Compendium voor de Leefomgeving
475 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ozonlaagaantasting

Potentieel-chloor en -broom in de atmosfeer, 1980-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Ontwikkelingen

Het potentieel-chloorgehalte is gestegen van een natuurlijk achtergrondniveau van 0,6 ppb tot meer dan 3,5 ppb in 1993. Vanaf medio 1994 daalt de concentratie (Montzka et al., 1999) als gevolg van in internationaal verband genomen maatregelen. Het potentieel-broomgehalte stijgt nog steeds door voortgaande emissies van halonen (WMO, 1999 en 2003). In de stratosfeer is het maximum in de concentratie van ozonlaagaantastende stoffen naar verwachting rond 2000 bereikt, waarna herstel van de ozonlaag kan gaan optreden. Een volledig herstel zal meer dan 50 jaar duren. Toename van CO2 in de atmosfeer kan mogelijk het herstel van de ozonlaag beïnvloeden (positief zowel als negatief) (WMO, 1999 en 2003).

Beleid

Het internationale beleid heeft tot doel het beperken of stopzetten van de productie en het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten. Een groot aantal landen heeft het Montreal Protocol getekend en zich daarmee verplicht om vanaf 1996 geen CFK's meer te gebruiken (in ontwikkelingslanden vanaf 2010). De productie en het gebruik van ozonlaagaantastende stoffen is hierdoor de afgelopen tien jaar wereldwijd sterk gedaald.

Relevantie

Het potentieel-chloorgehalte en -broomgehalte is in de lagere atmosfeer een maat voor de hoeveelheid ozonlaagaantastende stoffen die reeds zijn geëmitteerd maar nog niet in de stratosfeer zijn gearriveerd. Ozonlaagaantastende stoffen bereiken de stratosfeer drie tot vijf jaar nadat ze zijn geëmitteerd, waarna ze uiteenvallen in kleinere moleculen welke ozonmoleculen kunnen afbreken. Halonen en CFK's worden nog jaren na productie geëmitteerd uit voorraden van bestaande toepassingen. De concentratie van HCFK's (onder andere in gebruik als CFK-vervangers) stijgt de laatste jaren sterk, maar hun bijdrage is nog gering.

Methodiek

Het potentieel-chloorgehalte wordt bepaald door de som van de concentraties CFK's, HCFK's, methylchloroform, tetrachloorkoolstof en methylchloride in de atmosfeer, gemeten op achtergrondlocaties. Analoog wordt het potentieel-broomgehalte bepaald door de som van de concentraties halonen en methylbromide in de atmosfeer. Naast de concentratie wordt de bijdrage van iedere stof bepaald door het aantal chloor- of broomatomen per molecuul. Aangezien een broomatoom veel actiever is in het aantasten van ozon in de stratosfeer dan een chlooratoom wordt de hoeveelheid broom nog met 45 vermenigvuldigd.

Referenties

  • Elkins, J.W., J.H. Butler, et al. (1998). Nitrous Oxide and Halocompounds Group/Climate Monitoring and Diagnostics Laboratory (NOAH/CMDL), Boulder, CO.
  • Montzka, S.A., J.H. Butler, et al.(1999). Present and future trends in the atmospheric burden of ozone-depleting halogens. Nature vol. 398, pp 690-694.
  • Prinn, R.G., R.F. Weiss, et al. (1997). The ALE/GAGE/AGAGE database, DOE-CDIAC World Data Center, Dataset No. DB-1001, 1998.
  • WMO (1999). Scientific assessment of ozone depletion: 1998. World Meteorological Organization, Global Ozone Research and Monitoring Project (report no. 44), Geneva.
  • WMO (2003). Scientific assessment of ozone depletion: 2002. World Meteorological Organization, Global Ozone Research and Monitoring Project, Geneva (in preparation).

Relevante informatie

  • Meer informatie over het beleid ten aanzien van aantasting van de ozonlaag is te vinden op de volgende Engelstalige websites:
  • TEAP Technology and Economic Assessment Panel (TEAP) of the Montreal Protocol.
  • NASA/TOMS, most recent ozone maps and data.
  • NOAA, Scientific Assessment of Ozone Depletion: 1998.
  • ETC/ACC (Europeen Topic Center on Air and Climate Change).
  • Informatie over het Montreal protocol vindt u op de website van het 'ozon-secretariaat' van de VN.
  • Informatie over het ozonlaagbeleid van Nederland staat op de website van het Ministerie van VROM.
  • Informatie over de actuele en toekomstige ontwikkelingen voor de ozonlaag zijn te vinden in Milieubalans 2001 en Milieuverkenning 2000-2030

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Potentieel-chloor en -broom in de atmosfeer, 1980-2001 (indicator 0217, versie 03 , 8 oktober 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.