Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Bodemfauna Noordzee en boomkorvisserij

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Boomkorvisserij heeft negatieve effecten op soortniveau en ecosysteemniveau van bodemfauna van de Zuidelijke Noordzee.

Boomkorvisserij op de Noordzee

Een groot deel van de Nederlandse Noordzee wordt intensief met boomkor bevist. Een boomkor is een sleepnet met kettingen, dat over de zeebodem wordt getrokken. Tong en schol zijn de belangrijkste soorten die op deze manier worden gevangen. De platvissen liggen enigszins ingegraven op de bodem. Door met kettingen over de zeebodem te schrapen, wordt de zeebodem tot een diepte van 2 tot 6 centimeter doorploegd met als doel de platvissen op te jagen. Hierbij wordt de hele bodemfauna (zowel in de bodem als erop) weggevangen, gedood of verspreid.

Hogere biodiversiteit in beschermd gebied

In de Noordzee zijn nauwelijks plekken waar niet wordt gevist. De enkele gebieden waar niet wordt gevist zijn de veiligheidszones rondom offshore-installaties. Deze 'beschermde eilandjes' zijn interessante gebieden om het effect van visserij te bestuderen. In 2004 is een dergelijk gebied nabij het Friese Front vergeleken met intensief bevist gebied. Dit beschermde eilandje heeft zich ruim 20 jaar ongestoord kunnen ontwikkelen.
De verschillen tussen het onbeviste en de beviste gebieden waren duidelijk. Opvallend in het onbeviste gebied waren de hogere dichtheden van kwetsbare schelpensoorten, zowel de langlevende (o.a. de noordkromp en bolle papierschelp) als de korter levende (onder andere de glanzende dunschaal en gedoornde hartschelp). Ook waren de dichtheden van diep gravende kreeftjes hoger. De gravende kreeftjes hebben een groot effect op bodemstructuur, bodemchemie, mineralisatie en op de verspreidingspatronen van andere soorten bodemdieren. De bemonstering liet verder zien dat er in het onbeviste gebied meer soorten aanwezig waren en dat er een hogere biodiversiteit was.

Langlevende soorten hebben het meest te lijden onder boomkorvisserij

Bij soorten die lang kunnen leven wordt het overgrote deel van de populatie voortijdig gedood, dat wil zeggen voordat ze door natuurlijke oorzaken sterven. Dat leidt tot een verschuiving in de leeftijdsopbouw naar jongere dieren of zelfs tot het geheel verdwijnen van soorten die een onregelmatige of vrijwel afwezige broedval hebben. Onderzoek naar langetermijneffecten wijst op een afname van dichtheden van tweekleppigen en sommige kreeftachtigen, en op een toename van kleine, kortlevende wormen.

Tabel 1: Maximale levensduur en sterfte bodemdieren
  Maximum levensduur Visserijmortaliteit
Soort Nederlandse naam jaren % per jaar
Aphrodita aculeata Fluwelen zeemuis 10 21
Gari fervensis Geplooide zonneschelp 14 35
Urothoe poseidonis Gravende zakpijp 10 14
Mactra corallina Grote strandschelp 12 15
Astropecten irregularis Kamster 10 14
Ensis ensis Kleine zwaardschede 10 17
Ensis spp. Mesheft 12 11
Arctica islandica Noordkromp 405 11
Turritella communis Penhoren 10 13
Spisula solida Stevige strandschelp 10 24
Chamelea gallina Venusschelp 24 24
Abra alba Witte dunschaal 10 25

Nederland neemt maatregelen om zeebodem te beschermen

Bescherming van de zeebodem is een van de speerpunten binnen het Europese zeebeleid (Kaderrichtlijn Mariene Strategie). Voor de zeebodem is het doel: "Integriteit van de zeebodem is zodanig dat de structuur en de functies van de ecosystemen gewaarborgd zijn en dat met name benthische ecosystemen niet onevenredig worden aangetast.'' Het Nederlandse beleid wil daarom rond het jaar 2016 zo'n 10 tot 15 % van de zeebodem sluiten voor visserij met zware wekkerkettingen. Voor minder schadelijke typen visserij is dan waarschijnlijk nog wel plek. Met deze maatregelen moet de omvang, conditie en verspreiding van langlevende en/of kwetsbare soorten verbeterd worden.

Voor boomkorvisserij gesloten gebieden

De biodiversiteit van bodemdieren is relatief hoog in de diepere slibrijke omgeving van het Friese Front en de Oestergronden, twee gebieden in het midden van de Noordzee. Daar komen bijvoorbeeld veel langlevende schelpdiersoorten voor, zoals de noordkromp. De overheid wil daarom een deel van deze gebieden sluiten voor zware boomkorvisserij om de kwaliteit van de zeebodem te verbeteren. In andere gebieden zoals het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone is in 2011 al een akkoord met de visserij bereikt over de beschermingsmaatregelen (VIBEG akkoord). Ook voor de kust van Zeeland ligt al een bodembeschermingsgebied dat gesloten is voor zware boomkorvisserij.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bodemfauna Noordzee en boomkorvisserij

Omschrijving

Effecten boomkorvisserij

Verantwoordelijk instituut

IMARES

Berekeningswijze

Gebaseerd op o.a.: Duineveld et al. (2007)

Basistabel

Gegevens uit: Duineveld et al. (2007)

Geografisch verdeling

Noordzee

Andere variabelen

n.v.t.

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Bergman, M.J.N. & J.W. van Santbrink (2000) Fishing mortality of populations of megafauna in sandy sediments. In: Kaiser M.J. & S.J. De Groot (eds) Effects of fishing on non-target species and habitats: biological, conservation and socio-economic issues. Blackwell Science, Oxford, p 49-69Bos OG, Witbaard R, Lavaleye M, Van Moorsel G, Teal LR, Van Hal R, Van der Hammen T, Ter Hofstede R, Van Bemmelen R, Witte RH, Geelhoed S, Dijkman EM (2011) Biodiversity hotspots on the Dutch Continental Shelf: A Marine Strategy Framework Directive perspective, Report C071/11, IMARESDuineveld, G.C.A., M.J.N. Bergman & M.S.S Lavaleye (2007) Effects of an area closed to fisheries on the composition of the benthic fauna in the southern North Sea. ICES J Mar Sci 64:899-908Groenewold, S. & M. Fonds (2000) Effects on benthic scavengers of discards and damaged benthos produced by the beam trawl fishery in the southern North Sea. ICES J Mar Sci 57I&M, EL&I (2012) Ontwerp Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee, Deel ILavaleye, M.S.S., H.J. Lindeboom & M.J.N. Bergman (2000). Macrobenthos van het Nederlands Continentaal Plat. Rapport ecosysteemdoelen Noordzee. NIOZ-rapport 2000-4. Texel.Lindeboom, H.J. (2008) Gebiedsbescherming Noordzee: discussienota over habitattypen, instandhoudingdoelen en beheermaatregelen. Report No. C035/08, Wageningen IMARES, TexelLindeboom, H.J., E.M. Dijkman, O.G. Bos, E.H. Meesters, J.S.M. Cremer, I. de Raad, R. van Hal & A. Bosma (2008) Ecologische Atlas Noordzee ten behoeve van gebiedsbescherming. Wageningen IMARES

Opmerking

Indicatoren voor kwaliteit zeebodem:
Om de kwaliteit van de zeebodem te meten, zijn metingen aan de bodemdieren nodig. Bruikbare informatie is onder meer de soortenrijkdom, de biomassa, de dichtheid, de lengteverdeling en het aandeel kwetsbare soorten. Nederland zal bij het ontwikkelen van indicatoren aanhaken bij andere landen via regionale zeeconventies, zoals OSPAR (Noordwest Atlantische Oceaan), zodat vergelijking van de zeebodemkwaliteit tussen landen mogelijk is.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Bodemfauna Noordzee en boomkorvisserij (indicator 1251, versie 04 , 28 augustus 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.