Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Bedreigde en niet-bedreigde soorten, 1997- 2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De populatieomvang van diersoorten en paddenstoelen van de Rode Lijst neemt af, dit in tegenstelling tot die van de totale set van soorten. Het beleidsdoel is dat het aantal Rode Lijst soorten in 2020 verminderd moet zijn ten opzichte 1994-2002.

De diversiteit staat nog steeds onder druk

In 2004 zijn alle bestaande Rode lijsten herzien en zijn enkele nieuwe Rode lijsten verschenen in een bijlage bij de Staatscourant. Uit vergelijking van oude en nieuwe lijsten blijkt dat Rode Lijsten het laatste decennium langer en roder worden. Uit recente metingen blijkt dat die trend zich niet voorzet. De waargenomen populatieomvang van Rode Lijst-soorten is min of meer stabiel geworden. De daling is nog steeds het geval bij de meest bedreigde Rode Lijstsoorten. In 2011 was de gemiddelde populatieomvang van deze soorten nog maar 44% van de omvang in 1997. Het biodiversiteitsverlies in de deze groep van Rode Lijstsoorten is dus nog niet gestopt. Tegenover de achteruitgang van deze bedreigde, veelal zeldzamere, soorten staat een echter wel een vooruitgang van andere soorten. Meer algemenere soorten blijken vooruit te gaan. Daardoor is gemiddeld genomen voor alle dagvlinders, broedvogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen de trend in populatieomvang over de periode 1997-2011 stabiel.

Oorzaken van achteruitgang zijn slechte ruimte- en milieucondities in de leefgebieden

Het gaat op dit moment goed met planten en dieren die niet zulke hoge eisen stellen aan hun leefgebieden. Ook gaat het goed met soorten die in gebieden voorkomen waar de milieuomstandigheden de laatste jaren zijn verbeterd. In totaal zijn voor ruim 40 procent van de doelsoorten de milieu- en ruimtecondities voldoende om behoud te garanderen. Dit geldt echter niet voor soorten die gevoelig zijn voor versnippering en milieudruk; het gaat om bijna 60 procent van de Nederlandse doelsoorten. Aangezien soorten van de Rode Lijst ook doelsoorten zijn geven deze getallen inzicht in de oorzaken van het langer en 'roder' worden van de Rode Lijst. De meeste van doelsoorten worden negatief beïnvloed door één of meerdere 'drukfactoren', de belangrijkste zijn vermesting, verdroging, versnippering en een tekort aan geschikt leefgebied. De mate waarin deze factoren natuur beïnvloeden is ongeveer gelijk.

Behoud van biodiversiteit

De Nederlandse overheid wil de bestaande biodiversiteit zeker stellen en streeft naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Veel aandacht gaat uit naar de planten- en diersoorten die worden bedreigd of die kwetsbaar zijn en op de zogenoemde Rode Lijsten staan. In alle soortgroepen blijkt meer dan éénderde van alle soorten bedreigd te zijn. Het beleid streeft ernaar de lengte van de Rode Lijsten te verkorten (EL&I, 2011). Gezien de relatief snelle achteruitgang van met name sterk bedreigde soorten is jaarlijkse monitoring ten behoeve van beleidsevaluaties van groot belang.

Beleidsdoelstellingen

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte:
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuur-historische waarden behouden zijn (leefbaar en veilig);
Nationaal belang 11: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuur-historische en natuurlijke kwaliteiten;
Dezelfde indicator is een algemene biodiversiteitsindicator voor de Conventie van Biodiversiteit en refereert van het algemene natuurdoelstelling ten aanzien van het streven naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Tevens streeft het beleid naar het verkorten van de Rode Lijsten.

Referenties

  • EL&I (2011). Begroting EL&I 2012. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bedreigde en niet-bedreigde diersoorten en paddenstoelen

Omschrijving

Trends in waargenomen dieraantallen van soorten dagvlinders, libellen, broedvogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en paddenstoelen. Gemiddelde trends zijn weergegeven voor alle soorten
Er is onderscheid gemaakt in a. alle soorten; b. soorten die op de Rode Lijst staan; soorten die op de Rode Lijst als bedreigd en sterk bedreigd; en soorten die niet op de Rode lijst staan.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, auteur Lodewijk van Duuren

Berekeningswijze

Gemiddelde van de jaarlijkse mate van voorkomen van alle diersoorten waarvoor een landelijke trend berekend is (zie Trends afzonderlijke soorten). De trend in mate van voorkomen is berekend volgens de procedure van de Soortgroep Trend Index (STI), waarbij het voorkomen in 1997 op 100 is gesteld. Vanaf dit jaar zijn voor de meeste soorten trends bekend.

Basistabel

Zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Bedreigde en niet-bedreigde soorten, 1997- 2011 (indicator 1521, versie 05 , 18 juni 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.