Stikstofdepositie, 1990-2025

De depositie van stikstof bedroeg in 2024, gemiddeld over Nederland circa 1.410 mol stikstof per hectare (mol N/ha). Sinds 1990 is de stikstofdepositie met circa 48 procent afgenomen. Ten opzichte van 2024 daalde de depositie in 2025, gebaseerd op een voorlopig cijfer. 

Dalende trend in depositie

De landelijk gemiddelde stikstofdepositie bedroeg in 1990 ruim 2.700 mol N/ha. Sindsdien is de gemiddelde stikstofdepositie gedaald met 48%. De stikstofdepositie was 1.140 mol N/ha in 2024. Ten opzichte van 2024 daalde de depositie in 2025, gebaseerd op een voorlopig cijfer. Het grootste deel van de stikstofdepositie slaat neer in de vorm van droge depositie. In mindere mate slaat stikstof neer als natte depositie.

Fluctuaties in stikstofdepositie

Van jaar op jaar zijn er schommelingen in de stikstofdepositie. Er waren periodes waarin de stikstofdepositie vrijwel niet daalde, doordat de uitstoot van met name ammoniak niet in alle jaren afnam. Ook door weersomstandigheden kunnen van jaar tot jaar variaties in de depositie optreden in de orde van grootte van 10%. Verder speelt hierbij mee dat door de verbeterde luchtkwaliteit er minder snel fijnstof vormt uit ammoniak (zie ook Relatie ontwikkelingen emissies en luchtkwaliteit, clo.nl). Daardoor volgt de ammoniakdepositie niet altijd een gelijke trend als de emissies. 

Daling depositie door lagere emissies

De daling in stikstofdepositie over de periode 1990 tot 2024 is het gevolg van lagere emissies van zowel stikstofoxiden (NOx) als van ammoniak (NH3) (zie de website van Emissieregistratie (Overzichtstabellen Lucht):):

  • De emissie van stikstofoxiden in Nederland daalde sinds 1990 met 62%. Deze daling is het resultaat van maatregelen zoals invoering van katalysatoren, strengere emissie-eisen aan personenauto’s en vrachtverkeer, betere isolatie en ketels in woningen en gebouwen en een lagere inzet van steenkool voor energieproductie.
  • De emissie van ammoniak in Nederland is sinds 1990 met 67% gedaald. Deze emissiedaling is het gevolg van maatregelen in de landbouw. De grootste daling in ammoniakemissies vond plaats in de periode voor 2010 door het direct onderwerken van mest bij de aanwending. Andere maatregelen, zoals verbeterde voersamenstelling, het gebruik van emissiearme stallen en dalende dieraantallen hebben ook bijgedragen aan lagere emissies. 
  • Bovendien zijn de buitenlandse emissies van ammoniak en vooral stikstofoxiden in dezelfde periode afgenomen.

De mate van overschrijding van de kritische depositiewaarden in Natura 2000-gebieden is te vinden onder Overschrijding van kritische depositiewaarde. Voor verschillende ecosystemen is de depositie hoger dan de kritische niveaus voor een goede natuurkwaliteit (Milieukwaliteit van landnatuur: stikstofdepositie).

Regionale verschillen in de stikstofdepositie

Regionaal komen grote verschillen voor in de stikstofdepositie. In met name de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van meer dan 3.500 mol N/ha per jaar. Dat komt door de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij. Daarnaast komt ammoniak veelal dichtbij de grond vrij en deponeert relatief snel. Deze combinatie zorgt ervoor dat er meer ammoniak dichtbij de bron neerkomt dan bijvoorbeeld stikstofoxiden. Dit betekent overigens niet dat ammoniak voornamelijk lokaal deponeert, in tegendeel, het merendeel van de ammoniak deponeert over een groter oppervlak tientallen tot enkele honderden kilometers van de bron. Daarbij is vooral de ruwheid van het terrein belangrijk. Een hogere ruwheid (bijv. een bos of een stad) vangt meer stikstof af dan een glad terrein. 

Ruim twee derde van de depositie is afkomstig uit Nederlandse bronnen. De Nederlandse landbouw levert met circa de helft de grootste bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederland. Zie ook Herkomst stikstofdepositie (clo.nl).

Bronnen

  • RIVM, 2026, ‘Grootschalige concentratiekaarten Nederland. Rapportage 2026’. S. Mijnen-Visser, L. Graas, L.P.I. Glaese, S.B. Hazelhorst, L.A. de Jongh, G.J.C. Stolwijk, W.J. de Vries, S. Zuidberg. Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2026. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: RIVM-rapport 2026-0026.
  • RIVM, 2026. Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026. Auteurs: S.B. Hazelhorst., K.M.F. Brandt, L.P.I. Glaese, L.A.M. Graas, L.A de Jongh, J.D. de Lange, S. Mijnen-Visser, T.N.P. Nguyen, J.M. Schram, G.J.C. Stolwijk, W.J. de Vries, S. Zuidberg. Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026. Rapport 2026-0018. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Stikstofdepositie

Omschrijving

Stikstofdepositie in Nederland per 1 x 1 km.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

De periode 1990 - 2004 is berekend o.b.v. OPSv433 (OPS  = Operationele Prioritaire Stoffen model). De reeks vanaf 2005 wordt jaarlijks berekend (Historische Reeks stikstofdepositie) met de meest recente OPS versie en consistente emissiegegevens. Voor beide periodes is een kalibratie aan de hand van metingen uitgevoerd. Voor de reeks vanaf 2005 worden naast LML-metingen ook MAN-metingen gebruikt. Door het grote aantal metingen is vanaf 2005 een ruimtelijke kalibratie van de droge NHx depositie toegepast. Zie voor meer informatie Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026.

Het laatste jaar van deze reeks is een voorlopig cijfer dat een jaar later nog kan wijzigen. De beschrijving van de ontwikkeling van deze indicator is daarom gebaseerd op de reeks tot het voorlaatste jaar.

Basistabel

Historische Reeks stikstofdepositie: de data zijn beschikbaar als open data: https://doi.org/10.21945/15674553-55d5-41ed-ba52-fd8588e73099.

Geografische verdeling

De berekeningen zijn uitgevoerd op een schaalniveau van 1 km2.

Andere variabelen

Zuurdepositie

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

De rekenmethodiek is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. 

Gereduceerd stikstof (NHx) is de som van ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+). Geoxideerd stikstof (NOy) is de som van stikstofoxiden (NOx) en nitraat (NO3-). Stikstofoxiden (NOx) is de som van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2).

Betrouwbaarheidscodering

Kaart: C (Schatting met modelberekeningen, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). 

Trend: C (Schatting met modelberekeningen, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
22
versie‎
21
versie‎
20
versie‎
19
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Stikstofdepositie, 1990-2025 (indicator 0189, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.