Smog in Nederland, 1990-2024
Smog komt in Nederland niet vaak voor. In totaal zijn in 2024 op twee dagen de drempelwaarden voor matige smog overschreden. Dit waren beide overschrijdingen als gevolg van verhoogde ozonconcentraties. Smog als gevolg van verhoogde concentraties stikstofdioxide of zwaveldioxide is al meer dan 20 jaar niet meer voorgekomen in Nederland. Smog door fijnstof werd in 2022 voor het laatst gemeten.
Alleen smog door ozon in 2024
In 2023 en 2024 kwam smog door fijnstof niet voor (zie figuur ‘Smog door fijnstof’). Vanaf 1992 tot en met 2022 zijn jaarlijks meerdere dagen matige smog gemeten. Van matige smog door fijnstof is sprake wanneer de daggemiddelde fijnstof (PM10) concentratie 70 µg/m3 of hoger is. Ernstige smog, bij een daggemiddelde PM10 concentratie van 100 µg/m3 of hoger, is voor het laatst gemeten in 2021 (op één dag).
Matige smog door ozon is in 2024 op twee dagen voorgekomen (zie figuur ‘Smog door ozon’). Er is bij ozon sprake van matige smog wanneer een uurgemiddelde hoger dan 180 µg/m3 wordt gemeten. Hoge ozonconcentraties ontstaan voornamelijk tijdens warme zomerdagen met veel zonnestraling en weinig wind.
Ernstige smog door ozon kwam in 2024 niet voor. Dit is geen uitzondering, want ernstige smog door ozon komt sinds 1996 niet meer jaarlijks voor. Zo was er de laatste tien jaar alleen in 2019 op één dag ernstige smog gemeten door ozon. Er is sprake van ernstige smog wanneer de uurgemiddelde ozonconcentratie de drempelwaarde van 240 µg/m3 passeert.
Sinds 1996 komt matige smog door stikstofdioxide niet voor in Nederland (zie figuur ‘Smog door stikstofdioxide’). Sinds 1993 is smog door zwaveldioxide niet meer aan de orde (zie figuur ‘Smog door zwaveldioxide’).
Smog komt veel minder vaak voor dan in de jaren tachtig en negentig
Op langere termijn vermindert de overlast van smog in Nederland (Buijsman, 2011). In het verleden (vóór 1990) bestonden smogepisodes in de winter uit hoge concentraties fijnstof en zwaveldioxide. Dit is sterk afgenomen. Smog door zwaveldioxide komt niet meer voor en smog door fijnstof komt minder frequent voor, zoals figuur ‘Smog door fijnstof’ toont. In de zomer bestonden smogepisodes uit ozon en stikstofdioxide (Buijsman, 2011). Smog door stikstofdioxide komt niet meer voor en het aantal smogdagen door ozon is ook afgenomen ten opzichte van de jaren ‘90.
Het Europese emissiebeleid heeft er de afgelopen decennia voor gezorgd dat gemiddelde concentraties van stikstofdioxide, ozon, zwaveldioxide en fijnstof in Nederland en andere Europese landen sterk zijn verlaagd (Velders et al., 2020).
Wat is smog?
In de Omgevingsregeling wordt smog omschreven als een tijdelijk verhoogd niveau van zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), ozon (O3) of fijnstof (PM10). Smog treedt meestal op bij stabiele weersomstandigheden met geen of weinig wind. Hierdoor verspreidt de luchtverontreiniging zich te weinig en kan deze zich in de onderste laag van de atmosfeer ophopen.
De alarmeringswaarden in de Omgevingsregeling
Artikel 15.2 en artikel 15.4 van de Omgevingsregeling onderscheiden voor ozon en fijnstof per stof twee alarmeringswaarden. Bij overschrijding van de laagste alarmeringswaarde moet de overheid op een actieve manier informatie verspreiden over luchtkwaliteit. Het doel is dan de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen te beperken in geval van een kortstondige overschrijding. Bij overschrijding van de hoogste alarmeringswaarde is het risico voor de gezondheid bij kortstondige blootstelling groter voor zowel gevoelige als niet-gevoelige bevolkingsgroepen. Zwaveldioxide en stikstofdioxide hebben in de Omgevingsregeling maar één alarmeringswaarde. Dit is voor beide stoffen de hoogste alarmeringswaarde.
Op basis van de concentratieniveaus wordt onderscheid gemaakt tussen lichte smog, matige smog en ernstige smog. De criteria zijn opgenomen in onderstaande tabel. De waarden in de onderstaande tabel gelden in gebieden van ten minste 100 km2 of in een volledige agglomeratie of zone. De gebieden die behoren tot de agglomeraties en zones in Nederland zijn vastgesteld in de wet. In artikel 2.38 en artikel 2.39 van de Omgevingsregeling staan deze omschreven.
| Stof | Grootheid | Geringe smog | Matige smog | Ernstige smog |
µg/m³ | µg/m³ | µg/m³ | ||
|
|
| ||
| Zwaveldioxide | uurgemiddelde | <350 1) | 350-500 | >500 3), 4) |
| Stikstofdioxide | uurgemiddelde | <200 1) | 200-400 | >400 3), 4) |
| Ozon | uurgemiddelde | <180 2) | 180-240 | >240 3) |
| Fijnstof | daggemiddelde | <702) | 70-100 | >100 3) |
1) Komt overeen met de omgevingswaarde voor het uurgemiddelde.
2) Komt overeen met de laagste alarmeringswaarde.
3) Komt overeen met de hoogste alarmeringswaarde.
4) Overschrijding van de uurgemiddelde concentratie gemeten gedurende drie opeenvolgende uren.
Smog door fijnstof komt ook voor tijdens de jaarwisseling. De fijnstofconcentraties in de buitenlucht kunnen dan tijdelijk extreem hoog zijn door het afsteken van vuurwerk. Het verloop van de fijnstofconcentraties tijdens de jaarwisseling kunt u vinden in de indicator Luchtverontreiniging tijdens de jaarwisseling.
Negatieve gezondheidseffecten van smog
Op dagen met verhoogde concentraties fijnstof worden meer sterftegevallen vastgesteld vergeleken met dagen waarop een lagere concentratie fijnstof wordt gemeten. Dit geldt al bij concentraties die verhoogd zijn, maar nog onder de alarmeringswaarden liggen.
Diverse gezondheidskundige studies wijzen uit dat in Nederland jaarlijks duizenden mensen vroegtijdig overlijden door kortdurende blootstelling aan een hoge concentratie fijnstof. Daarnaast kan kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijnstof leiden tot verminderde werking van longen, luchtweginfecties en verergerend astma. Zie ook de WHO webpagina over luchtkwaliteit en gezondheid (Engelstalig).
Ook blootstelling aan ozon in de buitenlucht kan leiden tot schadelijke effecten op de gezondheid van de mens. Kortdurende blootstelling aan verhoogde ozonconcentraties staat in verband met toename van luchtwegklachten, benauwdheid, prikkeling van de luchtwegen, verergering van astma en meer medicijngebruik, longfunctiedaling en ontstekingsreacties, meer ziekenhuisopnames en vroegtijdige sterfte. Opgroeiende kinderen, ouderen en personen met hart- en luchtwegaandoeningen zijn relatief gevoelig voor effecten van ozon. Mensen die zich in de namiddag of vroege avond, wanneer de ozonconcentraties het hoogste zijn, langdurig lichamelijk inspannen, vormen tevens een risicogroep.
Herhaalde blootstelling aan hoge niveaus van ozon zoals die tijdens smog worden bereikt, leidt mogelijk tot een blijvende verminderde werking van de longen bij mensen met een verminderde weerstand (WHO, 2021). Gezondheidskundig onderzoek heeft geen veilige ondergrens voor ozon vast kunnen stellen. Ook lage concentraties hebben een nadelig effect.
Maatregelen tijdens smog
Bij smog is het mogelijk om onder de Omgevingsregeling maatregelen te nemen. Voorlichting, vooral bestaande uit gedragsadviezen, is een van de mogelijke maatregelen bij smog. Daarnaast kunnen er tijdelijke emissiebeperkende maatregelen door het bevoegd gezag worden afgekondigd om de duur en de ernst van de smogsituatie te beperken. Uit onderzoek is echter gebleken dat smog nauwelijks te beïnvloeden is door het treffen van tijdelijke emissiebeperkende maatregelen. Dit geldt zowel voor fijnstof als ozon. Zo hebben maatregelen als de verlaging van de maximumsnelheid van het verkeer een gering effect op de verbetering van de concentraties fijnstof. Ook hebben maatregelen op wegverkeer nauwelijks effect op de ozonconcentraties (Smeets & Beck, 2002). Op sommige momenten kan het zelfs voorkomen dat de ozonconcentratie door verkeersmaatregelen stijgt. Tijdens de lockdown als maatregel tegen de verspreiding van COVID-19 kwam dit voor. Door dalende NOx-concentraties steeg de ozonconcentratie (Velders et al.,2021). Daarom is er in Nederland geen verplichting om tijdelijke emissiebeperkende maatregelen te nemen wanneer bepaalde smogniveaus worden bereikt.
Nederland probeert de frequentie van smog en de ernst ervan te onderdrukken door structurele maatregelen te nemen, zoals een blijvende vermindering van de uitstoot van ozonvormende stoffen door bijvoorbeeld het verkeer en de industrie (IPLO).
Mensen kunnen ook zelf hun gedrag aanpassen om blootstelling aan smog te verminderen. De meest eenvoudige manier is om tijdens een smogperiode binnen te blijven. In huis liggen de concentraties lager. Daarnaast is het verstandig om niet overmatig te sporten tijdens een smogperiode.
Bronnen
- Buijsman, E. (2011). Smog de maat genomen.
- Velders, G.J.M., Maas, R.J.M., Geilenkirchen, G.P., de Leeuw, F.A.A.M., Ligterink, N.E., Ruyssenaars, P., de Vries, W., Wesseling, J. (2020). Effects of European emission reductions on air quality in the Netherlands and the associated health effects.
- Velders, G.J.M., Willers, S.M., Wesseling, J., van den Elshout, S., van der Swaluw, E., Mooibroek, D., van Ratingen, S. (2021) Improvements in air quality in the Netherlands during the corona lockdown based on observations and model simulations.
- Smeets, C.J.P.P. & Beck, J.P. (2002). Effects of short-term abatement measures on peak ozone concentrations during summer smog episodes in the Netherlands | RIVM. Rapport 725501004, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
- WHO (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. Geneva: World Health Organization.
Relevante informatie
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Smog in Nederland
- Omschrijving
Overschrijdingen van drempelwaarden voor de concentraties op basis van meetgegevens van het LML (luchtmeetnet).
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- Berekeningswijze
Het aantal dagen waarop de alarmeringswaarden voor fijnstof, ozon, zwaveldioxide en stikstofdioxide worden overschreden zijn gebaseerd op de metingen van de RIVM-meetstations die onderdeel zijn van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Het aantal meetstations en de selectie van meetstations voor de analyse kan per jaar wisselen.
Als op één dag op twee verschillende stations een overschrijding wordt gemeten telt dit als één dag. Als op twee stations op twee verschillende dagen een overschrijding wordt gemeten telt dit als twee dagen.
- Basistabel
-
- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
1x per jaar
- Opmerking
In de figuur over smog door stikstofdioxide is het station Biest Houtakker-Biestsestraat buiten beschouwing gelaten. Dit station is niet voldoende representatief voor zijn omgeving omdat het meetstation in de buurt van een gemaal staat. Daarom wordt dit meetstation niet meegenomen in de analyses.
- Betrouwbaarheidscodering
- Integrale waarneming.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Smog in Nederland, 1990-2024 (indicator 0575, versie 03, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.