Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verzuring en vermesting

Benutting van de plaatsingsruimte door stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De plaatsingsruimte voor fosfaat werd in 2001 op landelijk niveau voor ruim 80% benut, voor stikstof was dit bijna 50%. In Noord-Brabant lag het gebruik van fosfaat ruim 10% boven de toegestane hoeveelheid.

Toename benutting plaatsingsruimte in 2001

Het verschil tussen de mineralenaanvoer en -afvoer per bedrijf is het mineralenoverschot. De plaatsingsruimte of gebruiksruimte volgens het mineralenaangiftesysteem MINAS is het maximaal toegestane overschot in kg stikstof of fosfaat per hectare. De plaatsingsruimte wordt berekend als de som van het toegestane verlies (verliesnorm) en de afvoer met het gewas (afvoernorm). De aanscherping van de normen leidt jaarlijks tot een verkleining van de plaatsingsruimte; er mag steeds minder stikstof en fosfaat gebruikt worden. In 2001 werd landelijk de wettelijke plaatsingsruimte voor fosfaat voor 82% benut. Voor stikstof was dit 49%. Bij de plaatsingsruimte voor stikstof wordt ook rekening gehouden met aanvoer uit kunstmest. De benutting van de plaatsingsruimte is in vergelijking met 2000 toegenomen.

Regionale verschillen

Noord-Brabant is in 2001 de provincie met het hoogste gebruik van fosfaat per hectare cultuurgrond. Het gebruik in deze provincie lag ruim 10% boven de maximaal toegestane hoeveelheid.

Transport van mest

Om binnen de wettelijke plaatsingsruimte te blijven zetten veel boeren hun fosfaatproductie af bij andere bedrijven. In 2001 gebeurde dit voor ruim eenderde van de fosfaatproductie. De Mestafzet buiten de landbouw, 2000-2018 groeide in 2001 opnieuw (met 17%) in vergelijking met het voorgaande jaar.

Normen voor de plaatsingsruimte

In 2001 bedroeg de plaatsingsruimte voor bedrijven die verplicht zijn een mineralenboekhouding bij te houden 100 kg fosfaat (P2O5) per ha bouwland en 110 kg fosfaat per ha grasland. Dit is berekend als het wettelijk toegestane verlies (35 kg P2O5 per ha) vermeerderd met de gemiddelde onttrekking door het gewas (bouwland: 65 kg P2O5 per ha en grasland: 75 kg P2O5 per ha). Voor stikstof was in 2001 de plaatsingsruimte 290 kg N per ha bouwland gelegen op uitspoelingsgevoelige en overige zandgronden en 315 kg N per ha bouwland gelegen op veen- en kleigronden en 530 kg per ha grasland. De plaatsingsruimte is berekend als het wettelijk toegestane verlies (125 kg N per ha bouwland gelegen op uitspoelingsgevoelige en overige zandgronden en 150 kg N per ha bouwland gelegen op veen- en kleigronden en 250 kg N per ha grasland) vermeerderd met de gemiddelde onttrekking door het gewas (bouwland: 165 kg N per ha en grasland: 280 kg N per ha).

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de benutting van de plaatsingsruimte voor fosfaat zijn te vinden op Statline (CBS).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Benutting van de plaatsingsruimte door stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2001 (indicator 0091, versie 04 , 3 oktober 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.