Emissie naar lucht, water en bodem

Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2019

Ten opzichte van 2018 is de belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfor gestegen met 14% respectievelijk 13%. Dat wordt voornamelijk veroorzaakt door meer neerslag, waardoor de uit- en afspoeling hoger is. Bij de meeste andere stoffen is de belasting van het oppervlaktewater in 2019 licht gedaald ten opzichte van 2018; bij de getoonde bestrijdingsmiddelen is er sprake van een fikse daling.

Wat is inbegrepen in de belasting van het oppervlaktewater?

De belasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, bestaat uit de rechtstreekse emissies naar oppervlaktewater vanuit bedrijven, huishoudens en diffuse bronnen, plus de overdrachten vanuit de andere compartimenten. Vanuit het compartiment riolering en waterzuivering zijn dat de lozingen van gezuiverd afvalwater door rioolwaterzuiveringsinstallaties en de lozingen vanuit overstorten en regenwaterriolen. Vanuit het compartiment bodem is dat de uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden (landelijk gebied) en vanuit het compartiment lucht is dat de atmosferische depositie op oppervlaktewateren.
Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen varend op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) zijn niet meegenomen in de cijfers zoals die in deze indicator zijn gepresenteerd.

Uit- en afspoeling nutriënten uit landelijk gebied sterk neerslagafhankelijk

De uit- en afspoeling vanuit het landelijk gebied (landbouwgebied en natuurgebied) is voor de hele tijdreeks opnieuw berekend met het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (WEnR/Deltares, 2021). De trend laat zien dat de uit- en afspoeling gevoelig is voor de variatie in de jaarlijkse neerslag. In het droge jaar 2018 was de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor daarom lager dan in 2017, maar in 2019 steeg de uit- en afspoeling weer.

Trend zware metalen, nutriënten en PAK's

De grootste reducties in de belasting van het oppervlaktewater zijn gehaald in de periode tussen 1985 en 1995, vooral door maatregelen bij de industriële bronnen. De grootste bronnen voor zowel stikstof, fosfor en zware metalen zijn nu de riolering en waterzuivering, de atmosferische depositie en de uit- en afspoeling. De laatste jaren fluctueert de belasting van de zware metalen licht. Bij zink zou dat kunnen liggen aan verschillen in neerslag en daardoor variatie in de aanvoer van zink via hemelwater. De belasting via de effluenten van de rioolwaterzuiveringsinstallaties is in 2019 voor fosfor en stikstof licht gestegen. Bij de zware metalen en PAK's is de atmosferische depositie in 2019 licht gedaald ten opzichte van 2018. Maar over het algemeen worden de verschillen tussen de jaren steeds kleiner.

Toelatingen gewasbeschermingsmiddelen bepalen voornamelijk de trend

De gegevens over de belasting door landbouwkundig gebruik van bestrijdingsmiddelen vanaf 2010, zijn berekend met de Nationale Milieu Indicator (NMI 4) en zijn gebaseerd op afzet- en gebruikscijfers. Tot het jaar 2009 werd NMI 3 gebruikt. De NMI is een model dat bestaat uit een aantal modules die elk voor een specifiek toepassingsgebied in de Nederlandse land- en tuinbouw emissie-indicatoren van bestrijdingsmiddelen op jaarbasis berekenen (WEnR & RIVM, 2021)
Voor het herbicide glyfosaat geldt dat het grootste deel van de belasting nog steeds afkomstig is uit het compartiment riolering en waterzuivering door de toepassing op verhardingen in het stedelijk groenbeheer. Vanaf maart 2016 mogen professionele gebruikers bij het stedelijk groenbeheer geen gewasbeschermingsmiddelen meer op een verharde ondergrond gebruiken. Deze ontwikkeling is zichtbaar in de trend van Glyfosaat en MCPA. Vooruitlopend op het verbod was het verbruik van deze middelen in 2015 ook al lager. Het herbicide MCPA en het insecticide imidacloprid komen voornamelijk in het oppervlaktewater via gebruik in de landbouw, op verhardingen (MCPA) en via effluenten van rwzi's. (imidacloprid).
Het herbicide terbutylazine wordt nagenoeg uitsluitend in de landbouw toegepast.

Belasting van oppervlaktewater door geneesmiddelen stijgt licht

Door gebruik in huishoudens komen geneesmiddelen via het riool en de effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties in het oppervlaktewater terecht. De trend per middel is vaak direct gerelateerd aan het gebruik, maar volgt over het algemeen de stijging van het aantal inwoners. Bij alle middelen die in de indicatoren van het compendium worden weergegeven, is in 2019 de belasting van het oppervlaktewater licht gestegen ten opzichte van 2018. Het gaat om de pijnstiller Diclofenac, de bloeddrukverlager Metoprolol, het antibioticum Azithromycine, het anti-epilecticum Carbamazapine en het anti-diabetes middel Metformine.

Maatregelen

Om de belasting van het oppervlaktewater te verminderen zijn de afgelopen decennia de meeste, relatief gemakkelijk te nemen maatregelen al genomen. De belangrijkste resterende bronnen zijn aanzienlijk lastiger om aan te pakken. Bij de landbouw duurt het lang voordat de effecten van genomen maatregelen zichtbaar zijn. Bij de aanpak van diffuse bronnen is er sprake van complexe regelgeving en veel emissieoorzaken. Vanaf maart 2016 mogen professionele gebruikers bij het openbaar groenbeheer geen gewasbeschermingsmiddelen meer op een verharde ondergrond gebruiken. De atmosferische depositie is voor een (groot) deel uit het buitenland afkomstig. Voor de aanpak van al deze bronnen is intensieve samenwerking op verschillende niveaus noodzakelijk: regionaal, nationaal en internationaal.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Belasting van het oppervlaktewater

Omschrijving

De belasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, bestaat uit de emissies naar oppervlaktewater plus de overdrachten vanuit de overige compartimenten in de vorm van RWZI effluenten, overstorten, regenwaterriolen, uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden en de atmosferische depositie op oppervlaktewateren exclusief de Noordzee. Emissies, ofwel de vrachten verontreiniging die uit een bron vrijkomen, kunnen worden verdeeld in emissies naar het oppervlaktewater en emissies naar het rioolstelsel.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-WVL, Deltares, Wageningen Environmental Research, TNO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Berekeningswijze

Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, stroomgebied, waterschap, afwateringseenheid

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffen. Circa 1600 emissieoorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten
Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen varend op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) zijn niet meegenomen in de cijfers. Voor nadere uitleg over de begrippen emissies en belasting: zie: Belasting van en emissies naar water: begrippen en definities

Betrouwbaarheidscodering

Complex. Per bron of groep van bronnen is de betrouwbaarheidscodering te vinden in de factsheets op de website van de Emissieregistratie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2019 (indicator 0083, versie 22 , 26 januari 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.