Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Kwelders en schorren, circa 1800 - 2009

Door waterstaatkundige ingrepen is het areaal kwelders en schorren sinds de tweede helft van de 20e eeuw sterk afgenomen. Kwelders en schorren in de Zuidwestelijke Delta en in de Waddenzee verouderen. Door een samenspel van fysische en ecologische processen zijn kwelders bij uitstek geschikt om zeespiegelstijging en bodemdaling te compenseren.

Menselijke invloed op areaal kwelders en schorren is groot

Het Waddengebied kent het grootste areaal aan kwelders. De belangrijkste gebieden liggen langs de Gronings-Friese kust en langs de zuidzijde van de Friese Waddeneilanden. De kwelders vormen hier geleidelijk overgangen van het land naar de Waddenzee. In de Dollard ligt een brakke kwelder langs een estuariene gradiënt. In de Zuidwestelijke Delta zijn de meeste schorren kleiner en liggen meer verspreid. Saeftinghe is de grootste brakke kwelder van ons land.
Voorheen kwamen kwelders en schorren langs grote delen van de kust, inclusief de Zuiderzee, voor. In de Zuidwestelijke Delta had de aanplant van Engels slijkgras rond 1920 een positief effect op het areaal schor. In de tweede helft van de 20e eeuw hebben diverse waterstaatkundige werkzaamheden ertoe geleid dat het areaal vervolgens afnam. Afsluitingen van de zeegaten, inpolderingen en de verdieping van de vaargeul in de Westerschelde zorgen ervoor dat nieuwe schorren nauwelijks meer kunnen ontstaan.
In de Waddenzee verdwenen door indijkingen grote arealen waardoor in de westelijke Waddenzee nauwelijks kwelderareaal resteert. De huidige Gronings-Friese vastelandskwelders zijn het gevolg van kwelderwerken ten behoeve van landaanwinning. De menselijke invloed op het areaal kwelders en schorren is al met al groot geweest.

Schorren in Zuidwestelijke Delta verouderen en in de Waddenzee komt meer pionierszone

Het is wenselijk dat in de gebieden niet alleen de oppervlakte behouden blijft, maar ook de kwaliteit in de vorm van het in gelijke mate aanwezig zijn van verschillende successiestadia. Omdat er in de Zuidwestelijke Delta weinig nieuwe schorren bijkomen en de bestaande schorren verruigen als gevolg van de vegetatiesuccessie, wordt het aandeel van de jongere fases steeds kleiner: de schorren verouderen (zie figuur Oosterschelde). De kwaliteit van de schorren neemt af.
In de Waddenzee is het areaal pionierszone relatief hoog (zie figuur Friesland). Toch treedt hier ook vegetatiesuccessie door opslibbing op. Begreppeling versnelt deze veroudering, beweiding remt dit. De bodemdaling door gaswinning op Ameland remt het proces van veroudering licht, langs de vastelandkust is de bodemdaling te gering om dit effect te hebben.

Kwelders en schorren: verschillende namen voor hetzelfde dynamische systeem

Kwelders of schorren zijn verschillende regionale namen voor opgeslibde gronden (aanwassen) in de getijdezone. Schor is de naam die in Zuidwest-Nederland wordt gebruikt, kwelder is de benaming in Noord-Nederland. Schorren of kwelders zijn dynamische systemen, die van nature ontstaan door de vestiging van pioniersplanten op getijdenplaten. Door opslibbing en plantengroei groeit het schor en komt het uiteindelijk boven het hoogwaterniveau uit. In dit proces worden verschillende zones onderscheiden, elk met enkele karakteristieke plantensoorten. Na een periode van 15 tot 70 jaar heeft de successie van zoutplanten een soortenarme climax van zeekweek bereikt. In het ideale geval is het proces cyclisch, door kliferosie verdwijnt het oude schor en door nieuwe aanwas keren de jonge stadia terug.

Meest natuurlijke natuurtype van Nederland en belangrijk broed- en foerageergebied

Kwelders en schorren hebben een grote ecologische en aardkundige betekenis. Door de actieve geomorfologische processen is het één van de meest natuurlijke natuurtypen van ons land. Europees gaat het om de grootste oppervlakte kwelders en schorren in natuurlijke samenhang met wadden en duinen. Vier natuurtypen zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn. Bovendien zijn de gebieden zeer belangrijk als broed- of foerageergebied en daarom voor veel vogelsoorten beschermd onder de Vogelrichtlijn.

Zeespiegelstijging en bodemdaling op sommige plekken een bedreiging.

Door natuurlijke opslibbing zijn kwelders in staat zeespiegelstijging of bodemdaling te volgen. In Waddenzee langs het vasteland en in de Westerschelde is de opslibbing 1-2 cm per jaar. Hier zijn geen problemen te verwachten. In de pionierszone kunnen zeespiegelstijging of bodemdaling wel een bedreiging vormen. Dit komt doordat op de waddeneilanden en in de Oosterschelde de opslibbingsnelheid minder dan een centimeter per jaar bedraagt.

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Kwelders en schorren, circa 1800-2009

Omschrijving

Oppervlakte kwelder en schor en aandeel ontwikkelingsstadia in de Zuidwestelijke Delta en in de Waddenzee

Verantwoordelijk instituut

IMARES (Kees Dijkema)

Berekeningswijze

Arealen op basis van historische kaarten en vegetatiekaarten van de Data-ICT Dienst van Rijkswaterstaat

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Zuidwestelijke Delta en Waddenzee

Andere variabelen

geen

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Zie referenties

Opmerking

geen

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Kwelders en schorren, circa 1800 - 2009 (indicator 1230, versie 03 , 10 juli 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.