Belasting van het oppervlaktewater met vermestende stoffen, 1990-2023

In 2023 is de belasting van het oppervlaktewater door stikstof- en fosforverbindingen vanuit binnenlandse bronnen hoger dan in voorgaande jaren. Dit komt vooral doordat het in 2023 veel regende. Hierdoor spoelden meer nutriënten uit vanuit landbouw- en natuurgronden en was het aanbod rioolwater hoger.

In de definitie van de Emissieregistratie zijn de cijfers voor landbouw opgebouwd uit de bijdragen uit- en afspoeling van nutriënten uit landbouwgronden en overige landbouwbronnen (erfafspoeling landbouwbedrijven, glastuinbouw afvalwater en het meemesten van sloten). 

Lozingen vanuit puntbronnen aanzienlijk gesaneerd

Door technische maatregelen in de industrie en bij rioolwaterzuiveringsinstallaties is tussen 1990 en 2010 een aanzienlijke afname van de belasting van het oppervlaktewater bereikt. Bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt inmiddels rond 85 procent van de aangeleverde nutriënten verwijderd. Ook worden steeds meer maatregelen genomen om verontreiniging via regenwaterriolen, overstorten en foutaansluitingen te voorkomen. De hoeveelheid rioolwater dat moet worden verwerkt varieert door verschillen in neerslaghoeveelheden. In jaren met een hoge neerslaghoeveelheid zoals 2023 wordt daardoor meer fosfor en stikstof geloosd.

 

Uit- en afspoeling nutriënten belangrijkste binnenlandse bron

In 2023 kwam ruim de helft van de binnenlandse emissies van stikstof naar het oppervlaktewater door uit- en afspoeling van landbouwgronden. Voor fosfor was de bijdrage van uit- en afspoeling aan de nationale emissies ongeveer 55 procent. Uit- en afspoeling van landbouwgronden wordt in de systematiek van de Emissieregistratie toegekend aan de sector landbouw. Naast uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden onderscheidt de Emissieregistratie erfafspoeling en mest die onbedoeld bij het uitrijden in sloten terecht komt, en daarnaast specifiek emissies uit de glastuinbouw. De totale bijdrage aan de binnenlandse belasting van het oppervlaktewater van deze drie bronnen bedroeg in 2023 ongeveer 3 procent voor fosfor en 2 procent voor stikstof. De belasting was in 2023 hoger dan in 2022. Dat komt door de uitzonderlijk hoge neerslag in 2023. In de daarvoor liggende droge jaren was de bijdrage uit landbouwgronden gemiddeld lager (ongeveer 45 procent voor stikstof en ongeveer 50 procent voor fosfor). 

Naast bemesting kunnen ook andere emissiebronnen samenhangen met de landbouw

De uit- en afspoeling uit landbouwgronden wordt bepaald door landbouwkundige activiteiten zoals bemesting en door bodemprocessen zoals kwel van nutriëntenrijk water en mineralisatie. Kwel en mineralisatie zijn op zichzelf processen die van nature optreden, maar kunnen wel nutriënten mobiliseren die in de bodem zijn opgebouwd door eerdere menselijke activiteiten, waaronder bemesting in het verleden. In een zogeheten bronnenanalyse berekende Wageningen Environmental Research de bijdrage van bemesting aan de uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden (Schipper et al. 2025). Voor stikstof bedroeg deze ruim 60 procent, voor fosfor ruim 45 procent. Deze bijdrage verschilt sterk per regio: in zandgronden is de bijdrage van bemesting aan de uit- en afspoeling van stikstof ruim 75 procent, in kleigebieden ongeveer 50 procent en in veengronden ruim 25 procent. In veengronden levert mineralisatie door peilverlaging voor de landbouw een belangrijke bijdrage aan de nutriëntenbelasting. In zeekleipolders kan nutriëntenrijke kwel een belangrijke bijdrage leveren, die afhankelijk van het gebied kan variëren van nagenoeg nul tot tientallen procenten van de totale belasting. Deze kwel heeft vaak een natuurlijke oorsprong (Griffioen & Hoving 2024). In zand- en veengebieden is de bijdrage van natuurlijke kwel gering.

Nutriëntenbelasting door watervogels gering

De uit- en afspoeling uit natuurgronden is kleiner dan die uit landbouwgronden: in 2023 was ruim 15 procent van de stikstof- en fosforbelasting afkomstig uit natuurgronden. Op lokaal niveau kan het oppervlaktewater belast worden door uitwerpselen van watervogels. Op nationaal niveau is dit echter een kleine bron: in 2023 was deze belasting minder dan 1 procent van de totale belasting voor zowel stikstof als fosfor.

Atmosferische depositie van stikstof

Atmosferische depositie van stikstof op het oppervlaktewater draagt 13 procent bij aan de totale belasting van het oppervlaktewater met stikstofverbindingen. Voor fosfor speelt atmosferische depositie geen rol. Stikstof slaat ook neer op landbouw- en natuurbodems. Een deel van deze atmosferische depositie kan vervolgens uit- en afspoelen naar het oppervlaktewater. Achterliggende bronnen van atmosferische depositie zijn landbouw, het verkeer en de industrie, zowel in Nederland als in het buitenland. In deze indicator is, net als bij de andere indicatoren die de belasting van het oppervlaktewater beschrijven, de depositie op de Noordzee niet meegerekend. 

Bronnen

Relevante informatie

Naar aanleiding van vragen is de indicator ‘Belasting van het oppervlaktewater met vermestende stoffen, 1990–2023’ verhelderd. In de tekst is duidelijker opgeschreven dat het vooral gaat om de uit- en afspoeling van nutriënten uit landbouwgronden en niet om een directe weergave van de actuele bemesting of sectorverantwoordelijkheid. De onderliggende cijfers en berekeningen zijn niet gewijzigd.

Meer informatie: Toelichting bij de CLO-indicator “Belasting oppervlaktewater met vermestende stoffen” (PDF)

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Belasting van het oppervlaktewater met vermestende stoffen

Omschrijving

Overzicht van de belangrijkste bijdragen aan de belasting van het oppervlaktewater met stikstof- en fosforverbindingen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-WVL, Deltares, Wageningen Environmental Research, TNO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Berekeningswijze

Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografische verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen
Circa 1600 emissieoorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Documentatie/ Water documenten
Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Documentatie/ Begrippenlijst

Opmerking

De cijfers van de atmosferische depositie van stikstof zijn exclusief de depositie op de Noordzee. Deze hoeveelheden bedragen ruim tweemaal de depositie op de binnenwateren en zijn weggelaten omdat de Noordzee en het zoete en brakke oppervlaktewater in Nederland onder verschillende richtlijnen vallen: de Noordzee valt onder de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en het zoete en brakke oppervlaktewater inclusief de Waddenzee onder de Kader Richtlijn Water (KRW). Ook is de registratie van andere emissiebronnen naar zoute wateren nog onvolledig. 

 

De cijfers voor landbouw zijn opgebouwd door de bijdragen uit- en afspoeling van nutriënten uit landbouwgronden en overige landbouwbronnen (erfafspoeling landbouwbedrijven, glastuinbouw afvalwater en het meemesten van sloten). Meer dan 95 procent van de totale landbouw gerelateerde emissies bestaat uit de uit- en afspoeling van stikstof uit landbouwgronden, voor fosfor is dit meer dan 90 procent (zie WEnR en Deltares (2025): Uit- en afspoeling Nutriënten van landbouw- en natuurgronden). Hiermee zijn deze cijfers geen directe weergave van de actuele bemesting.

 

De hoeveelheden depositie die in het rioolstelsel terecht komen, zorgen indirect nog voor een extra belasting van het oppervlaktewater via overstorten, regenwaterriolen en effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Deze vrachten zijn inbegrepen in de post riolering en waterzuivering. 
Voor nadere uitleg over de begrippen emissies en belasting: zie: Emissies naar water: begrippen en definities

Betrouwbaarheidscodering

Complex

Per bron of groep van bronnen is de betrouwbaarheidscodering te vinden in de factsheets op de website van de Emissieregistratie

Archief van deze indicator

Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
04
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Belasting van het oppervlaktewater met vermestende stoffen, 1990-2023 (indicator 0192, versie 27, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.