Visvangst in de Noordzee, 2002-2024
De vangst van haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee is de laatste decennia teruggelopen. Dit komt door een combinatie van een lagere visstand en de visserijmaatregelen die daarom genomen zijn.
Vangst in de Noordzee en totaal toegestane vangst
Voor vier vissoorten (haring, kabeljauw, schol, tong) wordt hier informatie gegeven over de vangst door alle landen die in de Noordzee mogen vissen en de Total Allowable Catch (Totale Toegestane Vangst, TAC).Het afgelopen decennium worden steeds meer vissoorten op duurzaamheidsdoel beheerd. Veranderingen in de productiviteit van de Noordzee bepalen de mogelijke vangsten en de vangstbeperkende maatregelen.
Haring
Eind jaren 80 tot midden jaren 90 waren de haringvangsten zeer hoog, met een piek in 1989 (717 miljoen kg). Na 1996 daalden de vangsten flink door een sterke beperking van de toegestane vangst (TAC) en inspanning, waarna ze weer toenamen richting 2004–2005. In de periode 1996–2005 was het aandeel overboord gezette vis gemiddeld erg hoog, namelijk 14%. In de periode 2006-2011 vond opnieuw een daling plaats, tot het absolute minimum in 2009 (166 miljoen kg). In de jaren na 2011 stegen de vangsten en bleven ze redelijk stabiel rond 500 miljoen kg per jaar, met een kleine terugval in 2019-2021. In 33 van de 38 jaar lag de vangst boven de TAC en in vijf jaar eronder (2003, 2009, 2010, 2017, 2018). Het aandeel overboord gezette vis daalde structureel: van gemiddeld 14% eind jaren 90/begin jaren 00 naar 0,2% in 2016–2024.
Kabeljauw
In het begin van de jaren 00 daalden de kabeljauwvangsten in de Noordzee sterk, van circa 64 miljoen kg in 2002 naar een dieptepunt van 34 miljoen kg in 2003. Deze daling viel samen met een sterke reductie van de TAC en een toename van overboord gezette vis. Deze piekte in 2007-2008 tot meer dan 25-30 miljoen kg per jaar. In 2007–2009 stegen de vangsten tijdelijk tot boven 50 miljoen kg door extreem hoge discards (teruggooi), maar vanaf 2010 stabiliseerden ze rond 40-50 miljoen kg, met een piek in 2016 (50,5 miljoen kg). Na 2018 volgde een scherpe daling naar historisch lage niveaus van 19 miljoen kg in 2021. In 2022-2024 is weer sprake van een stijging (22-32 miljoen kg), maar de vangsten blijven ver onder eerdere niveaus. Over de gehele periode is het aandeel discards structureel gedaald: van meer dan 30 miljoen kg in 2007 naar minder dan 6 miljoen kg in 2024. De TAC is sinds 2002 geleidelijk verlaagd, van circa 56 miljoen kg naar 24 miljoen kg in 2025, in lijn met het herstelbeleid voor kabeljauw. Toch blijft de visserijdruk op het bestand hoog, aangezien de biomassa zich nog niet volledig heeft hersteld. In 2026 wordt een TAC geadviseerd van geen vangsten.
Schol
De totale scholvangsten in de Noordzee lagen in 2002 nog op circa 132 miljoen kg, maar daalden daarna geleidelijk tot ongeveer 118 miljoen kg in 2005 en 99 miljoen kg in 2007. Vanaf 2008 trad een stijging op in de vangsten met een piek van 141 miljoen kg in 2012.
Na 2013 bleven de vangsten relatief stabiel rond 125-136 miljoen kg tot 2016, waarna een daling inzette. Vanaf 2018 namen de vangsten sterk af: van 105 miljoen kg in 2018 naar slechts 43 miljoen kg in 2024.
Het aandeel discards bleef hoog in de eerste jaren (tot circa 55 miljoen kg in 2002), maar daalde geleidelijk naar ongeveer 24 miljoen kg in 2024. Tegelijkertijd steeg de TAC in deze periode van 83 miljoen kg in 2002 naar 177 miljoen kg in 2025, wat wijst op een ruimere toegestane vangst ondanks afnemende werkelijke vangsten.
Tong
De totale tongvangsten lagen in de vroege jaren 00 rond 18-21 miljoen kg en bereikten een piek in 2004 met 21,2 miljoen kg. Tussen 2005 en 2016 bleven ze relatief stabiel op ongeveer 14-16 miljoen kg. Vanaf 2017 zette een continue daling in: van 13,7 miljoen kg in 2017 naar een dieptepunt van 4,3 miljoen kg in 2024.
Het aandeel discards nam structureel af, van 3,46 miljoen kg in 2002 naar ongeveer 0,4 miljoen kg in 2024. De TAC in deze periode bewoog mee met het beheer: na jaren tussen ongeveer12-18 miljoen kg werd die fors verlaagd in 2023-2024 (van 9,15 naar 3,68 miljoen kg), in lijn met het zwakke bestand en de sterk dalende vangsten.
TAC's
Voor een groot aantal commercieel belangrijke vissoorten wordt jaarlijks een TAC vastgesteld. Voor elke vissoort geeft de TAC de totale hoeveelheid vis die door alle Europese landen (inclusief Noorwegen, Faeröer, IJsland) tezamen in een visgebied gevangen mag worden.
In het verleden werden alleen de aanlandingen beperkt door de TAC. Met het verbod op het overboord gooien van vis in het nieuwe Gemeenschappelijke visserijbeleid (GVB) zal de TAC de vangsten moeten beperken. Hiermee beoogt men te voorkomen dat er door overbevissing te weinig volwassen vis binnen het visbestand overblijft.
TAC’s worden berekend op basis van wetenschappelijk onderzoek naar de visstand in een zeegebied, met inachtneming van een schatting voor de hoeveelheid overboord gezette vis. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) en leidt tot een advies aan de Raad van visserijministers, die daarna de TAC officieel vaststelt.
Nationale quota
Nadat de TAC’s zijn vastgesteld, worden zij door de EU-lidstaten verdeeld in nationale quota. Dit gebeurt volgens een vaste verdeelsleutel op grond van hun historische vangsten. Zo krijgt Nederland voor schol en tong altijd een belangrijk deel van de TAC toegekend als quotum.
Visserijbeleid
Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van de Europese Unie is sinds 1983 van kracht en is in 1992, 2002 en 2014 ingrijpend herzien. Het GVB heeft als kern het duurzaam beheren van visbestanden door ecologische, economische en sociale belangen met elkaar in balans te brengen. De hervorming van 2014 bracht een versterkte focus op duurzaamheid, regionale samenwerking en beter wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming. Centraal staat dat Europese visbestanden worden bevist volgens het principe van Maximum Sustainable Yield (MSY), zodat overbevissing wordt voorkomen en visbestanden zich kunnen herstellen.
Sinds 2019 is daarnaast de aanlandplicht volledig van kracht, die verplicht dat alle vangsten van soorten die onder vangstbeperkingen vallen moeten worden aangeland. De aanlandplicht is bedoeld om discards te verminderen en selectiever te vissen.
Daarnaast voorziet het beleid in meer regionale besluitvorming via adviesraden, ondersteuning voor innovatie in selectiever vistuig, stimulering van duurzame aquacultuur en extra aandacht voor kleinschalige kustvisserij. De Europese Commissie voert momenteel een omvangrijke evaluatie van het GVB uit, die begin 2026 wordt afgerond en richting geeft aan een toekomstige visserijvisie voor 2040.
Bronnen
- Densen, W.L.T. van, en N.T. Hintzen (2010). Kernbegrippen visserijbeheer en overzicht toestand visbestanden in Europa. Rapport C006/10. IMARES, institute for Marine Resources and Ecosystem Studies, Wageningen.
- Europese Commissie (2014). Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Brussel, Commissie van de Europese Gemeenschappen.
- Europese Commissie. (2025). Sustainable fishing in the EU: state of play and orientations for 2026 (COM/2025/296 final). EUR‑Lex.
- ICES. (2025a). Sole (Solea solea) in Subarea 4 (North Sea). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, sol.27.4,
- ICES. (2025b). Plaice (Pleuronectes platessa) in Subarea 4 (North Sea) and Subdivision 20 (Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, ple.27.420
- ICES. (2025c). Herring (Clupea harengus) in Subarea 4 and divisions 3.a and 7.d, autumn spawners (North Sea, Skagerrak and Kattegat, eastern English Channel). Replacing advice provided in May 2024. In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, her.27.3a47d.
- ICES. (2025d). Cod (Gadus morhua) in Subarea 4, divisions 6.a and 7.d, and Subdivision 20 (North Sea, West of Scotland, eastern English Channel and Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, cod.27.46a7d20,
Relevante informatie
- Meer informatie over visvangst is te verkrijgen via de website van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Visvangst in de Noordzee
- Omschrijving
Ontwikkeling van de vastgestelde TAC (= totale toegestane vangst) en de vangst van haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee tussen 2002 en 2023. De TAC en vangst hebben betrekking op alle landen die in de Noordzee mogen vissen.
- Verantwoordelijk instituut
Wageningen Marine Research (Danique van Wijk)
- Berekeningswijze
De grafieken geven voor vier vissoorten (haring, kabeljauw, schol, tong) informatie over de vangst door alle landen die in de Noordzee mogen vissen en de Total Allowable Catch (Totale Toegestane Vangst, TAC). Voor de vangst zijn in de grafieken gegevens opgenomen over de door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) berekende hoeveelheden ‘aangelande vis’ en de ‘overboord gezette vis’ (‘discards’). De schattingen van de hoeveelheden ‘overboord gezette vis’ zijn berekend op basis van steekproeven aan boord. De cijfers over de TAC moeten worden vergeleken met de gegevens over de hoeveelheden aangelande vis.
ICES berekent de vangst op basis van de hoeveelheden officieel aangelande vis en een schatting voor niet toegewezen vangsten en verkeerd gerapporteerde aanlandingen. Daarnaast maakt ICES een schatting voor de hoeveelheden overboord gezette vis. De website van ICES geeft meer informatie over de gebruikte onderzoeksmethoden en computermodellen waarmee bijschattingen gemaakt worden.
- Basistabel
Gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).
- Geografische verdeling
- Haring: Noordzee (ICES IV), inclusief Oostelijk Kanaal (ICES VIId);
- Kabeljauw: Noordzee (ICES IV), inclusief Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en Skagerrak (ICES IIIa West);
- Schol: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West);
- Tong: Noordzee (ICES IV).
- Andere variabelen
ICES publiceert voor een aantal commerciële vissoorten en visgebieden de volgende gegevens:
- bestandsomvang volwassen vis,
- aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis),
- Total Allowable Catch (TAC),
- vangst (totale vangst en vangst per land),
- quotum per land,
- visserijsterfte.
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Zie referenties: ICES (2025a); ICES (2025b); ICES (2025c); ICES (2025d)
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Visvangst in de Noordzee, 2002-2024 (indicator 0074, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.