Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Luchtkwaliteit

Relatie ontwikkelingen emissies en milieukwaliteit

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) bieden de mogelijkheid een onafhankelijke validatie uit te voeren op trends in emissies en de hieruit berekende concentraties. Hieruit blijkt dat zowel de emissies als de gemeten concentraties van stikstofoxiden, fijn stof, ammoniak en zwaveldioxide een dalende trend vertonen.

Stikstofoxiden

De concentraties van stikstofoxiden (NOx) in drukke straten lopen in de pas met de emissies van verkeer in steden. Alleen de laatste jaren dalen de concentraties sterker dan de gerapporteerde emissies.

Zwaveldixode

Voor zwaveldioxide (SO2) lopen emissies in Noordwest-Europa en concentraties even sterk naar beneden. De pieken in de concentratie komen door verhoogde concentraties tijdens vorstperioden. Door het grootschalige verspreidingspatroon van zwaveldioxide zijn de emissies in Noordwest-Europa bepalender voor de concentraties in Nederland dan de Nederlandse emissies.

Fijn stof

Bij fijn stof (PM10) is de relatie tussen emissies en concentraties minder eenvoudig te leggen en de vergelijking is daarom onzekerder. Berekening van de concentratie met verspreidingsmodellen geven ongeveer de helft van de gemeten regionale concentraties van fijn stof. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door natuurlijke bronnen, waarvan de emissies niet goed bekend zijn. In recent onderzoek is een redelijk sluitende balans van de herkomst van fijn stof gevonden. De vergelijking tussen emissies en gemeten concentraties voor fijn stof wordt tevens bemoeilijkt doordat een deel van fijn stof in de lucht wordt gevormd door de reactie van stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). Deze vormingsprocessen verlopen niet geheel evenredig met de emissies.

Ammoniak

Het dalende verloop van de emissie van ammoniak (NH3) wordt teruggevonden in het concentratieverloop. Het concentratieverloop wordt mede beïnvloed door meteorologische omstandigheden. Deze kunnen sterk van jaar tot jaar verschillen en kunnen de trend in de emissies maskeren. In eerdere Milieubalansen werd geconcludeerd dat de berekende afname in de emissie van ammoniak niet was terug te zien in de concentratiemetingen van ammoniak over de periode 1993-1997. Dit verschijnsel werd destijds het ammoniakgat genoemd. Op basis van de huidige, langere meetreeks kan nu worden geconcludeerd dat dit verschijnsel niet meer optreedt. Wel is er nog steeds een verschil van circa 25% tussen de gemeten en berekende concentraties van ammoniak. Dit verschil kan verklaard worden uit onderschatting van emissies en onjuiste modelparameters. Bij de modelparameters zijn er vooral aanwijzingen dat droge depositiesnelheden van ammoniak worden overschat. Op beide punten is onderzoek ingezet. Bij de depositieberekeningen van ammoniak voor Nederland worden overigens gecorrigeerd voor dit verschil.

Referenties

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Relatie ontwikkelingen emissies en milieukwaliteit (indicator 0081, versie 04 , 29 augustus 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.