Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Vleermuizen in overwinteringsplaatsen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Lange tijd zijn vleermuizen in aantal achteruitgegaan, maar in de laatste jaren neemt een aantal soorten weer toe.

Ontwikkeling tot 1986

Halverwege de vorige eeuw zijn in Nederland veel vleermuizen achteruitgegaan en enkele soorten zijn zelfs verdwenen uit Nederland. Oorzaken zijn onder meer de verstoring van overwinteringsplaatsen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en houtverduurzamingsmiddelen op kerkzolders. Ook de vermindering van het aantal houtwallen en andere veranderingen in het agrarische landschap worden vaak als oorzaken genoemd van de achteruitgang.

Ontwikkeling na 1986

Alle soorten vleermuizen zijn sinds 1988 opgenomen in een soortbeschermingsplan. Er zijn diverse maatregelen genomen om vleermuizen te beschermen, waaronder het opknappen en beschermen van winterverblijven. Schadelijke houtverduurzamingsmiddelen zijn tegenwoordig verboden. Al zijn niet alle aanbevelingen uit het soortbeschermingsplan uitgevoerd (Hollander, 1998), de achteruitgang van een aantal vleermuizen lijkt inmiddels tot staan gebracht. De gemiddelde index gaat vooruit en ook alle onderzochte afzonderlijke soorten gaan vooruit, waaronder de franjestaart (zie de grafiek).
Brandt's vleermuis, franjestaart, ingekorven vleermuis en vale vleermuis staan op de Rode Lijst van zoogdieren.

Referenties

  • Daemen, B.A.P.J., W.J.R. de Wijs, A. Kaper, M.M. Straver en A.J. van Strien (1998). Resultaten van vleermuistellingen in overwinteringsverblijven in de periode, 1986-1997. Kwartaalbericht Milieustatistieken, 98 (3): 39-45.
  • Hollander, H. (1998). Evaluatie Nota Vleermuisbescherming 1988. VZZ, Utrecht.
  • Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV uitgeverij. Utrecht.
  • Lina, P.H.C. en G. van Ommering (1994). Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland. Informatie en Kennis Centrum Natuurbeheer. Wageningen.
  • LNV (1988). Vleermuisbescherming, verleden, heden en toekomst. Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De Soortgroep Trend Index (STI) betreft de gemiddelde index (waarde 1986 = 100) van zeven soorten vleermuizen: baardvleermuis samen met Brandt's vleermuis (deze twee soorten zijn in de praktijk niet uit elkaar te houden, matige toename), franjestaart (sterke toename), gewone grootoorvleermuis (sterke toename), ingekorven vleermuis (sterke toename), vale vleermuis (matige toename) en watervleermuis (matige toename). Daarnaast zijn de indexcijfers van de franjestaart gegeven. Zij zijn allen in aantal toegenomen sinds 1986.Doelsoorten zijn franjestaart, baardvleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. De cijfers zijn gebaseerd op tellingen in kelders, groeven, forten en bunkers (Netwerk Ecologische Monitoring). De soorten die overwinteren in spouwmuren en boomholten worden niet gemonitord en zijn daarom niet beschouwd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Vleermuizen in overwinteringsplaatsen (indicator 1070, versie 05 , 18 mei 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.