Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Emissie naar lucht, water en bodem

CO2-emissies verklaard, 1990-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In de publicaties van onder meer MNP, CBS, IPCC verschijnen verschillende getallen voor de emissie van CO2. Deze getallen gaan uit van dezelfde basiselementen, maar ontlenen hun bestaansrecht aan verschillende gebruiksdoeleinden.

  1990 1995 2000 2002 2003 2004*
             
  miljard kg        
Gepubliceerde totalen            
A. Feitelijke emissies 166 178 181 186 190 192
B. NAMEA-emissies 180 194 196 201 204 206
C. IPCC-emissies 158 169 169 174 177 179
D. IPCC-emissies, voor temperatuur gecorrigeerd 162 170 171 175 176 179
E. Emissies volgens Klimaatverdrag 161 172 172 176 180 182
             
Basiselementen            
1. Stationaire bronnen1)2) 127,5 135,9 132,1 136,2 138,6 140,4
2. Kort-cyclische CO23) 5,6 5,6 7,4 7,9 7,8 7,8
3. Verkeer en vervoer, feitelijke emissies4) 26,9 29,9 34,1 35,0 35,6 36,2
4. Zeescheepvaart5) 3,8 4,3 4,8 5,0 5,2 5,2
5. Mobiele werktuigen 2,5 2,3 2,4 2,3 2,5 2,5
6. Verkeer en vervoer volgens IPCC 27,8 31,0 34,2 35,2 35,8 36,2
7. Temperatuurcorrectie 4,0 0,5 2,7 1,7 -0,7 -0,5
8. Bunkers 38,8 43,0 52,5 56,4 53,3 53,3
9. Landgebruik en bos (LUCF) 6) 2,9 2,7 2,8 2,8 2,8 2,8
10. Emissies van ingezetenen in het buitenland (+) 18,7 20,9 23,0 21,7 21,0 21,0
11. Emissies van niet-ingezetenen in Nederland (-) 4,8 5,4 7,4 7,0 7,0 7,0
             
Bron: Emissieregistratie. CBS/MNC/okt05/0170
1) Inclusief de indirecte emissie van CO2 (die bij gebruik van kortlevende producten, bijvoorbeeld oplosmiddelen, ontstaat). Voorheen ten onrechte ook wel potentiële CO2 genoemd.
2) Exclusief kort-cyclische CO2 van houtkachels en organisch afval/biochemische processen en indirecte CO2.
3) De CO2 uit deze bronnen wordt geacht op korte termijn weer te worden vastgelegd in biomassa en niet bij te dragen aan een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Het betreft het verbranden van hout en biogas en het verbranden en ontleden van gestort afval van organische herkomst en het vrijkomen van CO2 bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
4) Emissie van CO2 op Nederlands grondgebied, exclusief zeescheepvaart en mobiele werktuigen.
5) Feitelijke emissies binnengaats en op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat (NCP).
6) Netto emissie door vastlegging in bossen en inklinking van veengronden volgens de huidige klimaatverdragmethodiek.

Verschillende CO2-emissiecijfers voor verschillende doelen

  • Feitelijke emissies (A): Dit zijn de feitelijke plaatsgevonden emissies van CO2 op Nederlands grondgebied. De emissiewaarde is opgebouwd uit de in de bovenstaande tabel beschreven basiselementen 1 (stationaire bronnen), 2 ( kort-cyclische CO2)) plus 3, 4 en 5 (alle de mobiele bronnen). Deze emissies zijn terug te vinden in het Datawarehouse van de Emissieregistratie en worden gebruikt als input voor modelberekeningen (concentraties; transport) en voor de National Accounting Matrix including Environmental Accounts (NAMEA), de milieumodule bij de Nationale Rekeningen (zie hieronder)
  • NAMEA emissies (B): Voor de NAMEA wordt uitgegaan van de grondslagen van de Nationale Rekening van het CBS. Daarbij gaat het om de emissie van activiteiten door Nederlandse ingezetenen. Het NAMEA-getal is de som van de feitelijke emissies (A) en 10 (emissies van ingezetenen buitenland) minus 11 (emissies van niet-ingezetenen in Nederland), waarbij de waarden onder 10 en 11 worden gevormd door de emissies door wegverkeer, luchtvaart en binnenscheepvaart. (Verduin, 1999; CBS, 2004)
  • IPCC-totaal (C): Om internationaal beleid te kunnen voeren om het versterkt broeikaseffect tegen te gaan, is door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een voorschrift opgesteld (IPCC, 1996+revisies), aan de hand waarvan ieder land moet rapporteren. De zo gerapporteerde emissies zijn tussen landen onderling vergelijkbaar en ook optelbaar tot een mondiaal getal (Olivier et al., 2002). De emissie van de kort-cyclische CO2 wordt niet meegenomen omdat ze geacht wordt geen nettobijdrage aan de broeikasproblematiek te leveren. Voor het IPCC-getal wordt de som van de basiselementen 1+5+6 gerapporteerd. Als afzonderlijk getal wordt door de IPCC ook de bunkeremissie (8) gevraagd.
  • IPCC-totaal temperatuurgecorrigeerd (D): Het MNP stelt jaarlijks de Milieubalans op. Voor toetsing van het Nederlandse CO2-beleid wordt daarbij uitgegaan van het IPCC-getal (exclusief bunkers). Om een voor het beleid relevante trend van de emissies te verkrijgen, wordt een temperatuurcorrectie op de emissie toegepast (Spakman et al., 1997). Het MNP-getal is gelijk aan het IPCC-getal (C) plus temperatuurcorrectie (7).
  • Klimaatverdrag-totaal (E): De Europese Unie (EU) heeft het Kyoto Protocol geratificeerd en in april 2002 heeft de Europese Raad in een juridisch bindende beschikking vastgelegd dat de verplichtingen uit het Protocol door de EU-landen moet worden nagekomen (EG, 2002). Voor Nederland geldt een reductiedoelstelling van gemiddeld 6% ten opzichte van 1990/1995. Indien landen eventuele tekorten voorzien, kunnen zij die via internationale emissiehandel trachten te vereffenen (het zogenaamde Kyoto Mechanisme, de International Emission Trade). Het totaal is gelijk aan het IPCC-getal (C) plus netto emissie van landgebruik en bos (LUCF) (9).

Referenties

  • CBS (2005). StatLine: Emissies naar lucht. CBS, Voorburg/Heerlen.
  • CBS (2005). StatLine: IPCC-emissies naar lucht. CBS, Voorburg/Heerlen.
  • CBS (2005). Nationale rekeningen, 2003. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.
  • EG(2002). Beschikking van de Raad van 25 april 2002 betreffende de goedkeuring van het Protocol van Kyoto en de gezamenlijke nakoming van de in het kader aangegane verplichtingen (2002/358/EG). Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L130/1, Brussel.
  • Emissieregistratie (2005). Jaarcijfers 2003. MNP, Bilthoven; CBS, Voorburg; RIZA, Lelystad; EC-LNV, Den Haag; SenterNovem, Utrecht en TNO-MEP, Apeldoorn. http://www.emissieregistratie.nl
  • IPCC (1996). Revised IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories. 3 Volumes. Intergovernmental Panel on Climate Change, Bracknell, UK.
  • Olivier, J.G.J., L.J. Brandes, J.A.H.W. Peters and P.W.H.G. Coenen (2002). Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990-2000 (National Inventory Report 2002). RIVM (report 773 201 006), Bilthoven.
  • Spakman, J., M.M.J. Van Loon, R.J.K. van der Auweraert, D.J. Gielen, J.G.J. Olivier en E.A. Zonneveld (1997). Methode voor de berekening van broeikasgasemissies. Publicatiereeks Emissieregistratie nr.37, Den Haag.
  • Verduin, H. (1999). Integration of energy statistics in the National accounts. Eurostat report, concerning the project entitled: 'further development of the NAMEA and its application in the Netherlands', module 1, ref.num.: 98/562/2040/b4/mm. Eurostat, Luxemburg.
  • Zonneveld, E.A. (1999). De verschillende kooldioxidegetallen nader bekeken. Kwartaalbericht milieustatistieken 1999-1. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.

Relevante informatie

  • Recente emissiecijfers en beschrijvingen van gehanteerde berekeningswijzen (meta-informatie) kunnen in detail bekeken worden op het Datawarehouse van de Emissieregistratie.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). CO2-emissies verklaard, 1990-2004 (indicator 0170, versie 06 , 9 november 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.