Ammoniakemissie door de land- en tuinbouw, 2005-2024
In de periode 2005-2024 is de emissie van ammoniak door de land- en tuinbouw met 29% afgenomen. Meer dan de helft van de afname komt door lagere emissie van de diercategorie varkens.
Ammoniakemissies per diercategorie
In de figuur in het tabblad Diercategorie zijn de emissies weergegeven per diercategorie. Rundvee is de grootste bron, gevolgd door varkens en pluimvee. De totale uitstoot van ammoniak door de land- en tuinbouw is tussen 2005 en 2024 met 29% afgenomen. Deze afname komt door: minder dieren, een lagere stikstof excretie per dier, meer stallen met luchtwassers, meer mestbewerking en -verwerking, en een toename van emissiearme mesttoediening. Tussen 2013 en 2017 stegen de emissies. Dit kwam doordat melkveehouders meer koeien gingen houden in de aanloop naar het einde van het melkquotum. Na 2017 daalde de emissie van rundvee weer doordat de melkveestapel kromp na de invoering van het fosfaatrechtenstelsel. De emissie daalt niet voor elke diercategorie. Zo is de emissie voor de diercategorie geiten zeer sterk gestegen (+226%). Dit komt door een toename van het aantal geiten en hogere emissiefactoren uit stallen door toegenomen ventilatie.
De emissies per diercategorie omvatten de uitstoot van de mest in de stal, tijdens opslag, bewerking, verwerking en vergisting, bij het toedienen en bij het beweiden. De dieren omvatten alle runderen, varkens, schapen, paarden, pony’s en ezels in Nederland. Bij pluimvee, geiten, konijnen en pelsdieren gaat het alleen om dieren op agrarische bedrijven. Emissies van hobbymatig gehouden pluimvee, geiten en pelsdieren vallen niet onder de land- en tuinbouw sector. Hobbymatig gehouden konijnen en vogels vallen onder consumenten huisdieren mest.
Ammoniakemissies per emissiebron
In het tabblad Bron zijn de ammoniakemissies door land- en tuinbouw ingedeeld volgens de processen waarbij ammoniak vrijkomt. De emissies door Toedienen van dierlijke mest en Stal en opslag zijn het meest gedaald. De emissies door Toedienen van dierlijke mest daalden door het toepassen van emissiearme mesttoediening. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er minder ammoniak dan bij bovengrondse uitrijtechnieken. Daardoor komt er meer stikstof in de bodem beschikbaar voor het gewas en is er minder kunstmest nodig. De emissie van Stal en opslag nam af door: krimp van de veestapel, emissiearme stallen, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen en een toename van mestbewerking en verwerking (Van der Most et al., 2026).
Onder de categorie overig vallen de emissies die komen door:
- Het toedienen van kunstmest, zuiveringsslib en compost;
- Gewasresten en afrijpende gewassen;
- Het toedienen van meststoffen door particulieren;
- Het toedienen van mest op natuurgebieden en de beweiding van natuurgebieden.
Ontwikkeling emissiearme mesttoediening
Nadat in de jaren negentig van de vorige eeuw het breedwerpig bovengronds uitrijden van mest al werd verboden, is vanaf 2008 ook het in twee werkgangen uitrijden en onderwerken van mest op bouwland niet meer toegestaan. Door dit verbod steeg het aandeel mestinjectie van drijfmest op onbeteeld bouwland van 38% in 2007 naar 80% in 2008. Het onderwerken in één werkgang ging van 30% naar 5,5% en onderwerken in twee werkgangen ging van 24% naar 0% van de toegediende drijfmest op onbeteeld bouwland. Na 2008 zijn er geen grote veranderingen meer in de gebruikte toedieningstechnieken op bouwland (Van der Most et al., 2026). Vanaf 2019 zijn de emissiefactoren van het uitrijden van mest op grasland met een sleufkouter en met sleepvoeten en sleepslangen gelijkgesteld aan de emissiefactor van een zodenbemester. Sinds 2019 is het namelijk verplicht om drijfmest te verdunnen met water als het op de grond wordt toegediend, waardoor de emissiefactor lager is (Van Bruggen et al., 2021).
Ontwikkeling emissiearme huisvesting
In 2005 werd het Besluit huisvesting gepubliceerd, waarin werd vastgelegd hoeveel ammoniak stallen mogen uitstoten. In 2015 kwam er een aanscherping van de eisen met het Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren. Sinds 2020 moeten alle bedrijven aan de eisen uit het besluit voldoen. Uitgebreide informatie over de eisen over ammoniakemissies zijn te vinden op de website van IPLO. Naast de landelijke maximale emissiewaarden moeten stallen in de provincies Noord-Brabant en Limburg voldoen aan aanvullende vereisten (Provincie Limburg, 2023 en Provincie Noord Brabant, 2022).
In 2020 heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet een advies uitgebracht over de werking van emissiearme stallen. In dit advies staat dat de effectiviteit van bepaalde emissiearme stalsystemen in de praktijk lager is dan op basis van metingen in de proefstallen werd aangenomen. Op basis van dit advies is besloten de emissiefactoren van bepaalde stalsystemen bij te stellen in de berekeningen van de ammoniakemissies in de Emissieregistratie. Voor een volledig overzicht van de aanpassing en de stalsystemen zie paragraaf 2.6 en bijlage 9 in Van der Most et al. (2026).
Internationale afspraken en emissiedichtheid ammoniak in EU-landen
Ondanks dat de Nederlandse landbouwsector de emissies sinds 2005 met 29% heeft laten afnemen, is de intensiteit van ammoniakemissie per hectare landbouwgrond in Nederland nog 55,5 kilogram ammoniak. Daarmee is de emissiedichtheid in Nederland de op één na hoogste in de EU (na Malta) (Eurostat/EEA, 2026), zie de figuur in tabblad “Emissiedichtheid in EU” voor de emissiedichtheden in de EU.
Het Nederlandse beleid voor de luchtkwaliteit is gebaseerd op internationale afspraken en normen. De emissieplafonds worden door de Verenigde Naties en de EU samen met Nederland afgesproken en zijn voor ammoniak vastgelegd in het Gothenburg Protocol en de National Emission reduction Commitments richtlijn (NEC-richtlijn) (UNECE, 2013 en EU, 2016). De totale emissie van ammoniak in Nederland bedroeg in 2024 afgerond 113 kiloton en ligt daarmee onder het vastgestelde EU-NEC plafond van 135 kiloton (EU, 2016). De land- en tuinbouw droeg aan dit totaal 101 kiloton bij. De NEC-richtlijn hanteert een andere indeling van de sectoren. Het verschil met de totale emissie van ammoniak uit de land- en tuinbouw in de grafiek Emissie per Diercategorie komt doordat de emissies van de vergisting van mest bij de NEC-richtlijn onder de sector ‘afval’ vallen.
Aanpassingen methode
Bij de berekening van de emissies voor de 1990-2024 reeks zijn een aantal aanpassingen in de rekenmethodiek aangebracht. Voor een volledig overzicht van alle wijzigingen, zie van der Most et al. (2026). Voor een volledig overzicht van de gebruikte methodieken zie: van der Zee et al. (2026).
Bronnen
- Bruggen, C. van, A. Bannink, C. M. Groenestein, J. F. M. Huijsmans, L.A. Lagerwerf, H.H. Luesink, M.B.H. Ros, G.L. Velthof, J. Vonk, en T. Van der Zee (2021). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019.
- Van der Most M., A. Bannink, A. Bleeker, D.W. Bussink, H.J.C van Dooren, J.F.M. Huijsmans, J. Kros, K. Oltmer, M.B.H. Ros, L. Schulte-Uebbing, G.L. Velthof, S. Page 157 of 258 RIVM report 2026-0020 Weijers, and T.C. van der Zee (2026). Emissies naar lucht uit de landbouw, 1990-2024: Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2024 (in Dutch). Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WUR, Wageningen, the Netherlands, in prep.
- Eurostat/EEA (2026). Ammonia emissions from agriculture.
- EU (2016.) Richtlijn 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen.
- IPLO. (z.d.). Ammoniak en veehouderijen.
- Zee, T.C. van, A. Bleeker, W. Bussink, H.J.C van Dooren, J. Mosquera, J.F.M. Huijsmans, H. Kros, , M. van der Most, K. Oltmer, M. Ros, L. Schulte-Uebbing, G.L. Velthof and S. Weijers (2026). Methodology for the calculation of emissions from agriculture Calculations for methane, ammonia, nitrous oxide, nitrogen oxides, non-methane volatile organic compounds, fine particles and carbon dioxide emissions using the National Emission Model for Agriculture (NEMA). RIVM report 2026-0020. RIVM, Bilthoven, the Netherlands.
- Provincie Brabant. (2022). Omgevingsverordening.
- Provincie Limburg. (2023). Omgevingsverordening Limburg.
- RIVM/Emissieregistratie (2026). Definitieve cijfers 1990-2024; RIVM, Bilthoven; PBL, Den Haag; CBS, Den Haag; Deltares, Lelystad; Alterra, Wageningen; RWS-Leefomgeving, Utrecht, RVO, Utrecht, en TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
- UNECE (2013). Gothenburg Protocol.
Relevante informatie
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Ammoniakemissie door de land- en tuinbouw, 2005-2024
- Omschrijving
-
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op basis van data van Emissieregistratie.
- Berekeningswijze
Het model NEMA, zie van der Zee et al., 2026.
- Basistabel
Alle data zijn opvraagbaar op de website van de Emissieregistratie. De hier gepresenteerde cijfers zijn de definitieve emissiecijfers voor de periode 1990-2024, zoals vrijgegeven door de Emissieregistratie in maart 2026.
- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Methoden: Methoderapporten | Emissieregistratie
- Opmerking
De indicator laat vanaf deze versie de ontwikkeling zien vanaf 2005 conform de NEC-richtlijn. De vorige indicatorversie (versie 20) toonde de ontwikkeling vanaf 1990.
- Betrouwbaarheidscodering
Zie Kwaliteit van de emissiecijfers | Emissieregistratie
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Ammoniakemissie door de land- en tuinbouw, 2005-2024 (indicator 0101, versie 21, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.