Stikstofdepositie, 1990-2024
De depositie van stikstof bedroeg in 2023, gemiddeld over Nederland circa 1.315 mol stikstof per hectare (mol N/ha). Sinds 1990 is de stikstofdepositie met circa 51 procent afgenomen. Tussen 2013 en 2017 is de depositie ongeveer gelijk gebleven als gevolg van een beperkte emissiedaling. Sinds 2017 daalt de depositie weer licht. Ten opzichte van 2023 steeg de depositie in 2024, gebaseerd op een voorlopig cijfer.
Trend
Het grootste deel van de stikstofdepositie slaat neer in de vorm van droge depositie. In mindere mate slaat stikstof neer als natte depositie. De landelijk gemiddelde stikstofdepositie bedroeg in 1990 nog ruim 2.700 mol N/ha. De stikstofdepositie daalde tot niveaus rond de 1.475 mol N/ha in 2010. Tussen 2010 en 2017 is de depositie gelijk gebleven, als gevolg van beperkte emissiedaling. De ammoniakemissies zijn in deze jaren toegenomen door onder meer het vervallen van de melkquota waardoor productie in de landbouw toenam. Verder speelt hierbij mee dat door de verbeterde luchtkwaliteit er minder snel fijnstof vormt uit ammoniak (zie ook Relatie ontwikkelingen emissies en luchtkwaliteit, clo.nl). Sinds 2017 is de stikstofdepositie licht gedaald tot circa 1.315 mol N/ha in 2023. Dit komt doordat de depositie van gereduceerd stikstof (de som van ammoniak en ammonium) vanaf 2017 weer wat is gedaald als gevolg van een daling van ammoniakemissies. Deze daling komt onder meer door een daling in aantal dieren en een lagere mestaanwending (CBS, 2024). Ten opzichte van 2023 steeg de depositie in 2024 (gebaseerd op een voorlopig cijfer). Door meteorologische omstandigheden kunnen van jaar tot jaar variaties in de depositie optreden in de orde van grootte van 10%.
De daling in stikstofdepositie over de periode 1990 tot 2023 is het gevolg van lagere emissies van zowel stikstofoxiden (NOx) als van ammoniak (NH3) (zie Grootschalige luchtverontreiniging: Uitstoot van NEC-stoffen):
- De emissie van stikstofoxiden in Nederland daalde sinds 1990 met 76%. Deze daling is het resultaat van maatregelen bij het verkeer (o.a. invoering katalysator), bij de industrie en in de energiesector.
- De ammoniakemissie in Nederland is sinds 1990 met 66% gedaald. Deze emissiedaling is het gevolg van maatregelen die met name voor 2010 ingevoerd zijn, zoals een veranderde voersamenstelling, het gebruik van emissiearme stallen, het afdekken van mestsilo’s en het direct onderwerken van mest bij de aanwending.
- Bovendien zijn de buitenlandse emissies van ammoniak en vooral stikstofoxiden in dezelfde periode afgenomen.
De mate van overschrijding van de kritische depositiewaarden in Natura 2000-gebieden is te vinden onder Overschrijding van kritische depositiewaarde. Voor verschillende ecosystemen is de depositie hoger dan de kritische niveaus voor een goede natuurkwaliteit (Milieukwaliteit van landnatuur: stikstofdepositie)
Regionale verschillen in de stikstofdepositie
Regionaal komen grote verschillen voor in de stikstofdepositie. In met name de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van meer dan 3.500 mol N/ha per jaar. Dat komt door de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij. Ammoniak komt op lage hoogtes vrij en deponeert relatief snel. Deze combinatie zorgt ervoor dat er meer ammoniak dichtbij de bron neerkomt dan bijvoorbeeld stikstofoxiden. Dit betekent overigens niet dat ammoniak voornamelijk lokaal deponeert, in tegendeel, het merendeel van de ammoniak deponeert over een groter oppervlak tientallen tot enkele honderden kilometers van de bron. Daarbij is vooral de ruwheid van het terrein belangrijk. Een hogere ruwheid (bijv. een bos of een stad) vangt meer stikstof af dan een glad terrein.
Ruim twee derde van de depositie is afkomstig uit Nederlandse bronnen. De Nederlandse landbouw levert met circa de helft de grootste bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederland. Zie ook Herkomst stikstofdepositie (clo.nl).
Bronnen
- CBS (2024), ‘Dierlijke mest en mineralen 2023’. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2024/dierlijke-mest-en-mineralen-2023/6-resultaten
- RIVM (2025a), ‘Grootschalige concentratiekaarten Nederland. Rapportage 2025’. S. Mijnen-Visser, L.A. de Jongh, S.B. Hazelhorst, R. Hoogerbrugge, I. Soenario, G.J.C. Stolwijk, W.J. de Vries, S. Zuidberg. Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2025. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: RIVM-rapport 2025-0034.
- RIVM, 2025b. Auteurs: Marra, W.A., Hazelhorst, S.B., De Jongh, L.A., Schram, J.M., Brandt, K.M.F., Stolwijk, G.J.C., Nguyen, T.N.P., Glaese, L.P.I., Soenario, I., Cals, T. Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2025. Rapport 2025-0021. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
Relevante informatie
- RIVM: Stikstof
- RIVM: Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland.
- CLO: Grootschalige luchtverontreiniging: Uitstoot van NEC-stoffen
- CLO: Relatie ontwikkelingen emissies en luchtkwaliteit
- CLO: Herkomst stikstofdepositie
- CLO: Herkomst verzurende depositie
- CLO: Verzurende depositie
- Informatiepunt leefomgeving (IPLO): Lucht
- EU: Informatie over het luchtkwaliteitsbeleid van de Europese Unie
- UNECE: De conventie voor het lange afstandstransport van luchtverontreiniging
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Stikstofdepositie
- Omschrijving
Stikstofdepositie in Nederland per 1 x 1 km.
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- Berekeningswijze
De periode 1990 - 2004 is berekend o.b.v. OPSv433. De reeks vanaf 2005 wordt jaarlijks berekend (Historische Reeks stikstofdepositie) met de meest recente OPS versie en consistente emissiegegevens. Voor beide periodes is een kalibratie aan de hand van metingen uitgevoerd. Voor de reeks vanaf 2005 worden naast LML-metingen ook MAN-metingen gebruikt. Door het grote aantal metingen is vanaf 2005 een ruimtelijke kalibratie van de droge NHx depositie toegepast. Zie voor meer informatie Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2025.
Het laatste jaar van deze reeks is een voorlopig cijfer dat een jaar later nog kan wijzigen. De beschrijving van de ontwikkeling van deze indicator is daarom gebaseerd op de reeks tot het voorlaatste jaar.
- Basistabel
Historische Reeks stikstofdepositie: de data is beschikbaar als open data: https://doi.org/10.21945/15674553-55d5-41ed-ba52-fd8588e73099
- Geografische verdeling
De berekeningen zijn uitgevoerd op een schaalniveau van 1 km2.
- Andere variabelen
Zuurdepositie
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
- Opmerking
De rekenmethodiek is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten.
- Betrouwbaarheidscodering
Kaart: C (Schatting met modelberekeningen, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).
Trend: C (Schatting met modelberekeningen, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Stikstofdepositie, 1990-2024 (indicator 0189, versie 22, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.