Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieukwaliteit en natuur

Korstmossen en ammoniak, 1991-2016

Het aantal ammoniakminnende korstmossen op bomen nam tot 1998 toe. Daarna is een dalende trend ingezet.

Korstmossen en ammoniak

Stikstofminnende soorten zijn na een toename in de negentiger jaren weer aan het afnemen. Dat kan het gevolg zijn van een dalende uitstoot van ammoniak. Deze soorten komen met name voor in de gebieden met intensieve veehouderij, waar veel ammoniak (NH3) vrijkomt en neerslaat. Ammoniak zorgt voor meer stikstof in de boomschors en tevens voor een sterke ontzuring van boomschors. Hierdoor verdwijnen zuurminnende soorten op bijvoorbeeld eiken en berken, waar korstmossen van nature veel op voorkomen.
De figuur geeft de zogenaamde Nitrofiele Indicatie Waarde (NIW) weer. De NIW geeft aan hoeveel van 20 geselecteerde ammoniakminnende korstmossoorten gemiddeld voorkomen per onderzochte boom (Van Herk, 1999). Er blijkt een sterk statistisch verband tussen de NIW en de luchtconcentratie ammoniak ter plekke (van Herk, 2001). Het verloop van de NIW geeft dus de respons van korstmossen op de verandering in ammoniakconcentratie.

Referenties

  • Herk, C.M. van (1999). Mapping of ammonia pollution with epiphytic lichens in the Netherlands. Lichenologist 31(1): 9-20.
  • Herk, C.M. van (2001). Bark pH and susceptibility to toxic air pollutants as independent causes of changes in epiphytic lichen composition in space and time. Lichenologist 33(5): 419-441.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Korstmossen en ammoniak

Omschrijving

Soortenrijkdom korstmossen onder invloed van verzurende stoffen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De NIW (Nitrofiele Indicatie Waarde) is een graadmeter voor de hoeveelheid ammoniakminnende korstmossen aanwezig in een meetpunt. De presentie van 20 stikstofminnende korstmossoorten leveren per meetpunt een score op die varieert tussen 0 en 12.
In totaal ca. 6000 meetpunten verspreid over acht provincies één tot vijf maal onderzocht. Een meetpunt bestaat steeds uit een rij van 10 eiken.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Herk, C.M. van (1998). Onderzoek naar de relatie tussen de ammoniakconcentratie en epifytische korstmossen. Lichenologisch Onderzoekbureau Nederland. Soest.
Herk, C.M. van (1999). Mapping of ammonia pollution with epiphytic lichens in the Netherlands. Lichenologist 31(1): 9-20.
Herk, C.M. van (2001). Bark pH and susceptibility to toxic air pollutants as independent causes of changes in epiphytic lichen composition in space and time. Lichenologist 33(5): 419-441.
Herk, C.M. van (2002). Monitoring van epifytische korstmossen in de provincie Utrecht 1979-2001. Lichenologisch Onderzoekbureau Nederland. Soest.
Herk, C.M. van, 2015. Monitoring van korstmossen in de provincie Overijssel 1989-2015, LON in opdracht van provincie Overijssel, Soest.
Herk, C.M. van, 2017. Monitoring van korstmossen in de provincie Drenthe 1991-2016, LON in opdracht van provincie Drenthe, Soest.

Opmerking

Gegevens afkomstig van het Lichenologisch Onderzoekbureau Nederland in Soest

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Korstmossen en ammoniak, 1991-2016 (indicator 1097, versie 04 , 9 juli 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.