Compendium voor de Leefomgeving
522 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieubeleid en milieumaatregelen

Opbrengsten van groene belastingen, 1987-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De opbrengsten uit groene belastingen zijn de afgelopen 23 jaar verviervoudigd van 4,8 miljard euro in 1987 naar bijna 20 miljard euro in 2010. Groene belastingen dragen circa 14 procent bij aan de totale belastingopbrengst voor de Nederlandse overheid.

Aandeel groene belastingen toegenomen sinds 1987

De ontvangsten uit groene belastingen zijn verviervoudigd van 4,8 miljard euro in 1987 naar 19,9 miljard euro in 2010. Het aandeel van groene belastingen in de totale belastingopbrengst voor de Nederlandse overheid is toegenomen van 9,3 procent in 1987 tot 13,9 procent in 2010. De grootste toename vond tussen 1991 en 1996 plaats. Sindsdien schommelt het aandeel rond de 13,5 procent.

Meer opbrengsten uit motorrijtuigenbelasting en accijns op minerale oliën

In 2010 was de opbrengst van groene belastingen 592 miljoen hoger dan in 2009. Vooral de opbrengsten van de motorrijtuigenbelasting (een onderdeel van de belasting op voertuigen) en de accijns op minerale oliën waren in 2010 flink hoger.
Alle eigenaren van een personenauto, bestelauto, motor of vrachtauto moeten per kwartaal (of jaarlijks) motorrijtuigenbelasting betalen. In overeenstemming met de gestegen tarieven namen de opbrengsten van de motorrijtuigenbelasting in 2010 met 7,1 procent toe. Het tarief is afhankelijk van het type verbrandingsmotor. Zo steeg het tarief voor personenauto's met een benzinemotor met 7,3 procent en het tarief voor personenauto's met motoren op diesel of gas met 7,1 procent. Eigenaren van een hybride personenauto hoefden in 2010 geen motorrijtuigenbelasting te betalen, wat een afname van 30 euro per kwartaal is ten opzichte van het tarief in 2009.

Dalend tarief BPM, gestegen autoverkoop

Als onderdeel van hetzelfde belastingplan voor mobiliteit (Ministerie van Financiën, 2008) verlaagde de overheid het belastingtarief voor de aankoop van nieuwe personenauto's en particuliere bestelauto's (BPM) verder van 40,0 procent in 2009 naar 27,4 procent in 2010. Afbouw van de BPM onder gelijktijdige verhoging van de motorrijtuigenbelasting waren de eerste stappen uit het belastingplan van de overheid in voorbereiding op de invoering van de kilometerprijs die vanaf 2011 stapsgewijs zou worden ingesteld. Het project kilometerbeprijzing is inmiddels stopgezet (Ministerie I en M, 2011). Ondanks het sterk gedaalde tarief van de BPM voor 2010, waren de opbrengsten uit deze belasting maar 2,3 procent lager. Dit komt door de hogere verkoopcijfers voor nieuwe motorvoertuigen.

Vergroening van het belastingstelsel

Eén van de doelstellingen van de Belastingherziening 2001 was een vergroening van het belastingstelsel om zo een duurzame economische ontwikkeling te stimuleren. Ook in de Toekomstagenda Milieu (VROM, 2006) en in het beleidsprogramma van het vorige kabinet (AZ, 2007) wordt aangegeven dat, voor het oplossen van grote milieuproblemen in de komende jaren, onder andere wordt ingezet op een verdere vergroening van het belastingstelsel. Hieronder wordt verstaan een verschuiving van de belastingdruk naar activiteiten die een negatief effect hebben op het milieu. Door het invoeren van milieubelastingen komen de maatschappelijke kosten met betrekking tot het milieu meer in de prijzen tot uitdrukking. De prijsverhoging van milieuvervuilende activiteiten leidt in beginsel tot een geringer gebruik, waardoor het negatieve milieueffect afneemt. De opbrengst van milieubelastingen komt in de algemene middelen terecht. Daardoor kan de belastingdruk op andere activiteiten, bijvoorbeeld arbeid, verlaagd worden of minder snel stijgen.

Beleidsvoornemens voor de komende jaren

Inmiddels is het kabinetsbeleid ten aanzien van fiscale vergroening gewijzigd. Om het belastingstelstel te vereenvoudigen wil het kabinet 7 van de 22 rijksbelastingen afschaffen, waaronder 4 groene belastingen. Het voornemen is per 2012 de afvalstoffenbelastingen en grondwaterbelasting af te schaffen. De afschaffing van de verpakkingenbelasting en de belasting op leidingwater volgt in 2013 (Ministerie van Financiën, 2011).

Wat zijn groene belastingen?

Onder groene belastingen (ook wel milieubelastingen genaamd) vallen:

  • de belastingen op een milieugrondslag (grondwaterbelasting, belasting op leidingwater, afvalstoffenbelasting, verbruiksbelasting op brandstoffen, energiebelasting, vliegbelasting en verpakkingenbelasting)
  • de accijns van minerale oliën
  • belastingen op voertuigen (motorrijtuigenbelasting en belasting op personenauto's en motorrijwielen).


Onder groene belastingen worden dus niet alleen de belastingen op een milieugrondslag verstaan. Deze zijn ingevoerd met als primair doel een bijdrage te leveren aan het bereiken van milieudoelstellingen. Ook andere belastingen, zoals belastingen op voertuigen en de accijns van minerale oliën, hebben invloed op activiteiten met een milieueffect, zoals het wegvervoer. Deze belastingen vallen ook onder het begrip groene belastingen.
De opbrengst van groene belastingen gaat naar de algemene middelen van de overheid en wordt dus niet speciaal gebruikt voor de financiering van milieumaatregelen. Dit in tegenstelling tot de opbrengst van milieuheffingen, die een specifieke milieubestemming heeft.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over milieuheffingen en -belastingen is te vinden op StatLine (CBS).
  • Bruggen, C. van (2000). Milieuheffingen en -belastingen 1986-2000 Kwartaalbericht Milieustatistieken 2000/3. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.
  • Financiën (1997). Belastingen in de 21e eeuw; een verkenning. Ministerie van Financiën, Nota aan de Tweede Kamer No 25810 nr. 2, Den Haag.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Opbrengsten van groene belastingen

Omschrijving

Ontwikkeling van de opbrengsten van de verschillende milieubelastingen (groene belastingen). Uitsplitsing van de opbrengsten van deze belastingen naar huishoudens, bedrijven en niet-ingezetenen van Nederland. De gegevens voor 2009 en 2010 zijn voorlopig.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Het artikel Milieuheffingen en -belastingen (CBS, 2006) geeft een korte onderzoeksbeschrijving. Ook is informatie over de onderzoeksmethode te vinden in de publicatie Milieurekeningen 2008 (CBS, 2009).

Basistabel

StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; opbrengst naar belastingplichtige (CBS, 2011b)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Binnen het systeem van de Nationale rekeningen van het CBS worden de belastingen op een milieugrondslag toegedeeld aan verschillende bedrijfscategorieën, huishoudens en niet-ingezetenen van Nederland.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Milieuheffingen en -belastingen (CBS, 2006)Milieurekeningen 2008 (CBS, 2009)Environmental Accounts of the Netherlands 2010 (CBS, 2011a)

Opmerking

De hier vermelde opbrengsten zijn niet vergelijkbaar met die in de vorige versie van deze indicator. De opbrengsten in deze indicatorversie geven de daadwerkelijk in het betreffende jaar opgebrachte bedragen weer. De bedragen in de vorige versie van deze indicator waren berekend op basis van een prijspeil 2007.

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting op basis van een groot aantal zeer accurate metingen, waarbij de representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Opbrengsten van groene belastingen, 1987-2010 (indicator 0360, versie 10 , 29 november 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.