Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Emissie naar lucht, water en bodem

CO2-emissies verklaard, 1990-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In de publicaties van onder meer RIVM, CBS, IPPC verschijnen verschillende getallen voor de emissie van CO2. Deze getallen gaan uit van dezelfde basiselementen, maar ontlenen hun bestaansrecht aan verschillende uitgangspunten. Een toelichting op deze verschillende cijfers vindt u hier.

  1990 1995 1998 1999 2000 2001*
  miljard kg
Gepubliceerde totalen
CBS, actuele emissies 164 177 182 178 183 189
CBS (NAMEA), emissies aansluitend op de Nationale Rekeningen 185 198 204 201 206 211
RIVM, IPCC-totaal 160 173 175 171 175 180
RIVM, IPCC-totaal voor temperatuurgecorrigeerd 166 176 178 176 180 183
 
Basiselementen
1. Stationaire bronnen1), 2) 135 145 147 142 145 151
2. Kort-cyclische CO2 3) 4,6 4,4 6,0 5,5 5,6 5,7
3. Mobiele bronnen (CBS)4) 29 32 35 36 38 38
4. Mobiele bronnen volgens IPCC5) 29 32 34 35 35 36
5. Temperatuurcorrectie 6,2 2,6 3,5 5,0 5,3 2,3
6. Bunkers 40 44 50 51 53 58
7. Emissies van ingezetenen in het buitenland (+) 23 23 25 26 26 26
8. Emissies van niet-ingezetenen in Nederland (-) 2 3 3 3 3 3
             
Bron: VROM/HIMH CBS/MC/okt02
1) Inclusief de indirecte emissie van CO2 (die bij gebruik van kortlevende producten, bijvoorbeeld oplosmiddelen, ontstaat). Voorheen ten onrechte ook wel potentiële CO2 genoemd.
2) Inclusief kort-cyclische CO2 van houtkachels en organisch afval/biochemische processen en indirecte CO2.
3) De CO2 uit deze bronnen wordt geacht op korte termijn weer te worden vastgelegd in biomassa en niet bij te dragen aan een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Het betreft het verbranden van hout en biogas en het verbranden en ontleden van gestort afval van organische herkomst en het vrijkomen van CO2 bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
4) Emissie van CO2 op basis van brandstofverbruik binnen Nederland, gecorrigeerd voor grensoverschrijdend verkeer.
5) Emissie van CO2 op basis van alle in Nederland afgezette motorbrandstoffen.

Verschillende methoden voor vaststelling van de CO2-emissie

  • CBS - Actuele emissies: Door het CBS worden de emissies uit de in de bovenstaande tabel beschreven basiselementen 1 (= inclusief 2) +3 als feitelijk plaatsgevonden emissies in een bepaald jaar gepubliceerd. Deze actuele emissies worden onder andere gebruikt als input voor modelberekeningen (concentraties; transport) en gebruikt voor de National Accounting Matrix including Environmental Accounts (NAMEA), de milieumodule bij de Nationale Rekeningen (zie sectie )
  • CBS/NAMEA emissies: Voor de NAMEA wordt van de grondslagen van de Nationale Rekening uitgegaan. Daarbij gaat het om de emissie van activiteiten door Nederlandse ingezetenen. Het NAMEA-getal is de som van de basiselementen 1+3+7-8, waarbij de waarden onder 7 en 8 worden gevormd door de emissies door wegverkeer, luchtvaart en scheepvaart. (Verduin, 1999; CBS, 2002).
  • IPPC-totaal: Om internationaal beleid te kunnen voeren inzake het tegengaan van het versterkt broeikaseffect is door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een voorschrift opgesteld (IPCC, 1996+revisies), aan de hand waarvan ieder land moet rapporteren. De zo gerapporteerde emissies zijn tussen landen onderling vergelijkbaar en ook optelbaar tot een mondiaal getal (Olivier et al., 2002). De emissie van de kort-cyclische CO2 wordt niet meegenomen omdat ze geacht wordt geen nettobijdrage aan de broeikasproblematiek te leveren. Voor het IPCC-getal wordt de som van de basiselementen 1-2+4 gerapporteerd. Als afzonderlijk getal wordt door de IPCC ook de bunkeremissie (6) gevraagd.
  • RIVM-IPCC-totaal temperatuurgecorrigeerd: Het RIVM stelt jaarlijks de Milieubalans op. Voor toetsing van het Nederlandse CO2-beleid wordt daarbij uitgegaan van het IPCC-getal (exclusief bunkers). Om een voor het beleid relevante trend van de emissies te verkrijgen, wordt een temperatuurcorrectie op de emissie toegepast (Spakman et al., 1997). Het RIVM-getal is gelijk aan het IPCC-getal plus temperatuurcorrectie (5).

Referenties

  • CBS (2002). Nationale rekeningen, 2001. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.
  • CCDM (2002). Emissiemonitor, Jaarcijfers 2000 en ramingen 2001. Rapportagereeks MilieuMonitor, nr. 6. Coördinatiecommissie Doelgroepmonitoring, Den Haag.
  • IPCC (1996). Revised IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories. 3 Volumes. Intergovernmental Panel on Climate Change, Bracknell, UK.
  • Olivier, J.G.J., L.J. Brandes, J.A.H.W. Peters and P.W.H.G. Coenen (2002). Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990-2000 (National Inventory Report 2002). RIVM (report 773 201 006), Bilthoven.
  • Spakman, J., M.M.J. Van Loon, R.J.K. van der Auweraert, D.J. Gielen, J.G.J. Olivier en E.A. Zonneveld (1997). Methode voor de berekening van broeikasgasemissies. Publicatiereeks Emissieregistratie nr.37, Den Haag.
  • Verduin, H. (1999). Integration of energy statistics in the National accounts. Eurostat report, concerning the project entitled: 'further development of the NAMEA and its application in the Netherlands', module 1, ref.num.: 98/562/2040/b4/mm. Eurostat, Luxemburg.
  • Zonneveld, E.A. (1999). De verschillende kooldioxidegetallen nader bekeken. Kwartaalbericht milieustatistieken 1999-1. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). CO2-emissies verklaard, 1990-2001 (indicator 0170, versie 03 , 24 oktober 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.