Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Bevolking en wonen

Woningvoorraad naar eigendom, 2006-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Op 1 januari 2013 waren er 7,4 miljoen woningen in Nederland. Dat is, gecorrigeerd voor een trendbreuk in 2012, een toename van 6% ten opzichte van 2006. In 2010 en 2011 is de groei duidelijk minder, namelijk 0,6 resp. 0,7% in vergelijking tot groeipercentages van 0,8 en 1,1% in 2006 en 2007. Deze lagere groei toont de gevolgen van de economische crisis.

Eigendomsverhouding

Van de 7,4 miljoen woningen wordt 54,9% bewoond door de eigenaar zelf en 44,0% wordt verhuurd. Van de resterende woningen is niet bekend of het een huur- dan wel koopwoning betreft. Sinds 2006 is het aandeel eigen woningen licht toegenomen van 53,7% tot 54,9% in 2013. Het aandeel woningen in bezit van woningcorporaties is sinds 2009 licht afgenomen, van 31,6% tot 30,7%. Het aandeel van de overige verhuurders is iets gestegen, namelijk van 11,9% in 2009 tot 13,3% in 2013.
In de meeste gemeenten in Nederland staan er meer eigen woningen dan huurwoningen. Zo staan in 381 van de 408 gemeenten in Nederland meer eigen woningen dan huurwoningen. Het hoogste aandeel eigen woningen (85%) komt voor in de Gelderse gemeente Rozendaal. In 18 gemeenten wordt drie vierde deel of meer door de eigenaar bewoond.
In 27 gemeenten komen juist meer huurwoningen voor. Amsterdam heeft met 73% huurwoningen het hoogste aandeel, gevolgd door Rotterdam met 65%.

Verhuur door corporaties

Van de 3,3 miljoen huurwoningen in 2013 wordt 70% verhuurd door woningcorporaties. In 396 van de 408 gemeenten hebben zij dan ook meer dan de helft van de huurwoningen in bezit.
In Nederland zijn 2,3 miljoen woningen eigendom van een woningcorporatie. Dat is 30,7% van de totale woningvoorraad. De corporatiewoningen zijn vooral te vinden in de grote steden en gemeenten met een sterk stedelijk karakter. Gemeenten met het hoogste aandeel corporatiewoningen zijn Vlaardingen en Delft. In deze twee gemeenten is meer dan 47% van het totaal aantal woningen eigendom van een woningcorporatie. De Gelderse gemeente Rozendaal is de enige gemeente waar corporaties minder dan 10% van de woningen bezitten.

Bouwjaar en eigendom

Alleen in de naoorlogse periode 1945-1965 zijn er meer huur- dan koopwoningen gebouwd. In de jaren 1985 tot 2005 is de bouw van koopwoningen naar verhouding het grootst. Die toename is het gevolg van de gestegen welvaart en de stimulering door de overheid van het eigen woningbezit. Van de woningen uit die periode is 62% een eigen woning en 37% een huurwoning.
Corporaties waren het meest actief in de periode 1945 tot 1985. Van alle woningen uit die periode is 40% in bezit van de corporatiewoningen. Een kwart van de woningen van voor 1945 zijn van particuliere verhuurders. In alle andere jaren is het aandeel van de particuliere woningen veel lager, variërend van 10 tot 14%.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Woningvoorraad naar eigendom, 2006-2013

Omschrijving

Dit artikel bevat gegevens over de eigendomssituatie van de voorraad woningen in 2013. De gegevens zijn afkomstig uit de Landelijke Voorziening Basisregistratie Adressen en Gebouwen (LV BAG). Deze gegevens zijn beschikbaar vanaf januari 2012.Tot een woning worden die verblijfsobjecten uit de BAG beschouwd die als hoofd- of nevenfunctie een woonfunctie hebben en die bovendien de status 3, 4 of 6 hebben.

De BAG onderscheidt de volgende gebruikscodes:

Woonfunctie; woning

Bijeenkomstfunctie; kerk, congrescentrum, bioscoop e.d.

Celfunctie; gevangenis

Gezondheidsfunctie; ziekenhuis e.d.

Industriefunctie; fabriek e.d.

Kantoorfunctie; kantoor

Logiesfunctie; recreatiewoning, hotel e.d.

Onderwijsfunctie; school

Sportfunctie; sporthal e.d.

Winkelfunctie; winkel

Overige gebruiksfunctie; parkeergarage, gemaal e.d.

De volgende statuscodes worden gehanteerd:

1 Gevormd; bouwvergunning (omgevingsvergunning) verleend of bouw gestart.

2 Niet gerealiseerd; afgezien van bouw of ingetrokken bouwvergunning (omgevingsvergunning).

3 In gebruik (niet ingemeten); opgeleverd, nog niet kadastraal ingemeten.

4 In gebruik; opgeleverd, wel kadastraal ingemeten.

5 Ingetrokken; sloop of splitsen of samenvoegen (waarbij nieuwe verblijfsobjecten worden toegevoegd en oude ingetrokken).

6 Buiten gebruik; onbewoonbaar maar nog niet gesloopt.

Een verblijfsobject is de kleinste binnen één of meer panden gelegen eenheid van gebruik, ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte.
De eigendomssituatie van de woningvoorraad en het bouwjaar worden bepaald op basis van een koppeling van de voorraad woningen uit de BAG en het WOZ-register met een aanvulling uit het woningbestand van het Kadaster.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Bert Bunschoten

Berekeningswijze

Het onderscheid huur/eigen gebeurt op basis van een koppeling van de voorraad woningen uit de BAG en het WOZ-register, aangevuld met gegevens uit het woningbestand van het Kadaster.

Basistabel

Statline: Woningvoorraad naar eigendom; regio.

Geografische verdeling

Nederland, landsdelen, provincies, corop, stadsgewesten, grootstedelijke agglomeraties en gemeenten

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie voor de korte onderzoeksbeschrijving de toelichting van de woningvoorraad naar eigendom op de website van het CBS.

Opmerking

Doordat de woningvoorraad voor het eerst wordt ontleend aan de BAG en bij vorige edities aan het CBS-Woningregister kunnen de uitkomsten afwijken. Zie voor een notitie over de verschillen tussen beide registraties: trendbreuk woningvoorraad

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale waarneming).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Woningvoorraad naar eigendom, 2006-2013 (indicator 2164, versie 03 , 15 juli 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.