Afval

Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
  Aantal Gestort Rest- Capaciteit in
      capaciteit procedure1)
 
  absoluut miljard kg miljoen m3
 
1991 90 . . .
1992 72 13,3 65,7 78,0
1993 69 13,0 82,3 46,4
1994 56 12,2 83,9 41,8
1995 46 9,8 80,0 28,1
         
1996 47 8,5 76,0 17,1
1997 44 7,4 73,9 14,2
1998 41 7,1 69,4 6,7
1999 38 7,6 63,9 6,7
2000 36 6,5 56,6 17,9
2001 32 6,5 53,0 13,2
 
Bron: WAR. RIVM/MC/okt02
1) Capaciteit van nieuwe en onderdelen van bestaande stortplaatsen, waarvoor een vergunningaanvraag is ingediend.

Ontwikkeling aantal stortplaatsen

Het aantal stortplaatsen is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Oorzaken zijn:

  • het beleid om het storten van afvalstoffen te minimaliseren;
  • de in de loop van de tijd aangescherpte milieueisen;
  • planologische problemen.

Ontwikkeling hoeveelheid gestort afval

De hoeveelheid gestort afval is sinds het begin van de jaren negentig gehalveerd. De laatste jaren stabiliseert de hoeveelheid gestort afval. Ook de hoeveelheid afval die op eigen terrein bij bedrijven wordt gestort (niet in de cijfers van de tabel opgenomen) is zeer sterk teruggelopen; van ruim twee miljard kg per jaar in het begin van de jaren negentig tot ruim 0,25 miljard kg in 2001.

Beleid

Het terugdringen van de hoeveelheid gestort afval is al lang een speerpunt van het afvalstoffenbeleid in Nederland. Om het storten terug te dringen zijn veel maatregelen ingezet, variërend van het bevorderen van preventie en hergebruik en het vergroten van de verbrandingscapaciteit tot het uitvaardigen van stortverboden en het instellen van een stortbelasting voor herbruikbaar of brandbaar afval (momenteel circa 75 euro per ton).In het landelijk afvalbeheerplan (LAP), dat eind 2002 van kracht wordt, wordt ingezet op een verdere reductie van de hoeveelheid te storten afval tot 2 miljard kg in 2012. Om dit te bereiken wordt onder meer gestreefd naar een optimale benutting van de energie-inhoud van afval dat niet kan worden hergebruikt. Dit kan worden gerealiseerd door de inzet van door nascheiding verkregen hoogcalorisch afval in installaties met een hoog energetisch rendement.

Methodiek

In bovenstaande tabel vindt u onder meer informatie over de totale hoeveelheid gestort afval. Deze cijfers zijn inclusief verontreinigde grond en baggerspecie. Dit totaal wijkt af van het totaal in de Afvalproductie en wijze van verwerking, 1985-2018. De beleidsindicator gaat uit van de netto hoeveelheid gestort afval. Netto betekent exclusief nuttige toepassing op stortplaatsen, verontreinigde grond en baggerspecie. Voor het inschatten van de (rest)capaciteit van stortplaatsen zijn deze afvalstromen wel van belang.

Referenties

  • WAR (2002). Afvalverwerking in Nederland. Werkgroep Afvalregistratie, Utrecht.

Relevante informatie

  • Meer gegevens zijn te vinden bij het Afval Overleg Orgaan (AOO). Het AOO biedt een platform voor bestuurlijk overleg en afstemming over ontwikkeling en uitvoering van het afvalbeleid.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2001 (indicator 0393, versie 03 , 15 oktober 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.