Ecosystemen

Broedvogels van bos, 1990-2020

De trend van kenmerkende broedvogels van bossen is toegenomen sinds 1990. Vóór 2009 was de trend nog stabiel, maar de laatste 12 jaar is de trend significant toenemend.

Trend bosvogels

Populaties van kenmerkende broedvogels van bossen zijn gemiddeld toegenomen sinds 1990, met name in de laatste 12 jaar. Van de 27 in deze indicator opgenomen soorten gaan er 13 vooruit en 8 achteruit in populatieomvang. Zes soorten zijn stabiel.

Oorzaken

Bossen zijn wijdverspreid over alle grondsoorten, regio's en grondwatertrappen en vrijwel altijd aangeplant. De broedvogelbevolking is over het algemeen het rijkst in oude bossen op goed gebufferde rijke bodems. Naaldbossen op arme zandgronden zijn juist vaak minder soortenrijk. Afhankelijk van de bodem, omgevingsinvloeden, de leeftijd van het bos en het beheer spelen verschillende processen in op de samenstelling van de broedvogelpopulaties. De aanleg van nieuwe (loof-)bossen is gunstig voor bosvogels, maar jong bos is vooral aantrekkelijk voor soorten die ook veel in struweel voorkomen. Bij het ouder worden van het bos kunnen die weer afnemen. Dit speelt mogelijk een rol bij de afname van Matkop (Boele et al., 2021). Veroudering van het bos is gunstig voor kroon- en holenbroeders. Maar de oude bossen op zandgronden in Noord-, midden en Oost Nederland zijn ook vaak aangetast door verdroging en verzuring onder invloed van vermesting (Kwak & Louwe Kooijmans, 2021, Van den Burg, 2017). Enkele soorten van oudere bossen vertonen dan ook een achteruitgang, waaronder fluiter en zwarte specht. Predatie door de in opkomst zijnde boommarter is bij de zwarte specht en havik ook een mogelijke oorzaak van de neerwaartse trend (Brinkman et al. 2018, Bijlsma, 2020). Ook enkele vogelsoorten van naaldbos (kuifmees, zwarte mees) nemen af, mogelijk door omvorming van naaldbos naar loofbos. Roofvogels, zoals buizerd, havik en sperwer, nemen toe in bossen in Laag Nederland, maar nemen af in bossen op hoge zandgronden, omdat ze daar weinig voedsel vinden van goede kwaliteit, maar ook omdat ze vaak nestelen in naaldbomen die gekapt worden (Bijlsma 2020).

Referenties

  • Boele, A., J. van Bruggen, F. Hustings, A van Kleunen, K. Koffijberg, J.W. Vergeer & T. van der Meij (2021). Broedvogels in Nederland in 2019. Sovon-rapport 2021/02. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Brinkman C., Ubels B. & Vervoort M. (2018) Predatie van nesten van Zwarte Spechten door Boommarters - een onderbelicht fenomeen? Limosa 91 (4): 181-184.
  • Burg, A.B van den & Vogels, J.J. (2017). Zuur voor de fauna. Landschap 2017/2, 71-79
  • Bijlsma, R. (2020). Invloed van grootschalige boskap op broedende roofvogels. De Takkeling 28 (3) 200-270
  • Kwak, R. & Louwe Kooijmans, J. (2021) Nederlandse vogels in hun domein. Vogelbescherming Nederland, Zeist. ISBN 978 90 5011 7999

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantalsontwikkeling van kenmerkende broedvogels van bossen

Omschrijving

Ontwikkeling populatie-aantallen van kenmerkende broedvogels van bossen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Soortselectie

In deze indicator zijn 27 inheemse broedvogelsoorten kenmerkend voor bossen opgenomen. De selectie van karakteristieke soorten per biotoop is gedaan door de mate van voorkomen in verschillende biotopen te berekenen (Van Strien et al. 2016).

Analyse per soort

Aantalsgegevens zijn ontleend aan de landelijke broedvogelmeetprogramma's van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen berekend met behulp van Poisson regressie (zie Methode indexcijfers TRIM; alle soorten zijn geanalyseerd met het standaardmodel met jaar- en meetpunteffecten). Alleen meetpunten die liggen in bossen zijn gebruikt voor het berekenen van de indexcijfers.

Indicator

Om de indicator op elk van de tabbladen te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten.

Van een aantal soorten zijn in de eerste jaren geen indexcijfers beschikbaar (zie tabel met indexcijfers per soort). Deze ontbrekende indexcijfers zijn eerst met een kettingmethode afgeleid uit de indexcijfers van andere soorten. Vervolgens zijn de indexen per jaar meetkundig gemiddeld. Meetkundig middelen betekent dat een halvering van de populatiegrootte van een soort wordt gecompenseerd door de verdubbeling van die van een andere soort.

Door de gemiddelde indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). In de jaren waarin veel soorten ontbreken is de indicator minder betrouwbaar, maar de omvang van deze onbetrouwbaarheid is onbekend.

Uit de trends en de daarbij behorende betrouwbaarheidsintervallen zijn trendklassen afgeleid.

Basistabel

Voor indexen per soort zie indicator Fauna van bos, 1990-2020.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

WWF Nederland (2015). Living Planet Report Nederland, staat van biodiversiteit/natuur. WWF, Zeist.

Soldaat, L., J. Pannekoek, R. Verweij, C. van Turnhout en A. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Strien, A.J. van, A.W. Gmelig Meyling, J.E. Herder, H. Hollander, V.J. Kalkman, M.J.M. Poot, S. Turnhout, B. van der Hoorn, W.T.F.H. van Strien-van Liempt, C.A.M. van Swaay, C.A.M. van Turnhout, R.J.T. Verweij en N.J. Oerlemans (2016). Modest recovery of biodiversity in a western European country: The Living Planet Index for the Netherlands. Biological Conservation 200: 44-50.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Broedvogels van bos, 1990-2020 (indicator 1618, versie 05 , 30 november 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.