Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Gebruiksfuncties van de Noordzee, circa 2000

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het Nederlands Continentaal Plat wordt intensief gebruikt. Economische gebruiksfuncties als scheepvaart, visserij, en de winning van gas, olie en oppervlaktedelfstoffen staan op gespannen voet met de natuurfuncties van de Noordzee.

Het is druk op de Noordzee

De Noordzee is niet de lege ruimte die het lijkt vanaf de wal. Op het Nederlands Continentaal Plat (NCP), het Nederlands deel van de Noordzee ter grootte van 57 duizend km2, vindt een groot aantal activiteiten plaats die tezamen veel ruimte vragen. Veel van deze activiteiten staan op gespannen voet met de natuurfuncties van het gebied.

  • Scheepvaart. Milieu en veiligheid zijn belangrijke thema's van het Nederlandse zeescheepvaartbeleid. Het huidige beleid stelt zich een permanente verbetering van het bereikte veiligheidsniveau als doel, waarbij de inspanningen zich vooral richten op het beperken van de gevolgen van ongevallen. Om het drukke verkeer voor de Nederlandse kust in goede banen te leiden zijn er verkeersscheidingsstelsels aangelegd.
  • Zie ook: Zeescheepvaart in Nederland, 1990-2016
  • Visserij. In Nederland zijn zo'n 400 zeevissers actief. Het visserijbeleid richt zich op een goede balans tussen visserij en natuur op basis van een duurzaam beheer van de visbestanden. Diverse maatregelen moeten dit bewerkstelligen: zo worden jaarlijks in EU-verband vangsthoeveelheden (TACs: Total Allowable Catches) vastgesteld. Visserijmaatregelen worden regelmatig bijgesteld.
  • Zie ook:
  • Olie- en gaswinning. Voor de opsporing, winning en het vervoer van olie en gas is een netwerk van ongeveer 150 platforms en 2560 kilometer pijpleidingen in de Noordzee aangelegd. Het Ministerie van EZ verzorgt en handhaaft in het kader van de Mijnwetgeving de vergunningen en MER-procedures voor de opsporing en winning van olie en gas. Bij de vergunningverlening worden aspecten als economie, ruimte, natuur, milieu en andere gebruiksfuncties in de besluitvorming meegenomen. Er bestaan vergunningen voor de opsporing en winning van olie en gas op 41,6% van het NCP (TNO-NITG, 2004).
  • Baggeren en ontgrondingen. Baggeren gebeurt om de vaargeulen op diepte te houden en de oppervlaktedelfstoffen zand, grind en schelpen te winnen. De overheid bepaalt waar en wanneer hoeveel gebaggerd mag worden, en waar baggerspecie gestort moet worden. In de daartoe aangewezen baggerstortgebieden mag alleen specie gestort worden die aan bepaalde milieueisen voldoet. De winning van zand, schelpen en grind is aan vergunningen gebonden. Jaarlijks wordt circa 25 miljoen m3 zand gewonnen.
  • Kabels. Op de bodem van de Noordzee ligt een uitgebreid netwerk aan kabels voor telecommunicatie (meer dan 2000 kilometer) en elektriciteit. Voor het leggen van een kabel is een vergunning nodig van de directie Noordzee (V&W). Daar wordt ook de route mee afgestemd en worden de randvoorwaarden gesteld. Zo moeten kabels op een bepaalde diepte liggen en mogen ze bepaalde gebieden niet doorkruisen omdat die gereserveerd zijn voor andere activiteiten. Kabels en pijpleidingen voor de olie- en gaswinning vallen onder de Mijnwetgeving.
  • Militaire oefeningen. Militaire oefengebieden eisen ruimte op, vooral vanwege de veiligheid, vervuiling met in zee terechtgekomen munitie, en geluidsoverlast.
  • Recreatie en toerisme. Op de Noordzee wordt volop gerecreĆ«erd (o.a. zeilen, sportvissen, surfen, zwemmen).
  • Windenergie. Het winnen van windenergie door middel van windmolenparken op zee is een nieuwe gebruiksfunctie die veel ruimte vraagt. Voor het plaatsen, onderhouden en verwijderen van de windmolens is een vergunning Wet beheer rijkswaterstaatwerken nodig. Bij de toekenning wordt onder andere gekeken naar de veiligheid voor scheepvaart, milieu, natuurwaarden van het gebied en de samenhang met overige gebruiksfuncties. Op dit moment is een vergunning afgegeven voor het eerste offshore windmolenpark Q7-WP en voor het demonstratieproject Near Shore Windpark. Beide zullen naar verwachting in 2005 gerealiseerd worden.

Bedreigingen en risico's

De grootste bedreigingen van het natuurlijke ecosysteem vormen de visserij (met boomkor), scheepvaart en de aanvoer van nutriƫnten in de kustzone. Van deze drie bedreigingen is de visserij het meest ingrijpend, vanwege de invloed op bodemfauna, visfauna en vogels. Een speciaal risico loopt de kustzone: deze kent een stapeling van gebruiksfuncties, waardoor een cumulatie van milieudruk optreedt met daaraan verbonden extra negatieve milieueffecten.

Beleid

Door de groei van gebruiksfuncties neemt de druk op de natuur en ruimte op de Noordzee steeds verder toe. Mede hierdoor zijn beleid en regelgeving voor het gebied zeer divers. Doel van het beleid is een basis te geven voor een evenwicht tussen het gebruik (economische gebruiksfuncties) en het behoud en beheer van de natuur (ecologie) van de Noordzee (VROM, 1993; VROM e.a., 2004). Een concretisering van het Noordzee beleid naar een beheerpraktijk zal worden vormgegeven in het Integraal Beheerplan Noordzee 2015.Naast nationaal beleid en regelgeving zijn er internationaal ook afspraken gemaakt over de Noordzee. Zo geldt op het Nederlands deel van de Noordzee o.a. ook EU-regelgeving. Deze heeft voornamelijk betrekking op waterkwaliteit, natuur en milieu en visserij (o.a. Basisverordening Visserij, Kaderrichtlijn water en de Habitat- en Vogelrichtlijn). Ook gelden er een groot aantal internationale verdragen. Het betreft hierbij overeenkomsten tussen verschillende landen over een specifiek onderwerp. Na ratificatie dienen de bepalingen uit deze verdragen opgenomen te worden in de Nederlandse wet- en regelgeving. Het gaat hierbij o.a. om milieubeschermingsverdragen zoals het verdrag van Bern en OSPAR-verdrag. Het laatstgenoemde verdrag bevat o.a. internationale afspraken over de beperking van de toevoer van verontreinigende stoffen naar de Noordzee, de veiligheid van de scheepvaart en delfstoffenwinning, en de vermindering van de overbevissing.

Referenties

  • NITG-TNO (2004). Olie en gas in Nederland; jaarverslag 2003 en prognose 2004-2013. Ministerie van EZ, Den Haag.
  • VROM (1993). Vierde Nota Ruimtelijke Ordening extra; deel 4: Planologische Kernbeslissing nationaal ruimtelijk beleid. Ministerie van VROM, Den Haag.
  • VROM, LNV, V&W en EZ (2004). Nota Ruimte. Ministerie van VROM, Ministerie van LNV, Ministerie van V&W en Ministerie van EZ, Den Haag.

Relevante informatie

  • Noordzeeloket, voor informatie over gebruiksfuncties, beleid, regelgeving, etc. m.b.t. de Noordzee. Deze website bevat ook de Noordzee-atlas, waarin gebruikskaarten opgenomen zijn voor o.a. olie- en gaswinning, kabels en baggerstortplaatsen (situatie 2002/2003).
  • Olie en gas in Nederland, voor informatie en kaarten m.b.t. de olie- en gaswinning op het Nederlands Continentaal Plat.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Gebruiksfuncties van de Noordzee, circa 2000 (indicator 0064, versie 03 , 28 september 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.