Compendium voor de Leefomgeving
547 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Bodemfauna Noordzee en bodemvisserij

De bodemfauna van de Noordzee wordt sterk beïnvloed door de bodemvisserij. Recente mogelijk gunstige ontwikkelingen voor de bodemfauna zijn het instellen van gesloten gebieden voor de visserij en de overstap naar minder zware vistuigen en andere visserijtechnieken.

Bodemvisserij

Een groot deel van de Nederlandse Noordzee wordt intensief met sleepnetten bevist. Voor verschillende bodemvisserijtypen is de visintensiteit door de Nederlandse visserij weergegeven over de periode 2011-2015 (zie kaartjes). Tong en schol zijn de belangrijkste soorten waarop wordt gevist. De platvissen liggen enigszins ingegraven op de bodem en worden in de pulsvisserij met elektrische pulsen opgeschrikt en het net ingejaagd. Deze manier van vissen is de laatste jaren sterk in opkomst als vervanger van de traditionele boomkorvisserij, waar zware kettingen worden ingezet om de vis uit de bodem te dwingen. In de grafiek zijn pulsvisserij en boomkorvisserij samen genomen in de categorie 'Boomkor'. Door gebrek aan data kon nog geen onderscheid gemaakt worden tussen beide typen visserij. De boomkorvisserij heeft de meeste impact in de bodem. Maar ook bij pulsvisserij wordt bodemfauna, zowel in de ondergrond als op de bodem, weggevangen, gedood of verspreid. De flyshootvisserij beroert de bodem minder intensief, maar beïnvloedt wel een veel groter oppervlak per uur. De werkelijke impact van de visserij op bodemdieren is niet af te leiden (Eigaard et al., 2016).

Footprints van visserij

De footprint is de fysieke impact van de visserij op de bodem, en wordt uitgedrukt als km2 bodemoppervlak dat per uur wordt beroerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bodemberoering op meer dan 2 cm diepte in de bodem (donkerblauw) en van het bodemoppervlak (lichtblauw). Deze footprints hangen af van het type vistuig (breedte, gewicht, druk op bodem), de vaarsnelheid van het visserschip, en het type bodem (zand of slib). De boomkorvisserij - vissend met twee netten van 12 m breed - beroert circa 0,2 km2 per uur en dringt daarbij meer dan 2 cm de bodem in. De ottertrawl en flyshootvisserij beïnvloeden een groter oppervlak, maar verstoren minder de ondergrond.

Gevoeligheid van bodemdieren en hun kenmerken

De gevoeligheid van bodemdieren voor bodemvisserij hangt samen met de eigenschappen van soorten, zoals ingraafdiepte (diep/ondiep), type skelet (hard/zacht) en de levenscyclus (bijv. kort/langlevend). Diep ingegraven kreeftjes hebben minder last van passerende visnetten dan ondiep ingegraven schelpdieren of anemonen. Waarschijnlijk zijn de meest gevoelige soorten in historisch zwaar beviste gebieden al verdwenen en bestaat de huidige bodemgemeenschap uit soorten die in een bepaalde mate bestand zijn tegen visserij. Directe sterfte van bodemdieren is onderzocht in experimenten waarbij gevist is met de traditionele 12-m boomkor en met ottertrawl (Bergman & Van Santbrink, 2000). Uit deze experimenten bleek dat de visserijmortaliteit van bodemdieren kan variëren van 11-35%. Langlevende soorten hebben uiteindelijk het meest te lijden onder boomkorvisserij. Hoe ouder een dier wordt, hoe groter de kans dat het een bevissing meemaakt. Soorten die van nature lang leven hebben daardoor dus het meest last van visserij. Onderzoek naar langetermijneffecten wijst op een afname van dichtheden van langlevende tweekleppigen en sommige kreeftachtigen, en op een toename van kleine, kortlevende wormen. Bovendien leidt visserij tot een verschuiving in de leeftijdsopbouw naar kleinere en jongere dieren of zelfs tot het geheel verdwijnen van soorten.

Hogere biodiversiteit in beschermd gebied

Hoe de bodemfauna zich herstelt bij afwezigheid van visserij is moeilijk te voorspellen, omdat er in de Noordzee geen grotere, langdurig onbeviste gebieden zijn die als voorbeeld zouden kunnen dienen. Kleine gebieden waar al decennia niet wordt gevist, zijn de veiligheidszones rondom offshore-installaties. Deze 'beschermde eilandjes' zijn interessante gebieden om het effect van visserij te bestuderen. In 2004 is een dergelijk gebied nabij het Friese Front vergeleken met intensief bevist gebied. De bodemfauna in dit beschermde eilandje heeft zich ruim 20 jaar ontwikkeld zonder visserij. De verschillen tussen het onbeviste en de beviste gebieden waren duidelijk. Opvallend in het onbeviste gebied waren de hogere dichtheden van kwetsbare schelpensoorten, zowel de langlevende (o.a. de noordkromp en bolle papierschelp) als de korter levende (onder andere de glanzende dunschaal en gedoornde hartschelp). Ook waren de dichtheden van diep gravende kreeftjes hoger. Deze kreeftjes hebben een groot effect op bodemstructuur, bodemchemie, mineralisatie en daardoor op de verspreidingspatronen van andere soorten bodemdieren. De bemonstering liet bovendien zien dat er in het onbeviste gebied meer soorten aanwezig waren en dat er een hogere biodiversiteit was.

Niet overal is het herstel zo duidelijk als nabij het Friese front. Bij een platform op het Duitse deel van de Doggersbank was na veertien jaar sluiting nog geen effect te zien op de eigenschappen van de voorkomende individuen. Hoe snel de bodemfauna herstelt, is niet alleen afhankelijk van de kenmerken van de soorten zelf maar ook van de locatie. Analyses van de huidige bodemgemeenschap laten zien dat de hersteltijd van bodemdieren nabij de kust korter is dan in verder weg gelegen delen van de Noordzee. Dit kan door hoge visserijdruk komen, maar ook doordat deze gemeenschap is aangepast aan een hoge mate van natuurlijke verstoring door bijvoorbeeld stroming en stormen. In de ondiepe delen van de Noordzee zijn deze twee effecten dus niet van elkaar te onderscheiden. In de diepere delen is er minder natuurlijke verstoring en zijn effecten duidelijker.

Beleid voor herstel bodemfauna Noordzee.

De overheid wil de biodiversiteit van bodemdieren herstellen door deelgebieden in de Noordzee gedeeltelijk te sluiten voor bodemvisserij. In sommige gebieden zoals het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone, is in 2011 een akkoord met de visserij bereikt over de beschermingsmaatregelen (VIBEG-akkoord). Ook voor de kust van Zeeland ligt al een bodembeschermingsgebied dat gesloten is voor boomkorvisserij. Verder zijn in 2016 de offshore Natura 2000-gebieden Doggersbank en Klaverbank aangewezen. Binnen die gebieden zullen gedeeltes worden gesloten voor boomkorvisserij, maar visserij met de zogenaamde flyshoot zal nog wel worden toegestaan. De overheid zal ook een deel van het Friese Front en de Oestergronden sluiten voor zware boomkorvisserij om de kwaliteit van de zeebodem te verbeteren. De biodiversiteit van bodemdieren is relatief hoog in deze twee diepere slibrijke gebieden in het midden van de Noordzee. Daar komen bijvoorbeeld veel langlevende schelpdiersoorten voor, zoals de noordkromp.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bodemfauna Noordzee en bodemvisserij

Omschrijving

Effecten bodemvisserij

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Marine Research

Berekeningswijze

Gebaseerd op o.a.: Duineveld et al. (2007) en Eigaard et al. (2016) Kaartjes VMS-data: Vessel Monitoring System (VMS) data bevat informatie over het schip, tijd en datum, positie en snelheid en richting. Met deze informatie, in combinatie met informatie over het gebruikte vistuig, kunnen kaarten gemaakt worden van visserijintensiteit (uitgebreide informatie, zie Hintzen et al. (2013) en project Vessel Monitoring through Satellite (VMS)) Weergegeven is de gemiddelde visintensiteit voor de periode 2011-2015, zoals berekend in het BENTHIS project.

Basistabel

Gegevens uit: Duineveld et al. (2007) en Eigaard et al (2016)

Geografisch verdeling

Noordzee

Andere variabelen

n.v.t.

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Zie Referenties.

Opmerking

Indicatoren voor kwaliteit zeebodem: om de kwaliteit van de zeebodem te meten, zijn metingen aan de bodemdieren nodig. Bruikbare informatie is onder meer de soortenrijkdom, de biomassa, de dichtheid, de lengteverdeling en het aandeel kwetsbare soorten. Nederland ontwikkelt voor de Kaderrichtlijn Mariene Strategie zelf een benthosindicator op basis van 'slim gekozen soorten' en haakt verder aan bij indicatoren ontwikkeld i.s.m. andere landen via regionale zeeconventies, zoals OSPAR (Noordwest Atlantische Oceaan), zodat vergelijking van de zeebodemkwaliteit tussen landen mogelijk is. Ook in het Europese BENTHIS project wordt gewerkt aan indicatoren voor de kwaliteit van de zeebodem, maar dan door directe koppeling van soortkenmerken met de fysieke impact van vistuigen.Monitoring van bodemdieren: reguliere monitoring van bodemdieren vindt al decennia plaats en staat beschreven in de Mariene Strategie Deel 2. Verder vindt er projectmatige monitoring plaats, bijvoorbeeld rondom olie- en gasplatforms of bij offshore windparken.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Bodemfauna Noordzee en bodemvisserij (indicator 1251, versie 05 , 26 januari 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.