Lokale luchtverontreiniging

Jaarlijks berekent het RIVM de luchtverontreiniging door fijnstof en stikstofdioxide op lokale plekken langs wegen en nabij veehouderijen in Nederland. Op basis hiervan wordt getoetst of Nederland voldoet aan de wettelijke Europese normen voor luchtkwaliteit. De grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) werd in Nederland in 2023 niet overschreden. Sinds 2012 is er sprake van een dalende trend in het aantal kilometers weglengte met een overschrijding van de grenswaarde voor stikstofdioxide. De grenswaarde voor fijnstof (PM10) werd in 2023 alleen in de provincie Noord-Holland overschreden. Die overschrijding was gerelateerd aan industrie.

Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)

Luchtverontreiniging heeft een negatief effect op de gezondheid. Het terugdringen van hiervan levert dan ook gezondheidswinst. Om dit te bereiken zijn er in Europa normen vastgesteld in de wetgeving.

Jaarlijks berekent het RIVM de luchtverontreiniging door fijnstof en stikstofdioxide op lokale plekken langs wegen en nabij veehouderijen in Nederland. Op basis hiervan wordt getoetst of Nederland voldoet aan de wettelijke Europese normen voor luchtkwaliteit. Het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is het instrument voor het verzamelen van brongegevens en het berekenen en monitoren van luchtkwaliteit in Nederland. Jaarlijks publiceert het RIVM de Monitoringrapportage MLK met de stand van zaken van de luchtkwaliteit in Nederland. 

De toetsing aan de wettelijke Europese normen voor luchtkwaliteit vindt plaats op specifieke lokale plekken, ‘toetspunten’, langs wegen en vlakbij veehouderijen. Bevoegde gezagen bepalen de locaties voor de toetspunten en leveren de gegevens over het wegverkeer en de veehouderijen. Bevoegde gezagen zijn overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren, toetsen en handhaven van onderdelen van het luchtkwaliteit beleid. 

Grenswaarden stikstofdioxide in 2023 niet overschreden 

De grenswaarde voor stikstofdioxide (jaargemiddeld 40 μg/m³) werd in 2023 op geen enkele locatie overschreden (Berkhout et al., 2024). In de grafiek Weglengte met overschrijding van grenswaarde stikstofdioxide is vanaf 2012 een dalende trend zichtbaar in het aantal kilometers weglengte met een overschrijding. 

De lage concentraties van stikstofdioxide in 2020 en 2021 komen onder andere door de maatregelen die zijn genomen tegen de verspreiding van het coronavirus. Er was in die jaren minder uitstoot van verkeer en economische activiteit binnen en buiten Nederland. In 2021 zijn de concentraties stikstofdioxide wel hoger dan in 2020. Dit komt mogelijk doordat er in 2021 al wel meer verkeer en economische activiteit was dan in 2020. Nadat de coronamaatregelen zijn opgeheven is in 2022 het aantal kilometers weglengte met overschrijding gestegen. De grafiek Overschrijding van grenswaarde stikstofdioxide (NO2laat voor de jaren 2019 tot en met 2023 per provincie de overschrijdingen in kilometer weglengte zien. In 2023 waren er geen overschrijdingen.

Beperkt aantal overschrijdingen grenswaarden fijnstof in 2023 

De enige overschrijding van de daggemiddelde grenswaarde voor fijnstof (PM10) in 2023 was in de provincie Noord-Holland, zie Figuur Overschrijding van grenswaarde fijnstof (PM10). Het ging om een overschrijding langs honderd meter weglengte in Velsen. Deze overschrijding komt mede door de nabijgelegen industrie, die voor een hogere concentratie zorgt. Sinds 2019 zijn er alleen overschrijdingen in de categorie ‘overige wegen’ in Noord-Holland. 

In de Monitoringrapportage luchtkwaliteit worden ook detailberekeningen gedaan met woningen als toetspunten rondom veehouderijen. Hiermee wordt het aantal overschrijdingen van de fijnstof-etmaalnorm berekend. Bij de fijnstof-etmaalnorm mag het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m³ maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In 2023 waren er totaal zes toetspunten met een overschrijding van de fijnstof-etmaalnorm in drie provincies: Gelderland, Limburg en Noord-Brabant.

Strengere EU-grenswaarden vanaf 2030

Vanaf 2030 gaan strengere Europese grenswaarden gelden voor luchtkwaliteit. In het najaar van 2024 zijn de EU-landen en het Europees Parlement het daarover eens geworden. Voor fijnstof en stikstofdioxide wordt vanaf 2030 de huidige jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 aangescherpt naar 20 µg/m3. Het RIVM verwacht dat dit ertoe zal leiden dat op plekken waar nu nog geen overschrijdingen zijn, in de toekomst wél zal worden overschreden.

Daling in blootstelling aan concentraties boven grenswaarden

Luchtvervuiling heeft effect op de gezondheid. In 2023 was de bevolkingsgewogen concentratie voor stikstofdioxide 12 μg/m³ en voor fijnstof 15 μg/m³ (Berkhout & Rebel, 2025). Het aantal mensen dat blootgesteld wordt aan stikstofdioxide en fijnstofconcentraties hoger dan de norm neemt over de jaren af. Aan concentraties hoger dan de jaargemiddelde stikstofdioxide- en fijnstofgrenswaarde werden in 2023 geen mensen in Nederland blootgesteld. 

Door de meteorologie, zoals regen en wind, kunnen de hoeveelheden stikstofdioxide en fijnstof elk jaar verschillen (Velders en Matthijsen, 2009). Soms zorgt de meteorologie ervoor dat de luchtvervuiling zich meer verspreidt, soms minder. Daarom gaat de hoeveelheid vervuiling niet elk jaar omlaag. Ook zijn de berekeningen van luchtvervuiling op lokale plekken niet altijd nauwkeurig (Velders en Diederen, 2009; Wesseling et al., 2016).

Meer lezen over het effect van luchtvervuiling op de gezondheid.

Schone Lucht Akkoord

In 2020 sloot het Rijk het Schone Lucht Akkoord (SLA) met een groot aantal gemeenten en alle provincies. Het doel van het SLA is om in 2030 minimaal 50 procent minder gezondheidsschade te behalen ten opzichte van 2016, voor zover die schade veroorzaakt wordt door binnenlandse bronnen. 

Metingen

Naast berekeningen maakt het RIVM ook gebruik van metingen om te toetsen of wordt voldaan aan de Europese normen. Dit wordt gedaan door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Zie ook Stikstofdioxide in lucht en Fijnstof (PM10) in lucht voor meer informatie.

 

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Lokale luchtverontreiniging

Omschrijving

Lokale luchtverontreiniging door stikstofdioxiden (NO2) en fijnstof (PM10) en de mate van overschrijding van de EU-grenswaarden.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

De berekeningswijze voor de MLK (Monitoring Luchtkwaliteit) rapportage onder de Omgevingswet, is gebaseerd op wettelijk voorgeschreven rekenmodellen (SRM-1 en SRM-2). Deze modellen berekenen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen (zoals PM10 en NO2) langs wegen en in de buurt van veehouderijen om te toetsen aan de Europese grenswaarden. 

De berekeningen worden uitgevoerd met de Rekentool luchtkwaliteit, het officiële instrument van het CIMLK. Gebruikers kunnen hierin eigen wegbestanden en receptoren (toetspunten) importeren om luchtkwaliteit te berekenen. 

Het RIVM maakt met de Rekentool de landelijke berekeningen van de luchtkwaliteit. Hiervoor gebruikt het RIVM de informatie en gegevens die in de centrale database van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) staan. De resultaten van de landelijke berekeningen zijn in het CIMLK te bekijken en te downloaden.

Basistabel

Nvt

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Nvt

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie boven

Opmerking

De hoge waarden voor 2010 t/m 2017 zijn niet afgebeeld in de figuren om de stand van zaken in de recentste jaren beter te verbeelden. De downloadbestanden bij elke figuur bevatten de data voor de complete tijdreeks van 2010 t/m 2023.

Betrouwbaarheidscodering

Modelberekeningen op basis van een groot aantal (nauwkeurig) bepaalde gegevens. De nauwkeurigheid hangt mede af van de compleetheid en juistheid van de invoergegevens van de bevoegde gezagen.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
07
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
06
versie‎
04
versie‎
03
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Lokale luchtverontreiniging (indicator 2155, versie 07, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.