Rode Lijst Indicator, 1998-2026

Het gaat gemiddeld genomen iets beter met bedreigde dier- en plantensoorten in Nederland dan in 1998. Dat blijkt uit de Rode Lijst Indicator (RLI). Wel staat van de bijna zevenduizend onderzochte soorten meer dan de helft op de Rode Lijst.

 

Rode Lijst Indicator neemt licht toe

De Rode Lijst Indicator geeft de gemiddelde mate van behoud van biodiversiteit aan. De indicator heeft een waarde tussen 0 (alle soorten verdwenen uit Nederland) en 1 (alle soorten niet bedreigd in Nederland). Als het beter gaat met bedreigde soorten stijgt de Rode Lijst Indicator. Dit kan komen doordat bedreigde soorten toenemen in aantallen of op steeds meer plekken in het land voorkomen. Hoewel de Rode Lijst Indicator licht toeneemt, geeft de hoogte van de indicator aan dat veel soorten een aanzienlijk risico lopen om uit Nederland te verdwijnen. 

Meer soortgroepen in de plus dan in de min

De Rode Lijst Indicator is gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van twaalf soortgroepen waarvan meerdere Rode Lijsten beschikbaar zijn (zie tweede tabblad). Van iedere soortgroep is de laatste Rode Lijst vergeleken met de (herberekende) voorlaatste Rode Lijst. 

Zes soortgroepen zijn gemiddeld genomen minder bedreigd geworden (toename RLI > 0,010): 

  • zoogdieren 
  • zoetwatervissen 
  • amfibieën 
  • reptielen 
  • mossen 
  • vaatplanten 

Drie soortgroepen zijn sterker bedreigd geworden (afname RLI > 0,010): 

  • bijen 
  • sprinkhanen & krekels 
  • korstmossen 

Bij drie soortgroepen is vrijwel geen sprake van een netto verandering (verschil RLI < 0,010):

  • dagvlinders 
  • libellen
  • vogels

Vooral de meest bedreigde soorten nu iets minder bedreigd…

De verbetering van de Rode Lijst Indicator komt vooral doordat een aantal zeer bedreigde soorten tegenwoordig iets minder bedreigd zijn. Dit is met name te zien bij zoetwatervissen, zoogdieren, mossen en vaatplanten. Het gaat om soorten als de Noordzeehouting (van verdwenen naar gevoelig) en de otter (van verdwenen naar thans niet bedreigd).

Voor de soortgroepen die sterker bedreigd zijn geworden, geldt het omgekeerde: zij hebben meer soorten in de meest bedreigde categorieën gekregen. De bijen staan hierbij met stip op nummer één.

… en het aantal bedreigde soorten neemt licht af

Een lichte stijging in de RLI betekent niet automatisch dat biodiversiteit over de volle breedte herstelt. Zo zijn insecten juist sterker bedreigd geraakt, tegen de tendens in. 

Een vergelijkbaar beeld ontstaat door naar de lengte van de Rode Lijsten te kijken. Het blijkt dat de lengte van de twaalf Rode Lijsten samen is afgenomen van 1493 naar 1445 soorten. Dat houdt in dat er netto tientallen soorten, verdeeld over meerdere soortgroepen, daadwerkelijk uit de gevarenzone zijn verdwenen. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om mossen, korstmossen en vaatplanten. Maar bij de insecten zijn de Rode Lijsten juist even lang gebleven of een stuk langer geworden (bijen).

Veel soorten lopen een aanzienlijk risico op uitsterven

Uit analyse van alle 19 Nederlandse Rode Lijsten blijkt dat de biodiversiteit in Nederland gemiddeld genomen wordt gekenmerkt door een aanzienlijk risico op verlies van soorten: 

  • Van de bijna zevenduizend onderzochte soorten met voldoende data staat gemiddeld 52% op de Rode Lijst.
  •  Een kwart van alle soorten (25%) is bedreigd, ernstig bedreigd of uitgestorven. 
  •  Ruim een kwart van alle soorten (27%) is gevoelig of kwetsbaar. 

Vooral insecten zijn kwetsbaar

De RLI-waarden per soortgroep (3e tabblad) laten zien dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen soortgroepen. Insecten voeren de lijst aan en behoren tot de meest bedreigde soortgroepen van Nederland: zes van de zeven meest bedreigde groepen bestaan uit insecten. Vooral steenvliegen, dagvlinders, haften en bijen zijn bijzonder kwetsbaar. Zo is de helft van alle soorten dagvlinders uit Nederland verdwenen of (ernstig) bedreigd. 


Herstelmaatregelen maken terugkeer van verdwenen soorten mogelijk

De afgelopen vier decennia is beleid gevoerd om de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland te keren. Niet alleen zijn, dankzij dat beleid, op grote schaal emissies van milieubelastende stoffen teruggedrongen, maar ook zijn veel gebieden op de schop genomen om natuurwaarden te herstellen. Het areaal beschermde natuur is erdoor gegroeid, en milieu- en watercondities zijn verbeterd. 

Deze verbeteringen zullen eraan hebben bijgedragen dat een aantal soorten in Nederland is teruggekeerd. Zo hebben de verbetering van de waterkwaliteit en herstelmaatregelen van het rivierengebied de terugkeer van de rivierrombout mede mogelijk gemaakt en heeft het herstel van kalkgraslanden waarschijnlijk mede geleid tot de terugkeer van het klaverblauwtje. Andere soorten zijn teruggekomen doordat ze zijn geherintroduceerd, zoals de otter en het pimpernelblauwtje. Weer andere soorten zijn versterkt in hun voortbestaan door uitzettingen, zoals bij verschillende amfibieën. 

Voordelen en beperkingen van de Rode Lijst Indicator

De Rode Lijst Indicator (RLI) is een indicator die, net als de Living Planet Index (LPI), laat zien hoe het gesteld is met de ontwikkeling van de biodiversiteit in Nederland. In de RLI doen alle soorten en soortgroepen in principe mee, ook vaatplanten en mossen. De LPI is daarentegen beperkt tot alleen terrestrische en zoetwaterfauna. De RLI geeft daarmee dus een completer beeld.

De RLI heeft echter ook een paar beperkingen: 

  • De RLI volgt grote lijnen: alleen grote veranderingen worden zichtbaar, namelijk als soorten opschuiven in hun mate van bedreiging. 
  • De RLI reageert relatief traag: veranderingen worden zichtbaar als er van een soortgroep een nieuwe Rode Lijst wordt opgesteld. Normaal gesproken gebeurt dit eens in de tien jaar. 
  • De RLI is ten dele niet actueel: van vijf soortgroepen dateert de laatste Rode Lijst van meer dan tien jaar geleden waardoor voor deze soortgroepen de recente ontwikkelingen niet worden meegenomen. 
  • De RLI bevat veel soortgroepen, maar soortgroepen die geen tweede Rode Lijst hebben, ontbreken. Dit geldt o.a. voor weekdieren en enkele insectengroepen.

 

De RLI wordt internationaal veel gebruikt

De Rode Lijst Indicator is een internationaal veel gebruikte standaard. Daardoor is de RLI voor Nederland een belangrijk instrument voor beleidsmonitoring en verantwoording. 

Concreet gaat het om de volgende internationale verdragen en afspraken:

  • Nederland is partij bij het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro (1992), waarin landen hebben afgesproken biodiversiteitsverlies te stoppen. Binnen dit verdrag is in 2022 het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework aangenomen, dat concrete doelen voor 2030 bevat om het uitstervingsrisico van soorten te verminderen. De RLI is in dit raamwerk aangewezen als officiële hoofdindicator om de voortgang van deze doelen te meten. 
  • De Europese Unie heeft biodiversiteitsdoelen voor 2030 vastgelegd in de EU Biodiversiteitsstrategie, die onder andere gericht zijn op het herstellen van ecosystemen en het verbeteren van de staat van soorten en habitats. De RLI helpt om te beoordelen of maatregelen binnen dit beleid bijdragen aan een afname van het uitstervingsrisico van soorten.
  • Binnen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN wordt de RLI gebruikt voor indicator 15.5.1 van SDG “Life on Land”, die de wereldwijde trend van soorten meet. Nederland rapporteert hierover periodiek aan de VN.

Niet ieder land heeft nationale Rode Lijsten. Daarom zijn er twee varianten van de RLI in omloop, die ieder hun eigen zeggingskracht hebben. 

  1. De nationale RLI, gebaseerd op Rode Lijsten van een land, zoals gepresenteerd op deze indicatorpagina. Deze RLI is relevant om nationaal beleid mee te evalueren. De werkwijze voor het bepalen van de Nederlandse Rode Lijst verschilt overigens van de internationaal gangbare IUCN-methode waarin de trend in de laatste tien jaar sterk bepalend is voor de Rode Lijst status van een soort. Daardoor is de hier gepresenteerde RLI niet rechtstreeks te vergelijken met de nationale RLI’s van andere landen. In 2027 zal een nieuwe CLO-indicator ontwikkeld worden om deze vergelijking alsnog te kunnen doen.
  2. De mondiale RLI uitgesplitst naar land. Internationaal staat deze indicator bekend als de “disaggregated global Red List Index”. Deze RLI is relevant om te evalueren hoe belangrijk een land is voor het beschermen van mondiaal bedreigde soorten. Als een soort landelijk bedreigd is geworden, maar mondiaal niet, telt dit mee in de nationale RLI, maar niet in de mondiale RLI uitgesplitst voor Nederland. Andersom geldt: als een soort mondiaal achteruit gaat, maar landelijk niet, gaat de mondiale RLI naar beneden, maar de nationale RLI niet. Volgens het VN SDG dataportaal daalt de mondiale RLI voor Nederland van 0,96 in 1993 naar 0,91 in 2024.

Bronnen

  • Van der Hoek, D.J., de Knegt, B. en Giesen, P. (2021). Herstelmaatregelen Natuurnetwerk vooral positief voor natte ecosystemen. De Levende Natuur 122 (1): 20-25.
  • Butchart, S. H. M., Walpole, M., Collen, B., Van Strien, A., Scharlemann, J. P. W., Almond, R. E. A., Baillie, J. E. M., Bomhard, B., Brown, C., Bruno, J., Carpenter, K. E., Carr, G. M., Chanson, J., Chenery, A. M., Csirke, J., Davidson, N. C., Dentener, F., Foster, M., Galli, A., . . . Watson, R. (2010). Global Biodiversity: Indicators of Recent declines. Science328(5982), 1164–1168. https://doi.org/10.1126/science.1187512
  • Butchart, S. H., Akçakaya, H. R., Chanson, J., Baillie, J. E., Collen, B., Quader, S., Turner, W. R., Amin, R., Stuart, S. N., & Hilton-Taylor, C. (2007). Improvements to the red list index. PLoS ONE2(1), e140. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0000140

     

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Rode Lijst Indicator

Omschrijving

Verandering in de mate van bedreiging op de Rode Lijst van twaalf soortgroepen 

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De Rode Lijst Indicator (RLI) is opgesteld met gegevens van twaalf soortgroepen: zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen, bijen, sprinkhanen & krekels, korstmossen, mossen en hogere planten. 

Voor de berekening van de RLI is de werkwijze gevolgd zoals beschreven in Butchart et al. (2007) en Butchart et al. (2010).

Per soortgroep is voor elke soort de laatste en voorlaatste Nederlandse Rode Lijst status genomen. Deze status van een soort hangt af van de actuele zeldzaamheid van een soort en van de trend sinds circa 1950 (zie de basisrapporten voor details betreffende het bepalen van de status). De werkwijze voor het bepalen van de Nederlandse Rode Lijst verschilt van de internationaal gangbare IUCN-methode waarin de trend in de laatste tien jaar sterk bepalend is voor de Rode Lijst status van een soort. 

Als een soort niet bedreigd wordt geldt de categorie “Thans Niet Bedreigd”. Een soort die steeds meer achteruitgaat, in aantal individuen dan wel in verspreiding, valt achtereenvolgens in de categorie “Gevoelig”, “Kwetsbaar”, “Bedreigd”, “Ernstig Bedreigd” en “Verdwenen uit Nederland”. Verdwenen soorten blijven op de Rode Lijst staan. Soorten die wel zijn beschouwd voor de Rode Lijst, maar waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar waren voor het bepalen van een status, zijn naar rato verdeeld over de andere categorieën.

Iedere categorie is gekoppeld aan een score van 0 (thans niet bedreigd) oplopend tot 5 (verdwenen uit Nederland). 

De RLI wordt per soortgroep berekend door de som van de scores voor alle beschouwde soorten te delen door de maximaal mogelijke score, en de uitkomst hiervan van 1 af te trekken. 

Om de vergelijking tussen twee Rode Lijsten zuiver te houden, worden alleen soorten meegenomen in de vergelijking die in beide Rode Lijsten in beschouwing zijn genomen. 

Basistabel

-

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Strien, A.J. van, R.J.T. Verweij, M.P. de Zeeuw, L. van Duuren en L.L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur 115 (5): 208-211.
 

Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en C.A.M. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450–1458.

Butchart, S. H., et al. (2007). Improvements to the Red List Index. PLoS ONE2(1), e140. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0000140

Butchart, S. H. M. et al. (2010). Global Biodiversity: Indicators of Recent declines. Science328(5982), 1164–1168. https://doi.org/10.1126/science.1187512

Opmerking

Het nieuwe basisrapport voor de Rode Lijst libellen zal in de loop van 2026 verschijnen. Voor de meest actuele stand van zaken zijn deze (op dit moment nog voorlopige) cijfers gebruikt in deze indicator.

Betrouwbaarheidscodering

A. Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
18
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
04
versie‎
03
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Rode Lijst Indicator, 1998-2026 (indicator 1521, versie 18, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.