Verzurende depositie, 1990-2025

In 2024 bedroeg de gemiddelde verzurende depositie in Nederland ongeveer 1.910 mol zuur-equivalenten per hectare. Vergeleken met 1990 is dat een daling van 57%. Deze afname is vooral te danken aan de vermindering van de uitstoot van zwaveldioxide. 

Dalende trend maar na 2010 kleinere daling

De landelijk gemiddelde depositie van verzurende stoffen is sinds 1990 meer dan gehalveerd. In 1990 bedroeg de depositie van verzurende stoffen, gemiddeld over Nederland, nog 4.445 mol zuur-equivalenten per hectare. Dit is tot 2010 gedaald tot 2.150 mol zuur-equivalenten per hectare. Na 2010 is de afname minder groot en in sommige jaren is sprake van een stijging. In 2024 bedroeg de verzurende depositie nog circa 1.910 mol per hectare. De verzurende depositie in 2025 is met voorlopige gegevens berekend en is lager dan in 2024. 

Potentieel verzurende depositie en daadwerkelijke verzuring

Met de verzurende depositie wordt de potentieel verzurende depositie bedoeld. Dit is de maximale verzuring die kan ontstaan door neerslag van zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak. Deze stoffen en de nieuwe stoffen die daaruit worden gevormd, kunnen de bodem en het water zuurder maken. De daadwerkelijke verzuring in bodem en water kan in de praktijk minder zijn, doordat het zuur op andere stoffen reageert. 

Oorzaken afname verzurende depositie 

De depositie van verzurende stoffen is sinds 1990 vooral afgenomen door de afname van de uitstoot van zwaveldioxide. De emissies van stikstofoxiden en ammoniak zijn ook gedaald, maar minder sterk. Zie de website van Emissieregistratie (Overzichtstabellen Lucht):

  • De emissie van zwaveldioxide is in Nederland vanaf 1990 met 92% afgenomen. Deze sterke afname komt door de overschakeling van olie op gas door raffinaderijen en de chemische industrie, door maatregelen als rookgasontzwaveling en door inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales. Ook de emissies van zwaveldioxide door verkeer zijn afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen. 
  • De emissie van stikstofoxiden in Nederland daalde sinds 1990 met 62%. Deze daling is het resultaat van maatregelen zoals invoering van katalysatoren, strengere emissie-eisen aan personenauto’s en vrachtverkeer, betere isolatie en ketels in woningen en gebouwen en een lagere inzet van steenkool voor energieproductie.
  • De emissie van ammoniak in Nederland is sinds 1990 met 67% gedaald. Deze emissiedaling is het gevolg van maatregelen in de landbouw, zoals het direct onderwerken van mest bij de aanwending, verbeterde voersamenstelling, het gebruik van emissiearme stallen en het afdekken van mestsilo’s.
  • Bovendien zijn de buitenlandse emissies van ammoniak en vooral stikstofoxiden in dezelfde periode afgenomen.

Het relatieve belang van de stikstofverbindingen (afkomstig van de emissies van ammoniak en stikstofoxiden) in de zuurdepositie is sinds 1990 toegenomen. Dit komt omdat de emissie van zwaveldioxide het sterkst zijn gedaald. De verzurende depositie kan per jaar door weersomstandigheden tot circa 10% fluctueren, zelfs als de emissies gelijk blijven. 

Nederlandse emissiebronnen dragen voor ongeveer twee derde bij aan de verzurende depositie. Daarvan levert de Nederlandse landbouw de grootste bijdrage. Buitenlandse bronnen dragen voor een derde bij aan de verzurende depositie in Nederland. Zie ook Herkomst verzurende depositie. 

Regionale verschillen in de verzurende depositie

Regionaal komen grote verschillen voor in de verzurende depositie in Nederland. In met name de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van meer dan 4.000 mol per hectare per jaar. Dat komt door de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij. Daarnaast komt ammoniak veelal dichtbij de grond vrij en deponeert relatief snel. Deze combinatie zorgt ervoor dat er meer ammoniak dichtbij de bron neerkomt dan bijvoorbeeld het geval is bij stikstofoxiden. Zo slaat binnen een afstand van 500 meter van de bron circa 5% van de ammoniak en 2,5% van de stikstofoxiden neer. Op grotere afstand van de bron slaat relatief minder stikstof neer omdat ammoniak en stikstofoxiden steeds meer verdunnen in de lucht. Maar de neerslag komt wel in een veel groter gebied neer. Dit zorgt dus voor een grotere totale stikstof depositie over een uitgestrekter gebied. Binnen een afstand van 250 kilometer van de bron, is ongeveer 80% van de ammoniak en 40% van de stikstofoxiden neergeslagen. Daarbij is vooral de ruwheid van het terrein belangrijk. Een hogere ruwheid (b.v. een bos of een stad) vangt meer ammoniak (en ook stikstofoxiden) af dan een glad terrein.

Bronnen

  • RIVM, 2026, ‘Grootschalige concentratiekaarten Nederland. Rapportage 2026’. S. Mijnen-Visser, L. Graas, L.P.I. Glaese, S.B. Hazelhorst, L.A. de Jongh, G.J.C. Stolwijk, W.J. de Vries, S. Zuidberg. Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2026. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: RIVM-rapport 2026-0026.
  • RIVM, 2026. ‘Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026’. Auteurs: S.B. Hazelhorst., K.M.F. Brandt, L.P.I. Glaese, L.A.M. Graas, L.A de Jongh, J.D. de Lange, S. Mijnen-Visser, T.N.P. Nguyen, J.M. Schram, G.J.C. Stolwijk, W.J. de Vries, S. Zuidberg Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026. Rapport 2026-0018. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Verzurende depositie in Nederland

Omschrijving

Depositie van zuur in Nederland op basis van modelberekeningen, uitgesplitst naar bijdragen van geoxideerd zwavel (SOx), gereduceerd stikstof (NHx), geoxideerd stikstof (NOy) en overig zuur.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

De periode 1990 - 2004 is berekend met OPSv433 (OPS  = Operationele Prioritaire Stoffen model). De reeks vanaf 2005 wordt jaarlijks herberekend (Historische reeks verzurende depositie) met de meest recente OPS versie en consistente emissiegegevens. Voor beide periodes is een kalibratie aan de hand van metingen uitgevoerd. Voor de reeks vanaf 2005 worden naast LML-metingen ook MAN-metingen gebruikt. Door het grote aantal metingen is vanaf 2005 een ruimtelijke kalibratie van de droge NHx depositie toegepast. Zie voor meer informatie Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026. 

Het laatste jaar van deze reeks is een voorlopig cijfer dat een jaar later nog kan wijzigen. De beschrijving van de ontwikkeling van deze indicator is daarom gebaseerd op de reeks tot het voorlaatste jaar.

Basistabel

Historische reeks verzurende depositie: de data zijn beschikbaar als open data: https://doi.org/10.21945/15674553-55d5-41ed-ba52-fd8588e73099

Geografische verdeling

De berekeningen zijn uitgevoerd op een schaalniveau van 1 km2.

Andere variabelen

Stikstofdepositie

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

1] Het verzurend vermogen van een stof wordt uitgedrukt in zuur-equivalenten per hectare (z-eq/ha). Een zuur-equivalent is een maat voor de hoeveelheid zuur (H+ in mol/ha) die kan ontstaan in bodem of water. Hierbij geldt: 1 mol zwaveldioxide kan 2 mol zuur vormen, 1 mol stikstofoxiden kan 1 mol zuur vormen en 1 mol ammoniak kan 1 mol zuur vormen. 

2] Soms ontstaat verwarring over de verzurende werking van ammoniak. In de atmosfeer neutraliseert ammoniak zuren. Komt ammoniak (of het omzettingsproduct ammonium) echter in de bodem, dan kan het door bacteriën omgezet worden in nitraat. Hierbij komt H+ vrij. Er is dan alsnog een verzurend effect.

3) Gereduceerd stikstof (NHx) is de som van ammoniak (NH3)  en ammonium (NH4+). Geoxideerd stikstof (NOy) is de som van stikstofoxiden (NOx) en nitraat (NO3-). Stikstofoxiden (NOx) is de som van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Geoxideerd zwavel (SOx) is de som van zwaveldioxide (SO2) en sulfaat (SO42-).

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting met modelberekeningen, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). 

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
22
versie‎
21
versie‎
20
versie‎
19
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Verzurende depositie, 1990-2025 (indicator 0184, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.