Landbouw en milieu

Nitraat in grondwater onder landbouwgrond, 1984-2019

De concentratie van nitraat in ondiep grondwater is in zandgebieden in de periode 1997-2019 gemiddeld voor alle meetpunten met de helft gedaald tot minder dan 20 mg/l. Deze afname is waarschijnlijk het positieve effect van het afgenomen mestgebruik in de landbouw sinds het eind van de jaren tachtig. Het terugdringen van nitraat in grondwater is noodzakelijk om drinkwaterbronnen te beschermen. Nitraat is een voedingstof voor planten maar kwetsbare natuur is juist gebaat bij een lage aanvoer van voedingsstoffen.

Ontwikkeling nitraatconcentratie

De jaargemiddelde nitraatconcentratie voor alle meetpunten in het ondiepe grondwater (5-15 meter diepte) onder landbouw in de Zandregio is met 40 mg/l het hoogst in de periode 1989-1995 (zie figuur). In de periode 1997-2019 is de nitraatconcentratie met de helft gedaald tot minder dan 20 mg/l. Deze afname is waarschijnlijk het positieve effect van het afgenomen mestgebruik in de landbouw sinds het eind van de jaren tachtig. Hoewel het gemiddelde ruim onder de EU-norm van 50 mg/l ligt kunnen individuele meetpunten wel boven deze norm uitkomen. In de Zandregio hebben ongeveer 20% van de meetpunten onder landbouwgrond een nitraatconcentratie boven de EU-norm.

In de Klei- en Veenregio zijn de nitraatconcentraties in het ondiepe grondwater laag (minder dan 10 mg/l). Het verschil tussen de Zandregio en de Klei- en Veenregio komt door de veel hogere afbraak van nitraat in het anaerobe grondwater in de organische stofrijke veen- en kleibodems.

Waarom aandacht voor nitraat in grondwater?

De landbouwsector gebruikt meststoffen met daarin stikstof of fosfor. Nitraat is een van de vormen waarin stikstof voorkomt in de bodem. Voor gewassen is nitraat een belangrijke voedingsstof om te kunnen groeien. Nitraat dat niet door planten wordt opgenomen wordt door bacteriën in de bodem afgebroken, spoelt uit naar het grondwater of belandt in het oppervlaktewater. Door een teveel aan nitraat kan grondwater onbruikbaar worden als drinkwaterbron. Nitraatconcentraties boven de norm zijn schadelijk voor mensen en nitraat is niet eenvoudig te verwijderen. Als er teveel voedingsstoffen in het oppervlaktewater komen kan er algenbloei optreden, de natuurwaarde neemt hierdoor af en oppervlaktewaternormen worden overschreden. Ook blauwalgen die de zwemwaterkwaliteit bedreigen zijn een gevolg van te veel voedingstoffen in het water.

Oorzaken afname nitraatconcentratie met diepte

In het diepe grondwater (25 meter diepte) in de Zandregio is de nitraatconcentratie de laatste 10 jaar gemiddeld 7 mg/l. Dit is lager dan in het ondiepe grondwater. Ook in de Klei- en Veenregio zijn de concentraties lager in het diepe grondwater (niet weergegeven in figuur).

De afname van de nitraatconcentraties met de diepte heeft drie oorzaken. In de eerste plaats heeft grondwater tijd nodig om naar beneden te stromen. Zelfs in zandgronden waar de stroming sterker naar beneden gericht is dan bij andere grondsoorten, zal het water er vaak meer dan tien jaar over doen om de aangegeven diepte te bereiken. Vooral in de Klei- en Veenregio stroomt een deel van het ondiepe grondwater (samen met het aanwezige nitraat) horizontaal af naar het oppervlaktewater (bijvoorbeeld sloten of beken). Hierdoor zal het water er nog langer overdoen om de aangegeven diepte te bereiken. Ten tweede kan tijdens het transport naar de diepere lagen denitrificatie optreden, waardoor nitraat verdwijnt. Tenslotte kan er menging met water met een lagere nitraatconcentratie optreden, ouder water of water afkomstig van een andere locatie.

Beleid

Nederland streeft er naar om de nitraatconcentraties in het grondwater te verlagen tot minder dan 50 mg/l. Sinds 1991 is de Europese (EU) Nitraatrichtlijn (EU, 1991) van kracht. De Nitraatrichtlijn heeft tot doel om zowel de drinkwaterbronnen te beschermen (EU, 1998) als om eutrofiëring (d.w.z. toevoer van te veel voedingsstoffen) van het watermilieu te voorkomen. De Nitraatrichtlijn richt zich op het beperken van de belasting van het water met nutriënten vanuit de landbouw. Al voor de invoering van de Nitraatrichtlijn in 1991 was in Nederland wetgeving aangenomen om het mestgebruik te reguleren. Nederland gaf invulling aan de Nitraatrichtlijn via vierjaarlijkse actieprogramma's waarbij de regelgeving over de hoeveelheid en wijze van toepassing van meststoffen steeds werd aangescherpt om de doelen te halen.

Het gevoerde mestbeleid in Nederland heeft ertoe geleid dat het stikstofbodemoverschot in de landbouw is gedaald in de periode 1987-2019. Het stikstofbodemoverschot wordt gezien als de hoeveelheid stikstof die mogelijk kan uitspoelen.

Effecten van nitraat

Stikstofuitspoeling naar het grondwater bedreigt de kwaliteit van het drinkwater. Enkele waterwinputten in Oost- en Zuid-Nederland zijn gesloten, soms moet dieper grondwater worden gewonnen of moeten extra kosten voor zuivering worden gemaakt.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nitraat in grondwater onder landbouwgrond

Omschrijving

Jaargemiddelde nitraatconcentratie voor alle meetpunten per grondgebiedstype in het (ondiep) grondwater in Zand-, Klei- en Veengronden.

Verantwoordelijk instituut

RIVM

Berekeningswijze

Metingen met behulp van vaste peilbuizen

Basistabel

Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG)

Geografisch verdeling

Geheel Nederland

Andere variabelen

Vermestende stoffen en zware metalen gehalten

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

https://www.rivm.nl/landelijk-meetnet-grondwaterkwaliteit

Opmerking

De berekeningsmethode gaat uit van groeperingen van meetlocaties met identieke kenmerken. Bij toevoegen van nieuwe meetjaren kunnen hierdoor data van voorgaande jaren veranderen.

Betrouwbaarheidscodering

B, betreft metingen

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Nitraat in grondwater onder landbouwgrond, 1984-2019 (indicator 0274, versie 07 , 10 februari 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.