Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verzuring en vermesting

Benutting van de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De plaatsingsruimte voor fosfaat wordt in 2003 op landelijk niveau voor 85% benut, voor stikstof is dit 48%. In Utrecht en Noord-Brabant ligt het gebruik van fosfaat iets boven de berekende plaatsingsruimte.

Benutting van de plaatsingsruimte voor fofaat al enkele jaren rond 80%

De aanscherping van de normen leidt jaarlijks tot een verkleining van de plaatsingsruimte (er mag minder stikstof en fosfaat gebruikt worden). Daarnaast wordt jaarlijks minder stikstof en fosfaat door de veestapel geproduceerd. Sinds 1998 wordt landelijk de wettelijke plaatsingsruimte voor fosfaat voor ongeveer 80% benut. Voor stikstof is dit 45 à 50%. Bij de plaatsingsruimte voor stikstof wordt ook rekening gehouden met aanvoer uit kunstmest.

Regionale verschillen

Noord-Brabant heeft in 2003 het hoogste gebruik van fosfaat per hectare cultuurgrond (97 kg/ha), ongeveer tweemaal zo hoog als Zeeland (50 kg/ha).

Transport van mest

Om binnen de wettelijke plaatsingsruimte te blijven zetten veel boeren hun fosfaatproductie af bij andere bedrijven. In 2003 gebeurt dit voor ruim eenderde van de fosfaatproductie. De export van fosfaat daalt in 2003 als gevolg van de vogelpest met 40% ten opzichte van 2002.

Wat is de plaatsingsruimte?

De plaatsingsruimte of gebruiksruimte wordt berekend als de som van het toegestane mineralenoverschot op een bedrijf (toegestaan verlies) en de afvoer met het gewas.
In 2003 bedraagt de plaatsingsruimte voor bedrijven die verplicht zijn een mineralenboekhouding bij te houden 95 kg fosfaat (P2O5) per ha bouwland en 88 kg fosfaat per ha grasland. Dit is berekend als het wettelijk toegestane verlies (bouwland: 30 kg P2O5 per ha en grasland: 20 kg P2O5 per ha) vermeerderd met de gemiddelde onttrekking door het gewas (bouwland: 65 kg P2O5 per ha en grasland: 68 kg P2O5 per ha).
De plaatsingsruimte voor stikstof in 2003 op bouwland is 265 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige zandgronden en 275 kg N per ha op overige zandgronden en 315 kg N per ha op veen- en kleigronden. De plaatsingsruimte is berekend als de som van de afvoer met het gewas (165 kg N per ha) en het toegestane verlies (100 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige gronden, 110 kg N per ha op overige zandgronden en 150 kg N per ha op veen- en kleigronden).
De plaatsingsruimte voor stikstof in 2003 op grasland is 442 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige zandgronden en 472 kg N per ha op overige gronden. De plaatsingsruimte is berekend als de som van de gemiddelde onttrekking door het gewas (252 kg N per ha) en het toegestane verlies (190 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige gronden en 220 kg N per ha op overige gronden).

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de benutting van de plaatsingsruimte voor fosfaat zijn te vinden op StatLine (CBS).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Benutting van de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2003 (indicator 0091, versie 06 , 3 oktober 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.