereiding.

Internationaal meetprogramma Waddenzee

De soorten waarvoor de populatie- en broedsuccestrends zijn berekend staan op de lijst van het Trilateral Monitoring and Assessment Programme (TMAP). Daarin hebben Denemarken, Duitsland en Nederland afspraken gemaakt over een gemeenschappelijk monitoring-programma voor de gehele Waddenzee. De uitvoering van het programma is een zaak voor de verantwoordelijke diensten in elk land. In Nederland zijn dit Rijkswaterstaat en het ministerie van LVVN.

Het TMAP is in het leven geroepen om de doelen die in het Trilaterale Waddenzee Plan beschreven worden, te toetsen. Zo wordt de waterkwaliteit van de Waddenzee gevolgd en beoordeeld en wordt er onderzoek gedaan naar vogels, zeehonden en recreatie in het gebied. 

Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Delta

Bronnen

  • Boele A., Vergeer J.W., van Bruggen J., Goffin B., Koffijberg K., van Oostveen C., Schoppers J. & Jansen D. 2024. Broedvogels in Nederland in 2023. Sovon-rapport 2024/40. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Ens, B.J., E.A.J. van Winden, C.A.M. van Turnhout, M.W.J. van Roomen, C.J. Smit & J.M. Jansen (2009). Aantalsontwikkeling van wadvogels in de Nederlandse Waddenzee in 1990-2008. Verschillen tussen Oost en West. Limosa 82: 100-112.
  • Hornman M., Koffijberg K., van Oostveen C., van Winden E., Louwe Kooijmans J., Kleefstra R. & Soldaat L. (2024). Watervogels in Nederland in 2022/2023. Sovon-rapport 2024/96, RWS-rapport BM 24.39. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen
  • Koffjjberg K,, J. Frikke, B. Hälterlein, G. Reichert & H. Andretzke (2016). Breeding birds in trouble: a framework for an action plan in the Wadden Sea. Common Wadden Sea Secretariat, Wilhelmshaven.
  • Koffijberg K., P. de Boer, S.C.V. Geelhoed, J. Nienhuis, H. Schekkerman, K. Oosterbeek & J. Postma. Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2019. WOt-technical report 209, Sovon-rapport 2021/40, WMR-rapport C064/21, ISSN 2352-2739, edepot.wur.nl/553633

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vogels in het Waddengebied

Omschrijving

Ontwikkeling in populatie-aantallen en broedsucces van vogels die gevolgd worden in het Trilateral Monitoring and Assessment Programme (TMAP).

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Soorten

In de indicator over aantalsontwikkeling zijn 47 vogels opgenomen die in Nederland door TMAP gevolgd worden. Het betreft 33 doortrekkende en overwinterende watervogels en 29 broedende vogels (zie samenstelling hieronder). Er zijn dus 17 soorten die in beide selecties zijn opgenomen en het verschil tussen deze twee groepen betreft vooral de methode en jaarlijkse periode van waarnemen. In de broedsucces-indicator zijn 10 broedvogels opgenomen.

Watervogels: aalscholver, lepelaar, brandgans, rotgans, bergeend, smient, wintertaling, wilde eend, pijlstaart, slobeend, eider, scholekster, kluut, bontbekplevier, strandplevier, goudplevier, zilverplevier, kievit, kanoet, drieteenstrandloper, krombekstrandloper, bonte strandloper, rosse grutto, regenwulp, wulp, zwarte ruiter, tureluur, groenpootruiter, steenloper, kokmeeuw, stormmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw.

Broedvogels: bergeend, wilde eend, scholekster, kievit, watersnip, grutto, wulp, tureluur, aalscholver, kleine zilverreiger, lepelaar, kokmeeuw, stormmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw, grote stern, visdief, noordse stern, dwergstern, brandgans[KB1] [VR(2] , eider, blauwe kiekendief, kemphaan, kluut, bontbekplevier, strandplevier, velduil.

Broedsucces: lepelaar, eider, scholekster, kluut, kokmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote stern, visdief, noordse stern.

 

Aantalsontwikkeling

Aantalsgegevens vanaf 1990 zijn ontleend aan de landelijke watervogel- en broedvogelmeetprogramma's van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TrendSpotter (Visser et al. 2004; Soldaat et al. 2007) en TRIM; Methode indexcijfers (TRIM)).

Om de indicator voor aantalsontwikkeling (eerste tabblad) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers per soort meetkundig gemiddeld (Loh et al., 2005; Van Strien et al., 2016). Door de gemiddelde indexen is ook een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). In de jaren waarin veel soorten ontbreken is de indicator minder betrouwbaar, maar de omvang van deze onbetrouwbaarheid is onbekend.

 

Ontwikkeling in broedsucces

Broedsucces wordt gedefinieerd als het aantal uitgekomen vliegvlugge jongen per broedpaar. Voor het in stand houden van de populaties is een minimum broedsucces nodig om de gemiddelde jaarlijkse sterfte van volgroeide vogels te compenseren. Dit noodzakelijke broedsucces verschilt per soort en is afhankelijk van de gemiddelde jaarlijkse sterfte van volwassen en onvolwassen vogels, de leeftijd waarop voor het eerst wordt gebroed en de gemiddelde jaarlijkse kans op een broedpoging daarna. De berekening van de referentiewaarde hiervoor is gebeurd aan de hand van literatuur en expert judgement (Koffijberg et al., 2021). De meest plausibele referentiewaarde per soort, samen met een 95% bandbreedte van onzekerheid, is vertaald naar een scheve normaalverdeling per soort, geïndexeerd op 100 voor de meest plausibele referentiewaarde per soort, en vervolgens middels een groot aantal steekproef-getallen uit de afzonderlijke verdelingen per soort samengevoegd tot één verdeling.

Om de indicator voor broedsucces te berekenen, is het jaarlijks broedsucces per soort berekend, door eerst te indexeren op de soort-specifieke berekende waarde voor het benodigd broedsucces en vervolgens het rekenkundig gemiddelde te nemen over alle getelde locaties, gewogen naar het aantal broedparen op die locatie en de kwaliteit van de telling. Met behulp van Monte Carlo simulaties zijn de log-lineaire trend en bijbehorend 95% betrouwbaarheidsinterval berekend. Door het gemiddelde broedsucces is ook een flexibele trendlijn berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval door een flexibele trendlijn per simulatie te berekenen. Dit is een aanpassing van de LPI-methode die op basis van aantallen en het meetkundig gemiddelde werkt (Loh et al., 2005; Van Strien et al., 2016; Soldaat et al. 2017).

Basistabel

Zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata

Geografische verdeling

Waddenzee

Verschijningsfrequentie

Eénmaal per 2 jaar.

Achtergrondliteratuur

Koffijberg K., P. de Boer, S.C.V. Geelhoed, J. Nienhuis, H. Schekkerman, K. Oosterbeek & J. Postma (2021). Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2019. WOt-technical report 209, Sovon-rapport 2021/40, WMR-rapport C064/21, ISSN 2352-2739, edepot.wur.nl/553633

Loh, J., R.E. Green, T. Ricketts, J. Lamoreux, M. Jenkins, V. Kapos en J. Randers (2005). The Living Planet Index: using species population time series to track trends in biodiversity. Philos. Trans. R. Soc. B, 360: 289-295.

Soldaat L., H. Visser, M. van Roomen en A. van Strien (2007). Smoothing and trend detection in waterbird monitoring data using Structural Time-Series Analysis and the Kalman filter. Journal of Ornithology 148 suppl. 2: 351-357.

Soldaat, L.L., J. Pannekoek, R.J.T. Verweij, C.A.M. van Turnhout en A.J. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecol. Indic. 81: 340-347.

Van Strien, A.J., A.W. Gmelig Meyling, J.E. Herder, H. Hollander, V.J. Kalkman, M.J.M. Poot, S. Turnhout, B. van der Hoorn, W.T.F.H. van Strien-van Liempt, C.A.M. van Swaay, C.A.M. van Turnhout, R.J.T. Verweij en N.J. Oerlemans (2016). Modest recovery of biodiversity in a western European country: The Living Planet Index for the Netherlands. Biological Conservation 200: 44-50.

Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atm. Environment 38: 4135-4145.

Opmerking

In de vorige versie van de indicator waren er nog twee soorten, de smient en de pijlstaart, opgenomen in de trend van de broedvogels. Het aantal broedparen is alleen zo laag dat er geen betrouwbare trend over deze soorten berekend kan worden, dus zijn ze uit de broedvogeltrend verwijderd.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
04
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
03
versie‎
02

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Vogels in het Waddengebied, 1990-2023 (indicator 1560, versie 04, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.