Compendium voor de Leefomgeving
463 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Klimaatverandering

Temperatuur mondiaal en in Nederland, 1850-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De temperatuur in 2008 past in het beeld van stijgende temperaturen, zowel in Nederland als wereldwijd. In De Bilt bedroeg de jaargemiddelde temperatuur 10,5 °C. Daarmee is 2008 het twaalfde warme jaar op rij en staat op een negende plaats in de rij van warmste jaren sinds 1901. De gemiddelde opwarming over de afgelopen 108 jaar bedraagt 1,9 ºC. Wereldwijd is de temperatuur sinds 1850 gestegen met 0,8 ºC. De mondiale temperatuur in 2008 staat daarmee op een tiende plaats in de rij van warmste jaren sinds 1850. De temperatuur-stijgingen zijn statistisch sterk significant, zowel in Nederland als mondiaal.

Temperatuur in Nederland stijgt

De jaargemiddelde temperatuur in De Bilt bedroeg in 2008 10,5 °C. Daarmee is 2008 het op acht na warmste jaar sinds de metingen in De Bilt begonnen rond 1901. De warmste jaren in Nederland waren 2006 en 2007, met een gemiddelde temperatuur van 11,1°C. Het KNMI becijferde dat dit record zelfs geldt sinds 1706, het jaar waarin temperatuurmetingen begonnen in Zwanenburg. In 2006 werd voor het eerst dat de 11-graden-grens overschreden. De maand mei van 2008 was de warmste bloeimaand in ruim een eeuw met een gemiddelde maandtemperatuur van 15,7 ºC tegen normaal 12,7 ºC.
 
Tijdreeksanalyse laat zien dat de trend in de jaargemiddelde temperatuur in De Bilt een duidelijk stijgende tendens vertoont, vooral vanaf 1970. De trend in de metingen is in 108 jaar gestegen met 1,9 ± 0,6 ºC (2-sigma-grenzen). De algehele conclusie is dat de opwarming van het Nederlandse klimaat onverminderd voortzet.

De temperatuur stijgt ook mondiaal

De waargenomen mondiale toename over de afgelopen 159 jaar bedraagt 0.82 ± 0.14 ºC (2-sigma-grenzen) en is daarmee sterk significant. Het jaar 2008 is het op negen na warmste jaar sinds het begin van de reeks in 1850. De dertien warmste jaren in 159 jaar vallen alle in de afgelopen veertien jaar (1995-2008).
 
Overigens zijn er meerdere temperatuurreeksen voor de wereld beschikbaar. De hier getoonde reeks is van het UK Meteorological Office en de Universiteit van East Anglia (Climatic Research Unit, CRU). Het Nasa Goddard Institute for Space Studies in New York en het Amerikaanse nationale klimaatdata-centrum NOAA komen met reeksen die zeer veel lijken op de hier getoonde reeks van het CRU. Deze drie onderzoeksgroepen zijn het erover eens dat het noordelijk halfrond nog nooit zo warm was als in het afgelopen decennium. Zie ook Zorita et al. (2008).
 
Er is aandacht ontstaan in de pers voor het feit dat de laatste twee jaren (2007 en 2008) jaargemiddeldes vertoonden die lager zijn dan die in 2005 en 2006. Ook is gesteld dat de mondiale opwarming sinds 1998 tot staan is gebracht. Het mondiale klimaat zou aan een 'koeling' begonnen zijn. Echter de lichte daling in de laatste jaren valt geheel weg in de jaar-op-jaar ruis door de natuurlijke variabiliteit van het klimaatsysteem. Voor een discussie zie Realclimate en het Klimaatportaal.

Nederland warmt veel sneller op dan mondiaal

Een statistische analyse leert dat Nederland sinds 1950 twee keer zo snel is opgewarmd als de wereld. Die snellere opwarming wordt hoogstwaarschijnlijk niet veroorzaakt door natuurlijke schommelingen. De temperaturen van herfst 2006, winter 2007 en voorjaar 2007 zijn - zelfs als we rekening houden met de snellere opwarming van Nederland - uitzonderlijk grote afwijkingen boven de trend.
 
De opwarming van het klimaat als gevolg van het versterkte broeikaseffect gaat niet overal even snel. De grote landmassa's warmen duidelijk sneller op dan de oceanen. Het Noordpoolgebied warmt nog sterker op. Dit is vooral een gevolg van het smelten van sneeuw en ijs, waardoor zonnestraling, die eerst teruggekaatst werd door het witte oppervlak, nu het land en de oceaan kan opwarmen. Uitdroging van continentale gebieden in de zomer zorgt ook voor snellere opwarming, omdat verdamping van water dan geen afkoelende factor meer is. Die ongelijke opwarming in verschillende gebieden wordt door de klimaatmodellen beschreven en ook in de werkelijkheid waargenomen.
 
Tot nu toe werd verwacht dat de opwarming in Nederland (en omstreken) ongeveer even snel zou gaan als de wereldgemiddelde stijging van de temperatuur. We liggen immers op middelbare breedte en staan onder invloed van zowel land als van zee. De opwarming in Nederland blijkt tot nu toe echter ruim twee keer zo groot te zijn geweest als de mondiale opwarming. Dat is te zien in het derde tabblad van bovenstaande figuren, waar de temperatuurstijging in het midden van Nederland (Centraal Nederland Temperatuur, CNT) vergeleken wordt met de wereldgemiddelde temperatuurstijging (de CRU-temperatuurreeks, zoals ook getoond in het tweede tabblad, en de NASA-GISS-reeks). De temperatuurreeks voor Nederland is zo geschaald dat de gemiddelde temperatuur over de jaren 1951 tot en met 1980 nul is (Bron: KNMI, 2008). Voor meer informatie zie Oldenborgh et al. (2009).
Vautard et al. (2009) geven een verklaring voor de snelle opwarming van Nederland. Zij vinden een relatie tussen een sterke afname van dagen met weinig zicht enerzijds en opwarming in Nederland en Europa anderzijds. Zichtverbetering is vooral toe te kennen aan een verbeterde luchtkwaliteit, zoals een sterke afname van SO2-aërosolconcentraties over de afgelopen dertig jaar. Hun verwachting is dat de snelle opwarming in Europa zal afzwakken doordat de verbetering van de luchtkwaliteit gestabiliseerd is.

Relatie met klimaatverandering

De belangrijkste reden voor de toename van de gemiddelde temperatuur op aarde in de laatste 50 jaar is waarschijnlijk het door de mens veroorzaakte versterkte broeikaseffect. Dit versterkte broeikaseffect is een gevolg van de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer. Daarnaast zijn er ook natuurlijke processen die de gemiddelde jaarlijkse temperatuur op aarde beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld variaties in de sterkte van de zonnestraling, het optreden van vulkaanuitbarstingen, El-Nino's en chaotische fluctuaties in het klimaat.
Ook de temperatuurtoename in Nederland is waarschijnlijk vooral een gevolg van het versterkte broeikaseffect. Daarnaast wordt een deel van de temperatuurtoename toegeschreven aan de toename van weertypen met zuidwestenwind. Er zijn wetenschappelijke vermoedens dat dit samenhangt met afkoeling van de hoge atmosfeer, als gevolg van ozonafbraak en het broeikaseffect.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De temperatuurreeks in De Bilt is gecorrigeerd voor effecten van verandering van meetlocaties, hoogte van de metingen, en effecten van verstedelijking (Brandsma-reeks, KNMI). De trend en onzekerheden in de temperatuurreeks is geschat met een structureel tijdreeksmodel. Zie Visser (2004, 2005, 2007), en Visser en Petersen (2009) voor details.Voor de wereldgemiddelde temperatuur is de reeks van Brohan et al. (2006) gebruikt. Deze reeks wordt elk jaar geupdate; deze kan gedownload worden van de CRU-site. Hier staat ook een uitgebreidere literatuurlijst. Trend en onzekerheden zijn ook hier geschat met een structureel tijdreeksmodel. Een recente analyse van de extremiteit van de mondiale temperaturen is gegeven door Zorita et al. (2008). De CNT- en GISS-data zijn verkregen van het KNMI.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Temperatuur mondiaal en in Nederland, 1850-2008 (indicator 0226, versie 09 , 31 maart 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.