Relatie tussen emissies en gemeten concentraties luchtkwaliteit, 1990-2023

De emissies en de gemeten concentraties van stikstofoxiden (NOx) door stedelijk verkeer, zwaveldioxide (SO2) en fijnstof (PM10) dalen tussen 1993 en 2023 in gelijke mate. Voor de ammoniakconcentratie (NH3) verloopt de trend wat grilliger, waarbij de daling van de emissie niet direct terug te zien is in de gemeten concentraties. 

Stikstofoxiden (NOx)

Het verloop van de stikstofoxidenconcentratie door stedelijk verkeer komt overeen met de dalende trend van de emissie van stikstofoxiden door verkeer in de bebouwde kom, zie figuur Stikstofoxiden (NOx), stedelijk verkeer. Ten opzichte van het jaar 2005 (index = 100 in de figuur) is in 2023 de gemiddelde stikstofoxidenconcentratie van stedelijk verkeer circa 70% gedaald. De stikstofoxidenemissie door verkeer in de bebouwde kom is in die periode ongeveer 49% gedaald. 

Zwaveldioxide (SO2)

Zowel de emissies als concentraties van zwaveldioxide (SO2) dalen sinds jaren ’90. In 2023 is de gemiddelde concentratie zwaveldioxide circa 84% gedaald ten opzichte van jaar 2005. De emissies van zwaveldioxide in Nederland zijn sinds 2005 met circa 74% gedaald. 

Zwaveldioxide kan tot enkele dagen in de atmosfeer verblijven. Daardoor verspreidt het zich over een groot gebied. De emissies van zwaveldioxide in buurlanden in Noordwest-Europa bepalen daardoor een groot deel van de concentratie in Nederland. 

Fijnstof (PM10)

De fijnstof (PM10) emissies in Nederland zijn in 2023 met ongeveer 38% gedaald ten opzichte van 2005. Een groot deel van de fijnstofconcentratie wordt gevormd uit gasvormige componenten (secundair fijnstof). Ook zijn emissies van natuurlijke bronnen van fijnstof niet goed bekend. Bij fijnstof is het verband tussen emissies en concentraties daarom ingewikkelder dan bij stikstofoxiden en zwaveldioxide, ook al hebben de emissie en concentratie in de grafiek eenzelfde ontwikkeling. De van jaar tot jaar variërende meteorologische omstandigheden dragen bij aan zichtbare variaties in gemeten concentraties.

Ammoniak (NH3)

Vanaf de jaren ‘90 is de ammoniakemissie in Nederland meer dan gehalveerd. De daling was het grootst tussen 1990 en 2005. Afgezien van een lichte toename tussen 2013 en 2017 daalden de emissies sinds 2005 gestaag verder. In 2023 zijn de emissies 25% lager dan in 2005.

Het verloop van de ammoniakconcentratie in de lucht is veel grilliger. Net als de emissie daalde de concentratie in de jaren ’90, maar tussen 2000 en 2010 bleef de concentratie vrij constant. Daarna is er sprake van een stijging met een piek in 2018, toen de concentratie bijna 60% hoger was vergeleken met 2005. Sindsdien is er weer een dalende trend. In 2023 is de ammoniakconcentratie 9% lager dan in 2005. 

Deze sterke fluctuaties van jaar tot jaar worden, net als bij fijnstof, onder andere veroorzaakt door variërende meteorologische omstandigheden. De jaren 2018 en 2019 waren erg droog, zonnig en warm, waardoor minder ammoniak neersloeg en meer in de lucht achter bleef (Hoogerbrugge et al. 2019, 2021). Hierdoor is het dus mogelijk dat de ammoniakconcentraties in de loop van de tijd toenemen bij vrijwel gelijkblijvende ammoniakemissies. In het Verenigd Koninkrijk is dit patroon ook waargenomen (Tang et al., 2018).

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Relatie tussen emissies en gemeten concentraties luchtkwaliteit

Omschrijving

Verloop van de concentratie en emissies van stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijnstof en ammoniak

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

De berekeningswijze is specifiek voor deze indicatorversie, eerdere versies kunnen een andere berekeningswijze hebben (zie daarvoor de desbetreffende Technische toelichting). 

Stikstofoxiden (NOx): De concentratiebijdrage van stedelijk verkeer is bepaald door het verschil te nemen tussen gemiddelde concentratie van verkeersbelaste en van regionale achtergrond meetstations (Luchtmeetnet.nl). Regionale achtergrondstations zijn meetpunten die op enige afstand van bebouwing en industrie staan. De emissiebijdrage van stedelijk verkeer komt uit de ER (Emissieregistratie), gebruik makend van het totaal van de GCN-indeling voor stedelijk wegverkeer (binnen de bebouwde kom). Koude start-emissies worden vanaf 2009 meegenomen. 

Zwaveldioxide SO2: De concentratiebijdrage is afkomstig van de gemiddelde concentratie op regionale achtergrond meetstations (Luchtmeetnet.nl). De emissiebijdrage is afkomstig uit de NFR-rapportage 2023 (CEIP 2024) van Nederland. 

Fijnstof PM10: De concentratiebijdrage is afkomstig van de gemiddelde gemeten concentraties op regionale achtergrond meetstations (www.luchtmeetnet.nl). De emissiebijdrage is afkomstig uit de NFR-rapportage 2023 (CEIP 2024) van Nederland.

Ammoniak NH3: De concentratiebijdrage is afkomstig van een vast aantal meetpunten: 27 MAN-gebieden en 8 LML-stations. Om elke locatie even zwaar mee te wegen, wordt de tijdreeks van elk locatie genormaliseerd. Dat betekent dat elk meetpunt wordt gedeeld door het tijdreeksgemiddelde per locatie. Daarna worden de 35 genormaliseerde tijdreeksen gemiddeld: de genormaliseerde tijdreeks van Nederland. Afkapwaarde voor de berekening van jaargemiddelden is 75% databeschikbaarheid gehanteerd. Eerst zijn de concentraties gemiddeld en daarna geïndexeerd met jaar 2005 = 100. De emissiebijdrage is afkomstig uit de NFR-rapportage 2023 (CEIP 2024) van Nederland.

Basistabel

Gegevens van de Emissieregistratie, NFR-(op de CEIP-website www.ceip.at) en www.luchtmeetnet.nl (waaronder Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit)

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Eenmaal per jaar

Achtergrondliteratuur

Zie Bronnen

Betrouwbaarheidscodering

C en voor emissies: Zie Kwaliteit van de emissiecijfers Emissieregistratie

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Relatie tussen emissies en gemeten concentraties luchtkwaliteit, 1990-2023 (indicator 0081, versie 15, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.