Jaarlijkse hoeveelheid neerslag in Nederland, 1910-2025
De jaarlijkse neerslaghoeveelheid in Nederland is in de periode 1907 - 2025 trendmatig gestegen met 29%. De neerslagontwikkeling neemt in alle seizoenen toe, vooral in de winter.
Nederland geleidelijk natter, vooral 's winters
De jaarlijkse neerslagsom in Nederland vertoont over de periode 1907 - 2025 een duidelijk trend. Nederland wordt natter. Rond 1907 bedroeg de neerslaghoeveelheid ongeveer 680 mm, terwijl deze in 2025 is opgelopen tot circa 877 mm. Dit is een stijging van 29%.
De totale jaarlijkse neerslag vertoont schommelingen van jaar tot jaar. Natte en droge jaren wisselen elkaar af. Echter droge jaren nemen in frequentie af terwijl natte jaren vaker voorkomen. Zo waren er in de periode tot 1980 acht jaren met minder dan 600 mm, met een minimum van 421 mm in 1921. Na 1980 is er geen enkel jaar meer gemeten met minder dan 600 mm neerslag. Wel kwamen jaren voor die relatief droog waren, zoals 2003 (654 mm), 2018 (648 mm) en 2025 (673 mm).
Ook zeer natte jaren komen regelmatig voor. Het natste jaar in de meetreeks is 2023 met 1153 mm. Daarna volgen 1998 met 1109 mm en 2024 met 1055 mm. Het patroon van stijgende neerslaghoeveelheden zien we ook terug in de trends per seizoen. De sterkste toename vindt plaats in de winter, trendmatig van 159 mm rond 1907 naar 239 mm in 2025. Dat is een toename met 50%. De kleinste stijging is te zien voor de zomer (+15%, van 200 mm rond 1907 tot 229 mm rond 2025).
Neerslag(verandering) vooral aan kust en op Veluwe
De neerslag in Nederland is niet gelijkmatig verdeeld (Buishand et al., 2011 en 2013; Bosatlas van Weer en Klimaat, 2021, pag. 65). Langs de kust leidt opstijgende lucht (convergentie) tot relatief veel en frequente neerslag. Boven land wordt de wind door wrijving afgeremd, waardoor de lucht opstijgt, afkoelt, condenseert, wolken vormt en uitregent.
Verder zorgt reliëf in Nederland tot (beperkte) ruimtelijke verschillen in de hoeveelheid neerslag. Hogere gebieden zoals de Veluwe, de Hondsrug en de Vaalserberg zorgen ervoor dat uit het westen aangevoerde vochtige lucht moet opstijgen. Daarbij koelt de lucht af, ontstaan er waterdruppeltjes, vormen zich wolken en kan het gaan regenen. Beekbergen op de Veluwe behoort zelfs het natste plekje in Nederland in het huidige klimaat (KNMI, 2022). Aan de oostzijde van deze gebieden als de Veluwe en Hondsrug, in de ‘regenschaduw’, valt gemiddeld minder neerslag.
Ook de waargenomen toename in jaarlijkse neerslag is ruimtelijk niet gelijk verdeeld over Nederland. Ook de grootste toename vond plaats in de kustgebieden (Buishand et al., 2011; Bosatlas van Weer en Klimaat, 2021; KNMI, 2022). Dit komt door het warmere water van de Noordzee en hogere luchttemperaturen, waardoor er meer water verdampt. De hoeveelheid waterdamp in de lucht neemt met ongeveer 7 procent toe per graad opwarming (KNMI, 2023).
Toename neerslag door meerdere factoren
De toename in de hoeveelheid neerslag in Nederland hangt samen met meerdere factoren. Allereerst de stijging van de jaargemiddelde temperatuur en de daaruit volgende sterke opwarming van de Noordzee. Daarnaast spelen andere klimaatfactoren zoals veranderingen in overheersende windrichting en toename van de luchtvochtigheid een rol. Zie ook de analyse door Eden et al. (2018) over extreme neerslag in Nederland en de relatie tot klimaatverandering, en de volgende CLO-pagina’s:
Gebruikte meetreeksen
Deze beschreven neerslagsommen zijn de gemiddelden van 13 neerslagstations van het KNMI met een goede spreiding over Nederland (Buishand et al. 2011, 2013). (zie het KNMI - Klimaatdashboard). Zie voor meer details de Technische toelichting.
Bronnen
- Buishand, T.A., T. Brandsma, G. de Martino en J.N. Spreeuw (2011). Ruimtelijke verdeling van neerslagtrends in Nederland in de afgelopen 100 jaar. H2O 44, 24, 31-33 https://cdn.knmi.nl/system/data_center_publications/files/000/068/986/original/h2o_timeseries2011.pdf?1495621552
- Buishand, T.A., T. Brandsma, G. de Martino and J.N. Spreeuw (2013). Homogeneity of precipitation series in the Netherlands and their trends in the past century. Int. J. of Climatology, 33, 815-833. https://doi.org/10.1002/joc.3471
- Bosatlas van Weer en Klimaat (2021). Uitgave Bosatlas en KNMI.
- Eden, J.M., S.F. Kew, O. Bellprat, G. Lenderink, I. Manola, H. Omrani and G.J. van Oldenborgh (2018). Extreme precipitation in the Netherlands: an event attribution case study. Weather and Climate extremes, 21,90-101. https://doi.org/10.1016/j.wace.2018.07.003
- KNMI (2022) De Staat van ons klimaat 2022 Deel 1 Facts & figures; https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/publicatie/vallei-en-veluwe
- KNMI (2023): KNMI’23-klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI, De Bilt, KNMI-Publicatie 23-03 https://cdn.knmi.nl/system/ckeditor/attachment_files/data/000/000/357/o…
Relevante informatie
- Inleiding tot het broeikaseffect
- Temperatuur in Nederland en mondiaal
- Temperatuurextremen in Nederland
- Extreme neerslag in Nederland
- De kans op een Elfstedentocht
- Zeespiegelstand aan de Nederlandse kust
- Informatie over het klimaatbeleid van Nederland staat op de website van het de Rijksoverheid in het Dossier Klimaatverandering.
- Meer informatie over gevolgen van klimaatverandering op het weer is te vinden op de website van het KNMI onder Klimaatveranderingen Broeikaseffect en de daar vermelde links.
- Meer informatie over klimaatverandering en concentraties van broeikasgassen is te vinden op de website van het IPCC (International Panel on Climate Change).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Neerslagsom in Nederland
- Omschrijving
Neerslagsom: de totale hoeveelheid neerslag in een jaar
- Verantwoordelijk instituut
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), data van KNMI
- Auteur: Jelle van Minnen
- Ontwikkelaar indicator: Hans Visser
- Review en goedkeuring: Koen Overmars
- Coördinatie: Jan van Dam
- Technische ondersteuning: Marian Abels en Raymond de Niet
- Berekeningswijze
De KNMI-neerslagreeks die is gebruikt voor de trendanalyse, is gebaseerd op gehomogeniseerde neerslagreeksen voor 13 KNMI neerslagstations, zoals die gegeven worden op KNMI - Klimaatdashboard. De stations zijn De Bilt, De Kooy, Den Helder, Groningen, Heerde, Hoofddorp, Hoorn, Kerkwerve, Oudenbosch, Roermond, Ter Apel, West-Terschelling, Westdorpe/Axel en Winterswijk. Hiermee is er een goede spreiding over Nederland. Het homogenisatieproces is ook beschreven in Buishand et al. (2013).
Deze Neerslagreeksen voor de KNMI-neerslagstations zijn ook gebruikt in de Bosatlas voor Weer en Klimaat (2021). Zie pagina’s 60 en 61. Naast ontwikkeling in de tijd is hier ook de spreiding van neerslagsommen over Nederland gegeven.
Het hier toegepaste trendmodel is het zogenaamde IRW-trendmodel. Dat model heeft als voordeel dat trendwaarden tussen verschillende jaren statistisch getoetst kunnen worden op significantie. Zie voor meer informatie Visser (2004) en Visser et al. (2018)
Het KNMI past een andere trendmethode toe voor de analyse van langjarige meetreeksen, namelijk het LOESS-trendmodel (Valk, 2020). En verder kiezen zij op het dashboard het gemiddelde van 13 stations, en niet 102 zoals hier toegepast. Het blijkt dat de LOESS-trends een iets meer variatie laat zien dan hier gevonden met het statistische IRW-trendmodel. De toenames in neerslag wijken ook iets af, maar vallen in de IRW-onzekerheids- marges. Hoe verschillen in trendmodellen kunnen doorwerken in gevonden trendpatronen, wordt uitgelegd in Visser et al. (2015, figuren 1 en 2). KNMI-waardes vallen binnen de onzekerheids-marges van de IRW trendmethode.
In eerdere versie van deze CLO factsheet waren de neerslagsommen gebaseerd op dagelijkse neerslagmetingen voor 102 gehomogeniseerde neerslagstations, te downloaden van de KNMI-website http://climexp.knmi.nl/ , onder ‘daily climate indices’. Het blijkt dat reeksen over 13 of 102 stations over de hele meetperiode 1907-2024 vrijwel identiek zijn (voor jaarsommen een correlatie van 0,99). Verschillen tussen KNMI-schattingen en de hier gegeven schattingen hangen dus niet samen met de verschillende keuzes van stations.
- Basistabel
Data afkomstig van KNMI.
- Geografische verdeling
Totaal Nederland
- Verschijningsfrequentie
Eens per 2 jaar
- Achtergrondliteratuur
- Bosatlas van Weer en Klimaat (2021). Uitgave Bosatlas en KNMI.
- Buishand, T.A., T. Brandsma, G. de Martino and J.N. Spreeuw (2013). Homogeneity of precipitation series in the Netherlands and their trends in the past century. Int. J. of Climatology: 33, 815-833. https://doi.org/10.1002/joc.3471
- Valk, C.F. de (2020). Standard method for determining a climatological trend. KNMI technical report TR-389. https://cdn.knmi.nl/system/data_center_publications/files/000/071/563/original/TR389.pdf?1692003419
- Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atmos. Environ.:38, 4135-4145. https://doi.org/10.1016/j.atmosenv.2004.04.014
- Visser, H., S. Dangendorf and A.C. Petersen (2015). A review of trend models applied to sea level data with reference to the “acceleration-deceleration debate. J. Geophys. Res. Oceans: 120, 3873-3895. https://doi.org/10.1002/2015JC010716
- Visser, H., S. Dangendorf, D.P. van Vuuren, B. Bregman and A.C. Petersen (2018). Signal detection in global mean temperatures after "Paris": an uncertainty and sensitivity analysis. Climate of the Past: 14, 139-155. https://doi.org/10.5194/cp-14-139-2018
- Betrouwbaarheidscodering
B
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Jaarlijkse hoeveelheid neerslag in Nederland, 1910-2025 (indicator 0508, versie 10, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.