Landschap

Reliëf in landbouw- en natuurgebieden, 2019

Schaalvergroting in de landbouw en grootschalige ruilverkavelingen hebben bijgedragen aan een vervlakking van het natuurlijke reliëf gedurende de tweede helft van de 20e eeuw. Ook in natuurgebieden vinden in het kader van verschraling en vernatting soms grootschalige ingrepen plaats waarbij de maaiveldhoogte wordt veranderd. Dergelijke aanpassingen van het maaiveld worden in de indicator Reliëf van de Monitor Landschap in beeld gebracht.

Lokaal grote veranderingen

De overzichtskaart laat zien of op agrarisch of natuurlijk terrein wijzigingen zijn opgetreden in het reliëf. De grootste dynamiek zien we in de duinreep aan de Noordzeekust; deze is waarschijnlijk gerelateerd aan de natuurlijke dynamiek in dit gebied. Ook ten zuidwesten van de stad Groningen is een grote ontwikkeling te zien. Dit betreft de ontwikkeling van de waterbergingslocatie de Onlanden. Afgezien van dergelijke "grote" veranderingen in reliëf, laat de kaart ook gebieden zien waar kleinere wijzigingen zijn opgetreden. Dit kan gaan om egalisatie van agrarische percelen, waarbij natuurlijke laagtes of kopjes worden geëgaliseerd, of om ophoging of afgraving van percelen. Dat laatste vindt ook in natuurlijke terreinen plaats. De gesignaleerde ingrepen hebben betrekking op maaiveld-verhoging of -verlaging groter dan 20 cm. Kleinere wijzigingen zijn kwalitatief niet goed vast te stellen. De data laat wijzigingen tot maximaal 5 meter stijging of daling zien. Dergelijke grote wijzigingen komen nauwelijks voor.

Referenties

  • Indicator reliëf uit de Monitor Landschap

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Reliëf in landbouw en natuurgebieden

Omschrijving

Reliëfveranderingen in landbouw- en natuurgebieden

Verantwoordelijk instituut

WEnR; auteur: Paul Peter Kuiper (Kadaster)

Berekeningswijze

Voor de samenstelling van de indicator Reliëf is gebruik gemaakt van de versies 2 en 3 van het Algemeen Hoogtebestand Nederland (hierna: AHN2 en AHN3). Meer specifiek is gebruik gemaakt van de gefilterde puntenwolken, waaruit de meetgegevens van bijvoorbeeld bomen en gebouwen zijn uitgesloten. Deze bestanden zijn bedoeld om alle hoogtemetingen aan maaiveld weer te geven. Meer informatie: www.ahn.nl. De indicator reliëf kijkt primair naar wijzigingen in de maaiveldhoogte. Een plaatselijke wijziging in maaiveldhoogte wordt dus gezien als een wijziging in het reliëf. De verandering in maaiveldhoogte is berekend door de waarden in gridcellen van 2x2m van AHN3 van diezelfde cellen in het AHN2 af te trekken. Het Agrarisch Areaal Nederland is gebruikt om de locatie van de agrarische percelen te kunnen vaststellen. Meer informatie: https://www.pdok.nl/geo-services/-/article/agrarisch-areaal-nederland-aan- NatuurBeheerPlannen 2019 is gebruikt om de locatie van het landnatuur vast te kunnen stellen. Meer informatie: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/het-natuurbeheerplan/ De statistieklaag bevat 500x500m-rastercellen. De rasterdefinitie is afkomstig van de CBS-vierkants-statistiek. Er is gekozen voor deze rasterdefinitie om koppeling met andere vierkants-statistieken mogelijk te maken. Meer informatie: https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/nederland-regionaal/geografische-data/k...

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Opmerking

.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Reliëf in landbouw- en natuurgebieden, 2019 (indicator 2204, versie 01 , 12 mei 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.