Ozon in lucht en volksgezondheid, 1990-2024

De Europese regelgeving kent verschillende normen voor ozon. Dit zijn de richtwaarde, de langetermijndoelstelling, de driejaarlijkse gemiddelde norm voor ozon en de informatie- en alarmdrempels. In 2024 waren er twee meetstations met elk 16 overschrijdingsdagen van de door de Europese Unie vastgestelde richtwaarde voor ozon ter bescherming van de gezondheid. Daarmee is de langetermijndoelstelling, geen overschrijdingen van de richtwaarde, nog niet gehaald. Aan de EU-norm van maximaal 25 overschrijdingsdagen per jaar op basis van het driejaarsgemiddelde wordt in 2024 wél voldaan. De vastgestelde informatiedrempel voor ozon, bedoeld om de bevolking te waarschuwen voor smog door ozon, werd in 2024 op twee dagen overschreden. De alarmdrempel voor ozon werd dat jaar niet overschreden.

Richtwaarde overschreden

Om de  blootstelling van de bevolking  aan ozon te verminderen heeft de Europese Unie (EU)  een richtwaarde, een langetermijndoelstelling en een driejarig gemiddelde-norm vastgesteld voor ozon. De richtwaarde en langetermijndoelstelling zijn niet bindend zoals de driejarig gemiddelde-norm, maar lidstaten worden wel geacht deze na te streven.

De richtwaarde bedraagt 120 µg/m³ voor de hoogste 8-uursgemiddelde van ozonconcentratie per dag op één meetlocatie. In 2024 werd de richtwaarde op twee meetstations in totaal 16 dagen overschreden, zie figuur ‘Overschrijding richtwaarde ozon’. Dit is het hoogste aantal overschrijdingsdagen van alle meetlocaties in dat jaar. 

De door de EU vastgestelde langetermijndoelstelling is dat er geen overschrijdingen van de richtwaarde meer mogen plaatsvinden. Deze doelstelling is nog niet behaald. In figuur ’Overschrijding richtwaarde ozon’ is te zien dat er grote verschillen zijn tussen individuele jaren. De grote jaarlijkse variatie in ozonconcentraties wordt vooral veroorzaakt door verschillen in weersomstandigheden. Tijdens warme dagen met weinig wind, veelal uit oostelijke of zuidelijke richting, zijn de omstandigheden gunstig voor ozonvorming. Ozon is een stof die primair gevormd wordt in de atmosfeer onder invloed van stikstofdioxide, vluchtige organische stoffen (VOS) en zonlicht. In jaren met veel zomerse dagen, zoals 1994, 1995, 2003, 2006 en 2018, komen vaker hogere ozonconcentraties voor dan gedurende jaren met minder zomerse dagen.

Voor 2024 is het  driejarig gemiddelde (over 2022, 2023 en 2024) 19 dagen. Dit is onder de norm. Sinds de invoering van de EU-norm in 2010 mag de richtwaarde, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 25 dagen per jaar worden overschreden. Omdat weersomstandigheden een grote invloed hebben op de ozonvorming en daarmee op het aantal overschrijdingen, wordt het gemiddelde berekend over drie opeenvolgende jaren in plaats van één jaar. Zo hebben de variabele weersomstandigheden minder invloed op de uiteindelijke beoordeling. Jaren met een hoog aantal zomerse dagen, zoals 2018, kunnen zich voordoen, mits het gemiddelde over drie opeenvolgende jaren onder de 25 zomerse dagen blijft. De figuur ‘Hoogste 3-jarig gemiddelde overschrijding’ laat de opeenvolgende voortschrijdende driejarige gemiddelden zien, met de waarde weergegeven in het laatste jaar van die drie jaar. 

Informatie- en alarmdrempel voor ozon

De Europese regelgeving kent, naast de richtwaarde, de langetermijndoelstelling en de driejaarlijkse gemiddelde norm voor ozon, ook zogenoemde informatie- en alarmdrempels. Dit betreft uurgemiddelde ozonconcentraties van respectievelijk 180 μg/m³ voor de informatiedrempel en 240 μg/m³ voor de alarmdrempel. De informatiedrempel voor ozon, bedoeld om de bevolking te waarschuwen voor smog door ozon, werd in 2024 op één dag overschreden. De alarmdrempel voor ozon werd dat jaar niet overschreden.

Wanneer de uurgemiddelde ozonconcentratie boven de informatiedrempel van 180 μg/m³ uitkomt, is er sprake van matige smog. De overheid is dan verplicht om actief informatie te verspreiden over de luchtkwaliteit. In Nederland is deze taak belegd bij de provincies.

De alarmdrempel, een uurgemiddelde ozonconcentratie boven 240 μg/m3, is het niveau waarboven door kortstondige blootstelling zodanige risico's voor de gezondheid optreden dat bij overschrijding zo spoedig mogelijk doeltreffende maatregelen moeten worden genomen. In dit geval is er sprake van ernstige smog. 

De bevolking wordt in beide gevallen via het Internet (www.rivm.nl/smog, www.luchtmeetnet.nl), Teletekstpagina 711 en met persberichten over smog geïnformeerd. Op de website van het Luchtmeetnet is de verwachting van de ozonconcentraties voor de komende dagen te zien.

Ozon en gezondheid

Blootstelling aan ozon in de buitenlucht kan leiden tot schadelijke effecten op de gezondheid van de mens. Dit blijkt uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, 2021). Ozon ontstaat vooral in de zomer, wanneer de omstandigheden daarvoor ideaal zijn. Daarom spreekt men ook wel van zomersmog. Kortdurende blootstelling aan verhoogde ozonconcentraties gedurende perioden met zomersmog staat in verband met toename van luchtwegklachten, verergering van astma en meer medicijngebruik, longfunctiedaling en ontstekingsreacties, meer ziekenhuisopnames en vroegtijdige sterfte. Kinderen, ouderen en personen met hart- en luchtwegaandoeningen behoren tot de risicogroepen voor effecten van ozon vanwege hun verhoogde gevoeligheid. Mensen die zich in de namiddag of vroege avond - wanneer de ozonconcentraties het hoogste zijn - langdurig (zeer) lichamelijk inspannen, vormen een risicogroep vanwege hun verhoogde blootstelling. De meest eenvoudige manier om de blootstelling te verminderen is door tijdens een smogperiode rustig binnenshuis te blijven. In huis liggen de concentraties lager.

Uit hetzelfde WHO-onderzoek kwam ook naar voren dat de herhaalde blootstelling aan ozon mogelijk leidt tot een blijvende verminderde werking van de longen. Gezondheidskundig onderzoek geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat er een drempelwaarde bestaat, dat wil zeggen, een ozonconcentratie waar beneden geen effecten op de menselijke gezondheid zijn te verwachten. Ook lage concentraties hebben dus mogelijk een nadelig effect. De WHO stelt een maximale toelaatbare concentratie van 100 µg/m³ voor als 8-uurgemiddelde. Deze concentratie biedt volgens de WHO voldoende bescherming voor de gezondheid, hoewel enige gezondheidseffecten ook beneden deze concentratie mogelijk zijn.

WHO-advieswaarden worden niet gehaald

Uit bovengenoemd onderzoek heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden geformuleerd. Deze zijn strenger dan het huidige beleid van de EU en dus ook van Nederland. De EU heeft als norm maximaal 25 dagen met een 8-uursgemiddelde van boven de 120 µg/m3, terwijl de WHO 4 dagen met een 8-uursgemiddelde van boven de 100 µg/m3 aanhoudt als advieswaarde (WHO, 2021). De EU-richtwaarde werd in 2024 maximaal 16 keer overschreden op een station, terwijl de WHO-advieswaarde maximaal 43 keer werd overschreden op een ander station. Er is geen enkel station waar aan de WHO-advieswaarde wordt voldaan.

De WHO kent nog een tweede advieswaarde waarbij de hoogste gemiddelde maximale 8-uursgemiddelde ozonconcentratie over zes aaneengesloten maanden niet meer mag zijn dan 60 µg/m3. Deze waarde is in 2024 in Nederland op elk meetstation overschreden en de hoogste gemiddelde maximale 8-uursgemiddelde ozonconcentratie in het ozon-piekseizoen varieert tussen de 48 en 77 µg/m3.

Herziene EU-luchtkwaliteitsrichtlijn: vanaf 2030 geldt een strengere norm

In het najaar van 2024 is de herziene EU-luchtkwaliteitsrichtlijn aangenomen. De Europese lidstaten hebben twee jaar de tijd om deze nieuwe richtlijn in hun nationale wetgeving te implementeren. Volgens de huidige EU-norm mag de ozon-richtwaarde gemiddeld over drie jaar niet vaker dan 25 dagen per jaar worden overschreden; deze grens wordt verlaagd naar 18 dagen per jaar. De waarschuwings- en alarmdrempels blijven ongewijzigd. Vanaf 1 januari 2030 moeten de lidstaten voldoen aan deze aangescherpte norm.

Ozonconcentraties door de jaren heen

In de afgelopen dertig jaar is het aantal dagen waarop het 8-uursgemiddelde boven de 120 µg/muitkwam gedaald (figuur ‘Overschrijding richtwaarde ozon’). In de jaren negentig van de vorige eeuw was dit aantal gemiddeld 35, in de eerste tien jaar van deze eeuw gemiddeld 27 en vanaf 2010 tot en met 2024 gemiddeld 19 dagen. Sinds 2009 is geen structurele daling waargenomen. Dit maakt het op korte termijn onwaarschijnlijk om het hele jaar onder een hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie van 120 µg/m3 te blijven en daarmee aan de langetermijndoelstelling te voldoen.

In 2024 werd de informatiedrempel op  één dag overschreden. Overschrijding van de informatiedrempel kwam begin jaren negentig vaker voor dan de afgelopen ca. 10 jaar. In de figuur ‘Overschrijding informatiedrempel voor ozon’ is tussen 1990 en 2010 een neerwaartse trend zichtbaar met uitzondering van uitschieters door jaren met veel zomerse dagen. Sinds 2010 lijkt de frequentie van overschrijdingen, met uitzondering van incidentele uitschieters, stabiel te zijn gebleven. In de afgelopen 18 jaar bedraagt het maximaal aantal dagen met een overschrijding van de informatiedrempel minder dan 10 dagen. Overschrijdingen van de alarmdrempel van 240 μg/m3 komen nauwelijks meer voor. De laatste overschrijding was in 2020. 

Variatie in ozonconcentraties 

In steden vindt veel uitstoot van stikstofoxiden plaats door wegverkeer. Door een chemische reactie met stikstofoxiden wordt ozon daar onder meer omgezet in zuurstof. Dit zorgt voor lagere ozonconcentraties in stedelijke gebieden met veel verkeer.

In meer rurale gebieden is er minder uitstoot van stikstofoxiden door verkeer. Hierdoor vindt de omzetting van ozon naar onder andere zuurstof daar minder plaats. Dit is terug te zien in de metingen: op regionale achtergrondstations worden juist de hoogste ozonconcentraties gemeten.

Daarnaast zijn in het zuidoosten van Nederland over het algemeen de ozonconcentraties het hoogst, en in het noorden het laagst (Mijnen-Visser et al., 2024). Dit kan worden veroorzaakt door de aanwezigheid van stikstofoxiden in de lucht, maar ook door weersomstandigheden en de bronnen van stikstofdioxide en vluchtige organische stoffen. Ook ozon afkomstig uit het buitenland speelt een rol.

Naast het aantal overschrijdingsdagen is ook van belang hoeveel mensen daadwerkelijk worden blootgesteld aan hoge ozonwaarden. De figuur ‘Overschrijding richtwaarde ozon’ toont alleen het station met de meeste overschrijdingen. Het gebruik van deze waarde leidt tot een overschatting van het aantal inwoners dat wordt blootgesteld, vooral in steden waar de ozonconcentratie lager is. Gemiddeld over alle meetstations was het 8-uursgemiddelde in 2024 slechts 7 dagen boven de 120 µg/m³. 

Ozon en de ozonlaag

Het RIVM meet de ozonconcentraties aan de grond op leefniveau. De door het RIVM gemeten ozonconcentratie heeft geen invloed op de ozonlaag. De ozonlaag is een laag in de lucht op een hoogte tussen 15 km en 50 km boven zeeniveau met een verhoogde ozonconcentraties. Omdat de onderste luchtlaag en hogere luchtlagen weinig worden gemixt, heeft de vorming van ozon aan de grond nauwelijks effect op de ozonlaag hoog in de atmosfeer.

 

 

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ozonconcentraties op leefniveau

Omschrijving

Aantal dagen 8-uursgemiddelde boven 120 μg/m3 en aantal overschrijdingen van de informatie- en alarmdrempel.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Het jaar- en driejaargemiddelde aantal dagen met hoogste voortschrijdende 8-uursgemiddelde ozonconcentraties boven de 120 µg/m3 zijn gebaseerd op metingen op de stations van het luchtmeetnet (www.luchtmeetnet.nl). Voor de berekening van de blootstelling is gebruik gemaakt van het station waar dit aantal dagen per jaar het hoogst is. De ozonconcentraties in agglomeraties liggen iets lager dan in de regio. Voorheen werd het gemiddelde genomen, maar omdat dit voor een deel van de bevolking tot een onderschatting leidt is het maximum gekozen. Dat kan tot een overschatting kan leiden, maar geeft wel een worst case schatting weer. Het aantal meetstations kan per jaar wisselen.

Basistabel

Gegevens Luchtkwaliteit (GELUK) van het Centrum Milieukwaliteit (MIL) van het RIVM. Met daarin gegevens van het Landelijk Meetnet Lucht (LML), de GGD Amsterdam en de DCMR.

Geografische verdeling

-

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Hafkenscheid, Th., L. (2012) Vernieuwing meetopstellingen ozon in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Vergelijking van oude en nieuwe meetopstellingen. RIVM briefrapport 680708012/2012

Opmerking

In 2022 is gekozen om het station met de hoogste score aan overschrijdingen te laten zien in plaats van het gemiddelde van regionale stations.

Betrouwbaarheidscodering
Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Ozon in lucht en volksgezondheid, 1990-2024 (indicator 0238, versie 17, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.