Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2023
In 2023 is de belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfor ten opzichte van 2022 aanzienlijk gestegen met respectievelijk 53% en 61%. Dat wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere uit- en afspoeling vanaf landbouw- en natuurgronden door een recordhoeveelheid neerslag. Bij de metalen is de belasting ongeveer hetzelfde. De PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) Benzo(a)Pyreen en Fluorantheen zijn respectievelijk 23% en 7% lager, voornamelijk door een lagere atmosferische depositie maar ook door een afname van lozingen vanuit bedrijven.
Wat is inbegrepen in de belasting van het oppervlaktewater?
De belasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, bestaat uit de rechtstreekse emissies naar oppervlaktewater vanuit bedrijven, huishoudens en diffuse bronnen, plus de overdrachten vanuit de andere compartimenten. Vanuit het compartiment riolering en waterzuivering zijn dat de lozingen van gezuiverd afvalwater door rioolwaterzuiveringsinstallaties en de lozingen vanuit overstorten en regenwaterriolen. Vanuit het compartiment bodem is dat de uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden (landelijk gebied) en vanuit het compartiment lucht is dat de atmosferische depositie op oppervlaktewateren.
Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen varend op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) zijn niet meegenomen in de cijfers zoals die in deze indicator zijn gepresenteerd.
Uit- en afspoeling nutriënten uit landelijk gebied sterk neerslagafhankelijk
De uit- en afspoeling vanuit het landelijk gebied (landbouwgebied en natuurgebied) is voor de hele tijdreeks opnieuw berekend met het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (WEnR, 2025). Zeker voor het laatste decennium geldt dat de trend in de uit- en afspoeling afhangt van de jaarlijkse neerslaghoeveelheden en de waterafvoer uit landbouwgronden in combinatie met hoeveel meststoffen op de bodem worden gebracht.
- Belasting van het oppervlaktewater door landbouw en natuur
- Belasting van het oppervlaktewater met vermestende stoffen
Trend zware metalen, nutriënten en PAK's
De grootste reducties in de belasting van het oppervlaktewater zijn gehaald in de periode tussen 1985 en 1995, vooral door maatregelen bij de industriële bronnen. De grootste bronnen voor zowel stikstof, fosfor en zware metalen zijn nu de riolering en waterzuivering, de atmosferische depositie en de uit- en afspoeling. De laatste jaren fluctueert de belasting van de zware metalen licht. Bij zink zou dat kunnen liggen aan verschillen in neerslag en daardoor variatie in de aanvoer van zink via hemelwater. De belasting via de effluenten van de rioolwaterzuiveringsinstallaties is in 2023 voor fosfor en stikstof gestegen omdat er veel meer afvalwater is aangevoerd door de hoge neerslaghoeveelheden. Daardoor was het zuiveringsrendement slechter.
Toelatingen bestrijdingsmiddelen bepalen voornamelijk de trend
Het gaat bij deze cijfers om de emissies als gevolg van het gebruik als gewasbeschermingsmiddel en als biocide of diergeneesmiddel. De gegevens over de belasting door landbouwkundig gebruik van bestrijdingsmiddelen vanaf 2010, zijn berekend met de Nationale Milieu Indicator (NMI 4) en zijn gebaseerd op afzet- en gebruikscijfers.
Omdat de gegevens voor landbouwkundig gebruik sinds 2021 zijn door-gekopieerd naar 2022 en 2023, is er voor die emissie-oorzaak alleen iets te zeggen over de trend tot en met 2021.
Tot het jaar 2009 werd NMI 3 gebruikt. De NMI is een model dat bestaat uit een aantal modules die elk voor een specifiek toepassingsgebied in de Nederlandse land- en tuinbouw emissie-indicatoren van gewasbeschermingsmiddelen op jaarbasis berekenen (WEnR & RIVM, 2025).
Voor het herbicide glyfosaat geldt dat nog slechts een klein deel van de belasting afkomstig is uit het compartiment riolering en waterzuivering. Er geldt sinds 2016 een verbod op professioneel gebruik op verhardingen en sinds 2022 is er ook een verbod voor het gebruik door particulieren. Deze ontwikkeling is zichtbaar in de trend van Glyfosaat maar ook bij MCPA. Vooruitlopend op het verbod was het verbruik van deze middelen in 2015 ook al lager. De herbiciden Glyfosaat en MCPA komen in 2023 (=2021 cijfers voor landbouw) voornamelijk in het oppervlaktewater via gebruik in de landbouw. Het biocide en diergeneesmiddel (vlooienbanden) imidacloprid komt voornamelijk via effluenten van rwzi’s in het oppervlaktewater. Het herbicide terbutylazine wordt nagenoeg uitsluitend in de landbouw toegepast.
Belasting van oppervlaktewater door geneesmiddelen stijgt licht
Door gebruik in huishoudens komen geneesmiddelen via het riool en de effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties in het oppervlaktewater terecht. De trend per middel is vaak direct gerelateerd aan het gebruik, maar volgt over het algemeen de stijging van het aantal inwoners. Bij alle middelen die in de indicatoren van het compendium worden weergegeven, was in 2023 de belasting van het oppervlaktewater licht gestegen ten opzichte van 2022. Het gaat om de pijnstiller Diclofenac, de bloeddrukverlager Metoprolol, het antibioticum Azithromycine, het anti-epilecticum Carbamazapine en het anti-diabetes middel Metformine.
Maatregelen
Om de belasting van het oppervlaktewater te verminderen zijn de afgelopen decennia de meeste, relatief gemakkelijk te nemen maatregelen al genomen. De belangrijkste resterende bronnen zijn aanzienlijk lastiger om aan te pakken. Bij de landbouw duurt het lang voordat de effecten van genomen maatregelen zichtbaar zijn. Bij de aanpak van diffuse bronnen is er sprake van complexe regelgeving en veel emissieoorzaken. Bij Glyfosaat geldt het gebruiksverbod op verhardingen door professionele gebruikers vanaf 2016 en het verbod op gebruik door particulieren vanaf 2022.De atmosferische depositie is voor een (groot) deel uit het buitenland afkomstig. Voor de aanpak van al deze bronnen is intensieve samenwerking op verschillende niveaus noodzakelijk: regionaal, nationaal en internationaal.
Bronnen
- Emissieregistratie (2025). Website Emissieregistratie: jaarcijfers 2023. RIVM, Bilthoven; PBL, Den Haag; CBS, Den Haag; RWS-WVL, Lelystad; WEnR, Wageningen; Deltares, Utrecht; RVO, Utrecht en TNO, Utrecht.
- CTGB (2025). College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Wageningen.
- WEnR en RIVM (2025). Factsheet Emissies landbouwbestrijdingsmiddelen (emissieregistratie.nl), versie juni 2025.
- WEnR (2025). Uit- en afspoeling nutrienten landbouw- en natuurgronden.pdf (emissieregistratie.nl), versie juni 2025.
Relevante informatie
- Emissies naar water: begrippen en definities
- Belasting van het oppervlaktewater naar herkomst
- Belasting van het rioolstelsel
- Atmosferische depositie op binnenwater en op het rioolstelsel
- Belasting van het oppervlaktewater door landbouw en natuur
- Belasting van het oppervlaktewater door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw
- Belasting van het oppervlaktewater door de industrie
- Belasting van het oppervlaktewater door verkeer en vervoer
- Belasting van het oppervlaktewater door huishoudens
- Belasting van het oppervlaktewater vanuit riolering en waterzuivering
- Recente cijfers en beschrijvingen van gehanteerde berekeningswijzen (meta-informatie) kunnen in detail bekeken worden op de website van de Emissieregistratie. Informatie over het toelatingsbeleid over gebruik van bestrijdingsmiddelen is te vinden op de website van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Belasting van het oppervlaktewater
- Omschrijving
De belasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, bestaat uit de emissies naar oppervlaktewater plus de overdrachten vanuit de overige compartimenten in de vorm van RWZI effluenten, overstorten, regenwaterriolen, uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden en de atmosferische depositie op oppervlaktewateren exclusief de Noordzee. Emissies, ofwel de vrachten verontreiniging die uit een bron vrijkomen, kunnen worden verdeeld in emissies naar het oppervlaktewater en emissies naar het rioolstelsel.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-WVL, Deltares, Wageningen Environmental Research, TNO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
- Berekeningswijze
Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie
- Basistabel
Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie
- Geografische verdeling
Nederland, provincie, stroomgebied, waterschap, afwateringseenheid
- Andere variabelen
Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen
Circa 1600 emissieoorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen- Verschijningsfrequentie
In mei definitieve cijfers t-2
- Achtergrondliteratuur
Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten
Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst- Opmerking
Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen varend op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) zijn niet meegenomen in de cijfers.
Voor nadere uitleg over de begrippen emissies en belasting: zie: Emissies naar water: begrippen en definities- Betrouwbaarheidscodering
Complex. Per bron of groep van bronnen is de betrouwbaarheidscodering te vinden in de factsheets op de website van de Emissieregistratie
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2023 (indicator 0083, versie 26, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.