Luchtkwaliteit

Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019

In de publicaties van onder meer PBL, CBS en IPCC verschijnen verschillende getallen voor de emissie van kooldioxide (CO2). Deze getallen gaan uit van dezelfde basiselementen, maar ontlenen hun bestaansrecht aan verschillende gebruiksdoeleinden.

  1990 2000 2010 2015 2017 2018 2019*
               
  miljard kg          
Gepubliceerde totalen              
A. Feitelijke emissies 171 187 197 184 181 178 173
B. IPCC-emissies 163 172 182 165 163 160 154
C. Milieurekeningen-emissies 180 201 214 202 198 194 192
               
               
Basiselementen              
1. Stationaire bronnen volgens IPCC 1)2) 130,8 134,2 143,7 130,8 128,6 124,4 119,4
2. Kort-cyclische CO2 3) 6,1 8,3 13,7 12,5 12,8 12,9 14,5
3. Verkeer en vervoer, feitelijke emissies 4) 26,6 31,0 32,6 32,3 32,0 31,8 31,6
4. Zeescheepvaart 5) 3,6 4,6 4,8 5,2 4,8 5,1 5,4
5. Mobiele werktuigen 2,9 3,6 3,3 3,3 3,2 3,4 3,5
6. Mobiele werktuigen volgens IPCC 2,9 3,4 3,1 3,1 3,0 3,3 3,3
7. Verkeer en vervoer volgens IPCC 32,0 37,6 38,5 34,0 34,7 35,3 34,8
8. Bunkers 39,6 52,2 54,8 52,3 49,3 48,0 49,9
9. Landbouw volgens IPCC 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
10. Landgebruik, landgebruiksverandering en bos (LULUCF) 6) 6,0 5,4 4,9 4,8 4,6 4,5 4,4
11. Emissies van ingezetenen in het buitenland (+) 13,6 23,0 21,8 23.8 22,3 22,5 22,2
12. Emissies van niet-ingezetenen in Nederland (-) 5,0 6,1 7,0 7,3 7,4 7,8 7,7
Bron: Emissieregistratie, CBS.
*) Gegevens 2019 voor Milieurekeningen (B), Emissies van ingezetenen in het buitenland (10), en Emissies van niet-ingezetenen in Nederland (11) zijn voorlopig. Alle andere gegevens 2019 zijn definitief.
1) Inclusief de indirecte emissie van CO2 (die bij gebruik van kortlevende producten, bijvoorbeeld oplosmiddelen, ontstaat). Voorheen ten onrechte ook wel potentiële CO2 genoemd.
2) Exclusief kort-cyclische CO2 van houtkachels en organisch afval / biochemische processen en indirecte CO2.
3) De CO2 uit deze bronnen wordt geacht op korte termijn weer te worden vastgelegd in biomassa en niet bij te dragen aan een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Het betreft het verbranden van hout en biogas en het verbranden en ontleden van gestort afval van organische herkomst en het vrijkomen van CO2 bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
4) Emissie van CO2 op Nederlands grondgebied, exclusief zeescheepvaart en mobiele werktuigen.
5) Feitelijke emissies binnengaats en op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat (NCP).
6) Netto emissie door vastlegging in bossen en inklinking van veengronden vastlegging in biomassa) volgens de huidige klimaatverdrag methodiek

Verschillende CO2-emissiecijfers voor verschillende doelen

  • Feitelijke emissies (A): Dit zijn de feitelijke plaatsgevonden emissies van CO2 op Nederlands grondgebied. De emissiewaarde is opgebouwd uit de in de bovenstaande tabel beschreven basiselementen 1 (stationaire bronnen), 2 ( kort-cyclische CO2)) plus 3, 4 en 5 (alle mobiele bronnen). Deze emissies zijn terug te vinden website van emissieregistratie en worden gebruikt als input voor modelberekeningen (concentraties; transport) en voor de Environmental Accounts (Milieurekeningen), de milieumodule bij de Nationale Rekeningen (zie hieronder)
  • IPCC-totaal (B): Om internationaal beleid te kunnen voeren om het versterkt broeikaseffect tegen te gaan, is door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een voorschrift opgesteld (IPCC, 2006+revisies), aan de hand waarvan ieder land moet rapporteren. De zo gerapporteerde emissies zijn tussen landen onderling vergelijkbaar en ook optelbaar tot een mondiaal getal (Olivier, et al., 2002). De emissie van de kort-cyclische CO2 wordt niet meegenomen omdat ze geacht wordt geen nettobijdrage aan de broeikasproblematiek te leveren. Voor het IPCC-getal wordt de som van de basiselementen 1+6+7+9 gerapporteerd. Het IPCC-getal wordt ook gebruikt om de te behalen reductie te berekenen. Nederland streeft naar een reductie van 49% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990 (Klimaatwet, 2020). Als afzonderlijk getal wordt door de IPCC ook de bunkeremissie (8) gevraagd. De bunkeremissies omvatten de emissies van het gebruik van kerosine en brandstof van de internationale zeescheepvaart welke verkocht zijn in Nederland.
  • Milieurekeningen emissies (C): Voor de Milieurekeningen wordt uitgegaan van de grondslagen van de Nationale Rekening van het CBS. Daarbij gaat het om de emissie van activiteiten door Nederlandse ingezetenen. Het Milieurekeningen-getal is de som van de feitelijke emissies (A) en 10 (emissies van ingezetenen buitenland) minus 12 (emissies van niet-ingezetenen in Nederland), waarbij de waarden onder 11 en 12 worden gevormd door de emissies door wegverkeer, luchtvaart en scheepvaart. (zie Milieurekeningen: methodologie)
  • De CO2 emissies van landbouw volgens IPCC zijn de emissies die vrijkomen bij het aanwenden van kalkmeststoffen en ureum.
  • Voorheen werd er naast de bovengenoemde CO2 indelingen nog een aanvullende indeling gemaakt waarbij de IPCC-totaal (zonder de bunkers) werd gecorrigeerd voor jaarlijkse wisselingen in het aantal koude dagen. Door deze wisselingen verschilt de uitstoot van de verwarming van huishoudens, de dienstensector en agrarische bedrijven jaarlijks zonder dat hierachter een daadwerkelijke verandering als oorzaak kan worden geduid. De methode voor de correctie staat beschreven in het rapport Referentieramingen energie en emissies 2005-2020.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard

Omschrijving

Emissies van kooldioxide (CO2) volgens verschillende gebruiksdoelen: 1. feitelijke emissies 2. emissies volgens het systeem van Nationale rekeningen van het CBS (Milieurekeningen) 3. emissies volgens de IPCC 4. emissies volgens de IPCC temperatuurgecorrigeerd 5. emissies volgens het Klimaatverdrag (Kyoto).

Verantwoordelijk instituut

Emissieregistratie (Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-Waterdienst-Dienst Water en gebruik, Wageningen Universiteit-Alterra, Rijkswaterstaat-Leefomgeving, TNO, Deltares).

Berekeningswijze

De emissiecijfers voor de broeikasgassen zijn berekend volgens de IPCC-methode. De verschillende gepresenteerde gegevens zijn berekend uit de zelfde basisonderdelen. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie.

Basistabel

Emissies van broeikasgassen, berekend volgens de IPCC-voorschriften (CBS, 2019b).

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffen. Circa 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen.

Verschijningsfrequentie

In januari definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1.

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten. Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019 (indicator 0170, versie 21 , 23 februari 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.