Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Mestproductie door de veestapel, 1986-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Als gevolg van diverse wettelijke regelingen vertoont de mestproductie door de Nederlandse veestapel na 1986 een dalende trend. Ruim driekwart van de mest is afkomstig van rundvee.

  1986 1990 1995 2000 2004 2005 2006*
               
  miljard kg          
               
Totale mestproductie 94,2 86,0 81,8 74,8 69,5 69,2 68,5
               
Dunne mest 93,3 84,9 79,2 71,6 66,8 66,3 65,6
w.v. afkomstig van              
  rundvee 71,7 65,4 60,7 55,6 53,7 53,0 52,3
  w.o. in de wei 36,7 26,2 19,4 16,9 14,0 13,8 13,8
  varkens 19,1 16,4 16,1 14,1 11,7 11,9 11,8
  pluimvee 1,7 1,5 0,9 0,5 0,1 0,1 0,1
  overig1) 0,8 1,6 1,5 1,4 1,2 1,3 1,3
               
Vaste mest 0,9 1,2 2,6 3,2 2,7 2,7 2,9
w.v. afkomstig van              
  rundvee . . 1,0 1,0 1,0 1,1 1,0
  pluimvee 0,7 0,9 1,2 1,2 1,0 1,3 1,3
  overig2) 0,1 0,3 0,4 0,5 0,5 0,5 0,6
                 
Bron: CBS (2005); CBS (2006). CBS/MNC/mei07/0104
1) Weidemest van schapen.
2) Schapen, geiten, pelsdieren en konijnen.

Totale mestproductie laatste jaren vrijwel stabiel

Tot het midden van de jaren tachtig is de totale mestproductie in de landbouw sterk toegenomen. In 1986 lag de totale mestproductie 39% boven het niveau van 1970. Inmiddels is de mestproductie weer terug op het niveau van 1970. Sinds de invoering van de Superheffing in 1984 is door inkrimping van de melkveestapel de mestproductie van rundvee met een derde gedaald. Sinds een paar jaar daalt de mestproductie nog maar gering.
De beleidsontwikkelingen die bij de afname van de mestproductie een rol spelen, worden elders in het Milieu- en Natuurcompendium toegelicht.

Bijdragen van de verschillende dieren aan de mestproductie in 2006

Ruim driekwart van de mest is afkomstig van rundvee. Het aandeel van varkens (17%) en pluimvee (2%) in de mestproductie is een stuk geringer. Doordat de varkens- en pluimveehouderij echter niet-grondgebonden (intensieve veehouderij) zijn, dragen zij in belangrijke mate bij aan het mestoverschot.

Superheffing

Met de invoering van de Beschikking Superheffing in 1984 heeft de EU alle lidstaten een maximum voor de melkproductie opgelegd, het zogenaamde melkquotum. Omdat de gemiddelde melkproductie per koe jaarlijks toeneemt, moet het aantal melk- en kalfkoeien afnemen, wil Nederland niet te veel melk produceren. Voor elke liter teveel geproduceerde melk moet de boer een heffing betalen.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over de productie van dierlijke mest is te vinden op StatLine (CBS).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Mestproductie door de veestapel, 1986-2006 (indicator 0104, versie 08 , 29 mei 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.