Fauna in de Waddenzee
Ontwikkelingen van de natuur in de Waddenzee zijn onderzocht op basis van drie groepen dieren: vogels, vissen en bodemdieren. De trends van deze soortgroepen laten een gevarieerd beeld zien. Over het geheel genomen blijven de aantallen vissen (16 soorten) en bodemdieren (20 soorten) gemiddeld stabiel, terwijl veel vogelsoorten (48 soorten) licht toenemen, vooral soorten die de Waddenzee gebruiken als slaap- of foerageergebied. Broedvogels daarentegen zijn gemiddeld stabiel gebleven.
Trends van bodemfauna in de Waddenzee
Dichtheden van bodemdieren in het zacht substraat van de Waddenzee zijn gemiddeld stabiel gebleven (eerste tabblad). Voor de analyse is gebruik gemaakt van twee verschillende datasets: de WOt-schelpdiersurvey, gericht op schelpdieren, en meer recent de SIBES, waarin ook andere bodemdieren worden meegenomen. Vanuit de WOt data zijn 6 soorten gebruikt, veelal schelpdieren. Hiervan is 1 soort toegenomen (strandkrab), 1 soort afgenomen (nonnetje) en hebben de overige soorten een stabiele (strandgaper) of onzekere (platte slijkgaper, kokkel, zwaardschede) trend. Vanuit de SIBES is naar de trend van 20 soorten schelpdieren, wormen en kreeftachtigen gekeken. In enkele gevallen betreft dit geen afzonderlijke soort maar een soortgroep (ringwormen, borstelwormen). Hiervan zijn 2 soort(groep)en toegenomen (rode draadworm en ringwormen), 1 soortgroep is afgenomen (borstelwormen) en is de trend van de overige soorten stabiel (wadpier) of onzeker (n=13).
Belangrijke soorten zoals de mossel en Japanse oester zijn hier niet meegenomen, omdat deze — ook in ‘Staat van de Waddenzee’ — als indicatorsoorten voor schelpdierbanken op hard substraat zijn behandeld.
De resultaten zijn gebaseerd op een beperkte soortselectie, vooral in de WOt data, en een relatief korte tijdreeks. Een uitbreiding van zowel de soortselectie als de tijdreeks (in overeenstemming met de schelpdiermonitor) zou de betrouwbaarheid van de trends kunnen vergroten en het aantal onzekere trends kunnen verkleinen.
Trends van vissen in de Waddenzee
Vispopulaties zijn tussen 1985 en 2024 gemiddeld stabiel gebleven (tweede tabblad). In totaal namen 6 soorten toe, bleef 1 soort stabiel, namen 5 soorten af, en is de trend voor 4 soorten onzeker. Onder de afgenomen soorten bevinden zich enkele kinderkamersoorten, zoals schol en schar, waarvan de jongen opgroeien in de kustzone, de Waddenzee en de Zuidwestelijke Delta. Mogelijke oorzaken van deze afname zijn klimaatverandering en de bijvangst van vissen in de garnalenvisserij (Tulp et al., 2012; Glorius et al., 2015). Vanaf omstreeks 2005 is echter herstel te zien, voornamelijk bij residente (gedurende hun hele leven in het gebied thuishorende) soorten zoals grondels, zeenaalden, bot, en botervis.
Trends vogels in de Waddenzee met instandhoudingsdoelstelling
Ontwikkelingen in vogelpopulaties zijn hier weergegeven voor die soorten waar vanuit de Natura-2000 wetgeving een instandhoudingsdoelstelling (IHD) voor is gedefinieerd (derde tabblad). Het gaat daarbij om drie verschillende functies van het gebied voor deze soorten; slapen (6 soorten; 3 soorten toegenomen, 1 stabiel, 1 afgenomen, en 1 onzeker), foerageren (36 soorten; 17 soorten toegenomen, 11 stabiel, 7 afgenomen, en 1 onzeker) en broeden (13 soorten; 5 toegenomen, 3 stabiel, 4 afgenomen, en 1 onzeker). Vanaf 1975 zijn vogels met een IHD voor slapen of foerageren toegenomen in de Waddenzee, en broedvogels zijn vanaf 1990 stabiel gebleven. Vanaf 2000 vertonen vogels met een IHD voor slapen of broeden wel een afname. Vooral visetende soorten, zoals de grote stern en noordse stern, zijn de laatste jaren achteruitgegaan, net als sommige schelpdieretende soorten zoals de scholekster. Herbivore soorten, zoals de grauwe gans, pijlstraat en krakeend, zijn daarentegen juist toegenomen.
De trends zijn beperkt tot vogelsoorten met een IHD voor de Waddenzee. Voor meer achtergrond en de trend van álle broedvogels en doortrekkende/overwinterende vogels in de Waddenzee zie:
Staat van de Waddenzee
De gepresenteerde resultaten zijn overgenomen uit het onderzoek 'Staat van de Waddenzee', dat op verzoek van het ministerie van LVVN is uitgevoerd door het CBS en de Waddenacademie. De hierbij gebruikte soortselectie voor vogels is gebaseerd op de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen in de Waddenzee. Voor vissen komt deze overeen met de soorten waarvoor trends konden worden berekend op basis van de beschikbare data en het 'Wadden Sea Quality Status Report' (Tulp et al., 2022). Voor bodemdieren is de selectie gebaseerd op aangemerkte indicatorsoorten voor de Waddenzee (Van Beek et al., 2021), aangevuld met soorten die goed vertegenwoordigd zijn in de SIBES data en ook staan aangemerkt als habitatrichtlijnsoorten voor de Waddenzee habitattypen van Natura 2000. Een kritische evaluatie van de soortselectie, aanvullende databronnen en de aggregatiemethode per soortgroep zou de trends verder kunnen verfijnen.
Bronnen
- Philippart, K., K. Bastmeijer, P. van Beukering, P. Hoekstra, H. van Londen, P. Bogaart, K. Brandenburg & F. Petersma (2025). Staat van de Waddenzee 2025. Waddenacademie rapport 2025-01
- Bogaart, P., Brandenburg, K., Petersma, F. en Philippart, K (2025). Staat van de Waddenzee 2025 —Technische uitwerking. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek CBS In prep
- van Beek, I., Buitenkamp, M., & Firet, M. (2021). Onderwaternatuur Waddenzee. Advies concretisering streefbeeld onderwaternatuur Waddenzee. Rapportage juni 2021. Programma naar een Rijke Waddenzee
- Heidinga, D., B. Schilt, F. Versloot, W. Gotjé, W. Bijkerk en J.B. Latour (2023). Ecologische evaluatie Natura 2000 beheerplannen; Natura 2000-beheerplan Waddenzee. Witteveen+Bos in opdracht van Rijkswaterstaat, 312pp.
- Tulp, I., Bolle, L. J., Chen, C., Dänhardt, A., Haslob, H., Jespen, N., van Leeuwen, A., Poiesz, S., Scholle, J., Vrooman, J., Vorberg, R., & Walker, P. (2022). Wadden Sea Quality Status Report: Fish. Common Wadden Sea Secretariat. https://doi.org/10.5281/zenodo.15223705
- Tulp, I., P. Walker en L. Bolle (2012). Ontwikkelingen van vis en visserij in de Nederlandse Waddenzee. De Levende Natuur 113: 89-95.
- Glorius, S., J. Craeymeersch, T. van der Hammen, A. Rippen, J. Cuperus, B. van der Weide, J. Steenbergen en I. Tulp (2015). Effecten van garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden. Rapport C013/15. IMARES Wageningen UR. Wageningen
Bijleveld, A.I., de la Barra, P., Danielson-Owczynsky, H. et al. (2025). SIBES: Long-term and large-scale monitoring of intertidal macrozoobenthos and sediment in the Dutch Wadden Sea. Sci Data 12, 239. https://doi.org/10.1038/s41597-025-04540-9
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Fauna in de Waddenzee, 1990-2015
- Omschrijving
Populatie-ontwikkeling van drie soortgroepen in de Waddenzee
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek
- Berekeningswijze
De indicator bestaat uit drie gemiddelde trends per soortgroep, waarbij de resultaten voor de verschillende meetprogramma’s van bodemfauna ook los worden gepresenteerd, evenals de vogels uitgesplitst naar de instandhoudingsdoelen (IHD) van Natura2000.
Data vissen
De indicator over vissen bevat 16 soorten. De gegevens komen uit de Demersal Fish Survey (DFS) van Wageningen Marine Research (WMR) die jaarlijks in het najaar op 120 meetlocaties in de Waddenzee vist. Er wordt gevist met een 3 meter brede garnalenkor. De meetlocaties liggen vanwege de diepgang van het schip in geulen en prielen van minimaal 2 meter diepte.
Soortselectie vissen: Bot, Botervis, Harnasmannetje, Kabeljauw, Puitaal, Rode_poon, Schar, Schol, Slakdolf, Steenbolk, Tong, Vijfdradige_meun, Wijting, Zeedonderpad, Grondels, Zeenaalden
Data bodemfauna
De indicator over bodemfauna bestaat uit 20 soorten van zacht substraat (11 soorten wormen, 6 soorten schelpdieren, en 3 soorten kreeftachtigen). De gegevens komen uit twee monitoringprogramma’s: de WOt-schelpdiersurvey (Wettelijke Onderzoekstaken) uitgevoerd door WMR en de SIBES (Synoptic Intertidal Benthic Survey) uitgevoerd door het NIOZ.
Het WOt-schelpdiermeetprogramma (1998-2023) bestrijkt de gehele Waddenzee en bemonstert voornamelijk het litoraal (droogvallende platen), met het doel om bestandsschattingen te maken van commerciële schelpdiersoorten. Er worden jaarlijks doorgaans tussen de 1200 en 1500 monsters genomen.
Soortselectie uit de WOt: Kokkel, Nonnetje, Platte slijkgaper, Strandgaper, Zwaardschede, Strandkrab
De SIBES (2008-2022) richt zich op het litoraal (droogvallende platen) en heeft een extreem hoge ruimtelijke dekking, waarbij zo’n 4500 monsterpunten verdeelt over de hele Waddenzee worden bemonsterd.
Soortselectie uit de SIBES: Borstelwormen, Groengele wadpier, Ringwormen, Rode draadworm, Schelpkokerworm, Slangpier, Wadpier, Wapenworm, Zager, Zandkokerworm, Zeeduizendpoot, Kokkel, Nonnetje, Platte slijkgaper, Strandgaper, Wadslakje, Zwaardschede, Garnaal, Slijkgarnaal, Strandkrab
Data vogels
De indicator over vogels bestaat uit 48 soorten uitsplitst naar de IHD’s: broeden, foerageren, en slapen, waarbij de brandgans, rotgans en grutto zowel in de trend voor slapen als foerageren voorkomen, en de bontbekplevier, eider, kluut, en lepelaar in de trend voor broeden als foerageren. De aantalsgegevens van watervogels en broedvogels zijn ontleend aan de meetprogramma’s in het Netwerk Ecologische Monitoring. En trends zijn gemaakt op basis van de aantallen gerapporteerd voor Natura2000 door Sovon (Natura 2000-gebied Waddenzee | Sovon Vogelonderzoek).
Soortselectie IHD broeden: Blauwe Kiekendief, Bontbekplevier, Bruine Kiekendief, Dwergstern, Eider, Grote Stern, Kleine Mantelmeeuw, Kluut, Lepelaar, Noordse Stern, Strandplevier, Velduil, Visdief
Soortselectie IHD foerageren: Aalscholver, Bergeend, Bontbekplevier, Bonte Strandloper, Brandgans, Brilduiker, Drieteenstrandloper, Eider, Fuut, Goudplevier, Grauwe Gans, Groenpootruiter, Grote Zaagbek, Grutto, Kanoet, Kievit, Kluut, Krakeend, Krombekstrandloper, Lepelaar, Middelste Zaagbek, Pijlstaart, Rosse Grutto, Rotgans, Scholekster, Slechtvalk, Slobeend, Smient, Steenloper, Topper, Tureluur, Wilde Eend, Wintertaling, Wulp, Zilverplevier, Zwarte Ruiter
Soortselectie IHD slapen: Brandgans, Grutto, Kleine Zwaan, Rotgans, Toendrarietgans, Zwarte Stern
Analyse data vissen en bodemfauna
De meetlocaties van vissen en bodemfauna zijn eerst toebedeeld aan 1 x 1 km gridcellen om jaar op jaar ruimtelijke vergelijkbare plots te verkrijgen. De data zijn vervolgens met Poisson regressie geanalyseerd (software TRIM; Methode indexcijfers) om tot indexcijfers per jaar te komen. Alle soorten zijn geanalyseerd met het standaardmodel met jaar- en meetpunteffecten, waarbij voor verschillen in bemonsteringsintensiteit is gecorrigeerd door deze als offset in de analyse mee te nemen. Verschillen in bemonstering betreffen verschillen in netgrootte, oppervlaktes van steekbuizen, variabele lengte van trekken met netten of bodemschaaf, aantal subsamples en dergelijke. Voor vissen zijn de indexen per soort eerst per diepteklasse berekend, alvorens ze gewogen gecombineerd worden om tot indexen per soort te komen. Deze weegfactor is gebaseerd op het aantal vissen dat per trek is gevangen.
Trends en bijbehorende trendklassen van de indexen per soort zijn berekend met het programma TrendSpotter. Hiermee worden niet-lineaire trends gedetecteerd en geschat, waarbij ook standaardfouten en bijbehorende betrouwbaarheidsintervallen worden berekend op basis van een Kalman-filter (Visser et al., 2004; Soldaat et al., 2007).
Analyse data vogels
De trends van vogelsoorten zijn eveneens berekend met TrendSpotter (Visser et al., 2004; Soldaat et al., 2007).
Indicator
Om de indicatoren per soortgroep te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen meetkundig gemiddeld (Van Strien et al., 2016).
Van een aantal soorten zijn in de eerste of laatste jaren geen indexcijfers beschikbaar (zie tabel met indexcijfers per soort). Deze ontbrekende indexcijfers zijn eerst met een kettingmethode afgeleid uit de indexcijfers van andere soorten. Daarna is het laatste jaar op 100 gezet en zijn de overige jaren geïndexeerd ten opzichte van dat basisjaar. Door de gemiddelde indexen is een trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval met TrendSpotter (Visser et al., 2004; Soldaat et al., 2007). De trendwaarde (de lijn) is vervolgens in een referentiejaar (verschillend per soortgroep) op 100 gezet.
Uit de betrouwbaarheidsintervallen zijn vervolgens trendklassen afgeleid.
- Basistabel
Zie de tabel met indexcijfers van de afzonderlijke soorten onder ‘Download data’.
- Geografische verdeling
De indicatoren zijn berekend met gegevens van meetpunten in het Waddengebied.
- Andere variabelen
Geen
- Verschijningsfrequentie
Elke 2-3 jaar
- Achtergrondliteratuur
Soldaat, L., H. Visser, M. van Roomen en A. van Strien (2007). Smoothing and trend detection in waterbird monitoring data using structural time-series analysis and the Kalman filter. J. Ornithol. 148 (Suppl 2): 351-357.
Strien, A.J. van, A.W. Gmelig Meyling, J.E. Herder, H. Hollander, V.J. Kalkman, M.J.M. Poot, S. Turnhout, B. van der Hoorn, W.T.F.H. van Strien-van Liempt, C.A.M. van Swaay, C.A.M. van Turnhout, R.J.T. Verweij en N.J. Oerlemans (2016). Modest recovery of biodiversity in a western European country: The Living Planet Index for the Netherlands. Biological Conservation 200: 44-50.
Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atmos Environ 38: 4135–4145.
- Betrouwbaarheidscodering
B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Fauna in de Waddenzee (indicator 1597, versie 02, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.