Verhuizingen, 2023
In 2023 zijn 1,73 miljoen personen verhuisd. Dat is 9,7 procent van de bevolking. De verhuismobiliteit lag daarmee iets lager dan het jaarlijkse gemiddelde vanaf 2022 (10,1 procent). In de jaren na de financiële crisis (2008) raakte de woningmarkt in het slop en daalde het aantal verhuizingen sterk. Het dieptepunt van de verhuismobiliteit lag in 2011, toen nog 8,7 procent van de bevolking verhuisde. Vanaf 2014 nam de verhuismobiliteit weer sterk toe tot een piek van 11,0 procent in 2017. Ook in de jaren daarna bleven relatief veel mensen verhuizen. In 2022 daalde de verhuismobiliteit weer sterk, naar 9,6 procent. In 2023 lag deze dus weer iets hoger dan in het jaar ervoor.
Bijna de helft verhuisde naar een andere gemeente
Van de in 2023 verhuisde personen zijn iets meer dan de helft (53%) binnen dezelfde gemeente verhuisd; 47 procent vertrok naar een andere gemeente. Het aandeel verhuizers dat naar een andere gemeente vertrekt is in de afgelopen decennia toegenomen. In 1993 bijvoorbeeld verhuisde nog 63 procent binnen de eigen gemeentegrenzen. Ondanks dat veel gemeenten groter zijn geworden door een gemeentelijke herindeling, is er een trend van meer verhuizingen naar een andere gemeente. Een onderliggende reden voor het toegenomen aandeel verhuizingen tussen gemeenten is de groei van het aantal studenten in het hoger onderwijs. Jongeren, die uit huis gaan om te studeren, verhuizen vaak naar een studentenstad en dus naar een andere gemeente. Van de kinderen die in 2023 uit huis gingen en zelfstandig gingen wonen, verhuisde 63 procent naar een andere gemeente. Ter vergelijking, van de mensen die verhuisden als onderdeel van een gezin met kinderen vertrok slechts 38 procent naar een andere gemeente. Ook speelt de laatste jaren mee dat er meer asielmigratie is. Zodra asielmigranten een verblijfsstatus krijgen en het AZC verlaten, verhuizen zij meestal naar een andere gemeente.
Van degenen die naar een andere gemeente verhuisden, bleef 57 procent binnen dezelfde provincie en 27 procent verhuisde naar een aangrenzende provincie. 16 procent van degenen die in een andere gemeente gingen wonen, verhuisde naar een verder weg gelegen provincie.
In Zuid-Holland werd het meest binnen de eigen provincie verhuisd. Ongeveer 30 procent van degenen die in 2023 naar een andere gemeente gingen, vertrok naar een andere provincie. In Flevoland was dit echter 78 procent met Noord-Holland als belangrijkste bestemming. Tussen Almere en Amsterdam zijn bijvoorbeeld veel verhuisbewegingen.
Twintigers verhuizen het meest
Ruim een derde van de verhuizingen komt voor rekening van twintigers. Vanaf de leeftijd van achttien jaar stijgt het aantal personen dat verhuist aanzienlijk. Op 24-jarige leeftijd is het aantal verhuizingen van mannen 5,0 keer zo hoog als op de leeftijd van 15 jaar, van vrouwen zelfs 6,1 keer. In die levensfase verlaten kinderen het ouderlijk huis, gaan studeren, vinden een baan of wisselen van baan, vinden een partner of wisselen mogelijk van partner met allerlei verhuisbewegingen tot gevolg. De stijging vindt bij vrouwen iets eerder plaats dan bij mannen. Dat is in lijn met het feit dat vrouwen gemiddeld op jongere leeftijd het ouderlijk huis verlaten dan mannen.
Opvallend is dat er in 2023 9 procent (25 duizend personen) meer 17- tot 22-jarigen verhuisden dan in 2022. Bij de 19-jarigen was de stijging zelfs 21 procent. Deze stijging hangt waarschijnlijk samen met de afschaffing van het leenstelsel. Vanaf het studiejaar 2023/2024 krijgen studenten weer een basisbeurs, die hoger uitvalt voor uitwonende studenten. Dit maakt het voor studenten weer aantrekkelijker om uit huis te gaan. Na de invoering van leenstelsel in 2014/2015 daalde juist het aantal studenten dat uit huis ging.
Naarmate mensen ouder worden is de verhuismobiliteit steeds lager. Ouders met kinderen die nog niet naar school gaan verhuizen vaker dan gezinnen met schoolgaande kinderen.
Meer verhuizingen naar gemeenten buiten de Randstad
Vanaf 2014 verhuizen meer mensen vanuit de Randstad naar gemeenten daarbuiten. Ook in 2023 verloren de metropoolregio’s van Amsterdam en Rotterdam/Den Haag inwoners als gevolg van binnenlandse verhuizingen. Positieve verhuissaldi waren vooral te vinden in Flevoland en in grote delen van Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe, net als in studentensteden als Groningen en Nijmegen. Ook in delen van Friesland, Zeeland en Limburg kwamen er per saldo inwoners bij door verhuizingen.
Bronnen
- CBS (2025). Statline: Regionale kerncijfers Nederland. CBS, Den Haag.
- CBS (2025). StatLine - Verhuisde personen; binnen gemeenten, tussen gemeenten, regio. CBS, Den Haag.
- CBS (2025). StatLine - Verhuisde personen; geslacht, leeftijd en regio per maand, Den Haag.
Relevante informatie
- Bevolkingsgroei, 2016-2024
- Meer gegevens over de demografische samenstelling, en prognoses van de ontwikkeling van de bevolking is te vinden in de databank StatLine van het CBS.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Verhuizingen, 2023
- Omschrijving
Aantal verhuisde personen in Nederland in 2023
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
Migratiesaldo:aantal personen dat zich gevestigd heeft in 2023 - aantal personen dat vertrokken is in 2023.
Gemiddelde bevolking: (bevolkingsaantal op 1 januari 2023 + bevolkingsaantal op 31 december 2023) / 2.- Basistabel
Statline (CBS):
Regionale kerncijfers Nederland
Verhuisde personen; binnen gemeenten, tussen gemeenten, regio.
Verhuisde personen; geslacht, leeftijd en regio per maand- Geografische verdeling
Nederland, provincies, gemeenten
- Verschijningsfrequentie
Onregelmatig
- Achtergrondliteratuur
Zie voor de methodenbeschrijving de onderzoeksbeschrijving van de bevolkingsstatistiek.
- Betrouwbaarheidscodering
A (Integrale waarneming)
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Verhuizingen, 2023 (indicator 2112, versie 07, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.