Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verzuring en vermesting

Benutting van de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De plaatsingsruimte voor fosfaat wordt in 2005 op landelijk niveau voor 87 procent benut, voor stikstof is de benuttingsgraad 54 procent. In Noord-Brabant en Limburg ligt het gebruik van fosfaat boven de berekende plaatsingsruimte.

Benutting van de plaatsingsruimte voor fofaat al enkele jaren rond 80 procent

De aanscherping van de normen leidt jaarlijks tot een verkleining van de plaatsingsruimte (er mag minder stikstof en fosfaat gebruikt worden). Daarnaast wordt jaarlijks minder stikstof en fosfaat door de veestapel geproduceerd. Sinds 1998 wordt landelijk de wettelijke plaatsingsruimte voor fosfaat voor ongeveer 80 procent benut. Voor stikstof is dit 45 à 50 procent. Bij de plaatsingsruimte voor stikstof wordt ook rekening gehouden met aanvoer uit kunstmest.

Regionale verschillen

Noord-Brabant heeft in 2005 het hoogste gebruik van fosfaat per hectare cultuurgrond (106 kg per ha), ruim tweemaal zo hoog als Zeeland (52 kg per ha).

Transport van mest

Om binnen de wettelijke plaatsingsruimte te blijven, voeren veel boeren een deel van hun fosfaatproductie af naar andere landbouwbedrijven of naar het buitenland. In 2005 gebeurt dit voor ruim eenderde van de fosfaatproductie. De export van fosfaat neemt in 2005 iets toe ten opzichte van 2004.

Wat is de plaatsingsruimte?

De plaatsingsruimte of gebruiksruimte wordt berekend als de som van het toegestane mineralenoverschot op een bedrijf (toegestaan verlies) en de afvoer met het gewas.
In 2005 bedraagt de plaatsingsruimte voor bedrijven die verplicht zijn een mineralenboekhouding bij te houden 85 kg fosfaat (P2O5) per ha bouwland en 96 kg fosfaat per ha grasland. Dit is berekend als het wettelijk toegestane verlies (bouwland en grasland: 20 kg P2O5 per ha) vermeerderd met de gemiddelde onttrekking door het gewas (bouwland: 65 kg P2O5 per ha en grasland: 76 kg P2O5 per ha).
De plaatsingsruimte voor stikstof in 2005 op bouwland is 245 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige zandgronden en 265 kg N per ha op overige zandgronden en 290 kg N per ha op veen- en kleigronden. De plaatsingsruimte is berekend als de som van de afvoer met het gewas (165 kg N per ha) en het toegestane verlies (80 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige gronden, 100 kg N per ha op overige zandgronden en 125 kg N per ha op veen- en kleigronden).
De plaatsingsruimte voor stikstof in 2005 op grasland is 406 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige zandgronden en 446 kg N per ha op overige gronden. De plaatsingsruimte is berekend als de som van de gemiddelde onttrekking door het gewas (266 kg N per ha) en het toegestane verlies (140 kg N per ha op uitspoelingsgevoelige gronden en 180 kg N per ha op overige gronden).

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de benutting van de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat zijn te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Technische toelichting

Het artikel Transport en gebruik van mest en mineralen (CBS, 2006) geeft een korte methodebeschrijving van het onderzoek.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Benutting van de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, 2005 (indicator 0091, versie 08 , 19 november 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.