Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend van libellen, 1991-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De libellen zijn sinds 1991 aanzienlijk toegenomen. De laatste jaren zwakt de verbetering wat af.

Libellenfauna neemt toe

Sinds 1999 is de libellenfauna in Nederland gemiddeld genomen ruim 20% vooruitgegaan in populatie-aantallen (eerste tabblad). Gemiddeld genomen gaan ze ook in verspreiding vooruit, sinds 1991 zelfs met circa 30% (tweede tabblad). Dat komt doordat er meer in aantal toenemende dan afnemende soorten zijn (20 tegen 12 soorten) en meer soorten die in verspreiding toenemen dan afnemen Sinds 2005 lijkt de verbetering te stagneren.

Waterkwaliteit en klimaatverandering

Een aantal soorten libellen, zoals de beekjuffers, heeft geprofiteerd van verbeteringen van de waterkwaliteit en de natuurvriendelijker inrichting en beheer van wateren. Ook zijn er soorten in opkomst door de klimaatverandering, bijvoorbeeld de vuurjuffer. Sommige soorten gaan waarschijnlijk juist achteruit door waterkwaliteitsverbeteringen, waaronder het lantaarntje.

Rode Lijst libellen

De toename van veel soorten libellen heeft geleid tot minder bedreigde soorten op de Rode Lijst libellen (derde tabblad). De laatste jaren is er echter weinig verdere verbetering.

Referenties

  • Swaay, C. van, T. Huigens, T. Termaat en C. Plate (2014). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2013. Rapport VS2014.005. De Vlinderstichting, Wageningen.
  • Van Strien, A., R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur.(115) 5.
  • WWF (2014). Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantalsontwikkeling van libellen

Omschrijving

Ontwikkeling populatie libellen als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Vrijwel alle inheemse soorten libellen zijn in de indicatoren opgenomen, al ontbreken er een aantal soorten in de indicator op basis van populatie-aantallen omdat daarvan geen betrouwbare cijfers voorhanden zijn.
Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet libellen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).
Verspreidingsgegevens komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna en uit het meetnet. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding bepaald met behulp van occupancy modellen (Van Strien et al., 2013).
Om de indicatoren (op de eerste twee tabbladen) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 2000 = 100 voor elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2016. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. in voorb.).
De Rode Lijst Indicator, 1995-2017 (derde tabblad) is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieƫn op de Rode Lijst mee.

Basistabel

De index van de betrokken soorten met hun trend staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Swaay, C. van, T. Huigens, T. Termaat en C. Plate (2014). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2013. Rapport VS2014.005. De Vlinderstichting, Wageningen.
Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en T. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50, 1450-1458.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schattingen van de trend in populatie-aantal zijn gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
C. Schattingen van trends in verspreiding.zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Trend van libellen, 1991-2013 (indicator 1387, versie 10 , 17 oktober 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.