Benzo[a]pyreen in lucht, 1990-2024

De jaargemiddelde gemeten concentraties van benzo[a]pyreen (B[a]P) in de lucht liggen vanaf de vroege jaren negentig onder de streefwaarde van de Europese Unie (EU) van 1 ng/m3. De WHO-richtwaarde van 0,12 ng/m3 wordt nog niet op alle type meetlocaties behaald. De WHO-richtwaarde is afgeleid uit de WHO-risicoschatting en is strenger dan de Europese streefwaarde. Benzo[a]pyreen geldt als indicator voor het mengsel van de schadelijke polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Dit mengsel is schadelijk voor mens en ecosystemen. 

Concentraties benzo[a]pyreen en dalende trend

De stedelijke achtergrondconcentratie van benzo[a]pyreen is gedaald van 0,18 ng/m3 in 2008 naar 0,04 ng/m3 in 2024 (paarse lijn in grafiek) en de regionale achtergrondconcentratie is gedaald van 0,14 ng/m3 in 2008 naar 0,02 ng/m3 in 2024 (oranje lijn in grafiek). In 2023 en 2024 waren de jaargemiddelde concentraties op zowel stedelijke achtergrondmeetstations als op regionale achtergrondmeetstations hetzelfde. 

De concentratie van benzo[a]pyreen nabij het industriële complex van de IJmond (de groene lijn ‘Industrieel’ in de grafiek) was in 2024 0,18 ng/m3. De jaargemiddelde concentratie daalde van 0,61 ng/m³ in 2009 tot 0,18 ng/m³ in 2024. Ook voor het industriële meetstation was de jaargemiddelde concentratie in 2024 hetzelfde als in 2023. Gedurende de jaren zijn in de trendlijn pieken zichtbaar in 2011, 2015 en 2017. Ondanks deze pieken bleven in de gehele periode 2009-2024 de jaargemiddelde concentratie onder de streefwaarde van 1 ng/m³. 

De bovenstaande jaargemiddelde waarden zijn in de periode 2011-2024 gebaseerd op drie van de zeventien Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) meetstations welke voldoen aan de gestelde criteria. Zie de technische toelichting voor meer uitleg.

Verschillende typen luchtmeetstations

Benzo[a]pyreen wordt gemeten op verschillende typen luchtmeetstations. Stedelijke achtergrondmeetstations zijn meetpunten die binnen de bebouwde kom staan, maar wel op afstand van belangrijke uitstootbronnen. Regionale achtergrondmeetstations zijn meetpunten die op enige afstand van bebouwing en industrie staan. Industriële meetstations staan specifiek in of nabij zware industriegebieden voor het monitoren van de luchtkwaliteit. Verkeersbelaste meetstations zijn meetpunten die langs snelwegen, drukke stedelijke verkeersaders of verkeersknooppunten staan. De trend van metingen door verkeersbelaste meetstations loopt van 1988 tot en met 2010. 

Jaargemiddelde concentraties voldoen aan EU-streefwaarde

De gemeten jaargemiddelde concentraties van benzo[a]pyreen liggen sinds de vroege jaren negentig onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3, zoals ook zichtbaar is in de grafiek ‘Benzo[a]pyreenconcentratie’. Vóór 1990 zijn ook metingen van de concentratie van Benzo[a]pyreen uitgevoerd. Metingen van stedelijke luchtkwaliteit in het midden van de jaren zeventig duiden op jaargemiddelde concentraties van 5 tot 20 ng/m3 (Buijsman, 2008/2009). Sindsdien is de stedelijke luchtkwaliteit voor benzo[a]pyreen sterk verbeterd. 

Concentraties op industrieel belaste locaties boven WHO-richtwaarde

In de grafiek is met een grijs gestreepte lijn tevens de WHO-richtwaarde van 0,12 ng/m3 weergegeven. Op industrieel belaste locaties in de IJmond waren de gemeten concentraties tijdens de hele meetperiode hoger dan de WHO-richtwaarde. 

Bronnen benzo[a]pyreen

Consumenten zijn verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de uitstoot van benzo[a]pyreen in Nederland (84%). Het komt bijvoorbeeld vrij bij het stoken van hout of in het geval van een woningbrand. De andere bronnen in de top drie van emissiebronnen van benzo[a]pyreen zijn verkeer en vervoer (12%) en industrie (2%) (Emissieregistratie).

De concentraties benzo[a]pyreen zijn in de winter hoger dan in de zomer. Dat komt doordat er in de winter meer hout wordt gestookt en doordat de weersomstandigheden minder gunstig zijn. De atmosfeer is dan stabieler door de lagere temperaturen waardoor er minder menging plaatsvindt en de verspreiding wordt vertraagd.

EU-streefwaarde wordt grenswaarde vanaf 2030

De Europese Unie (EU) heeft een streefwaarde voor benzo[a]pyreen vastgesteld van 1 ng/m3. Een streefwaarde is een gewenste waarde die door lidstaten moet worden nagestreefd. Nederland heeft deze waarde in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) opgenomen als omgevingswaarde met inspanningsverplichting. Vanaf 2030 verandert de EU-streefwaarde voor benzo[a]pyreen in een grenswaarde (EU, 2024). Dat betekent dat alle EU-landen vanaf dat jaar verplicht zijn om aan een grenswaarde van 1 ng/m³ te voldoen. 

Voor meer informatie over de normstelling zie Nationale luchtkwaliteit: overzicht normen

WHO-richtwaarde

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft voor benzo[a]pyreen een richtwaarde op basis van het maximaal toelaatbaar sterfterisico berekend. Een maximaal toelaatbaar sterfterisico van 1 op de 100.000 mensen komt overeen met een maximale benzo[a]pyreen jaargemiddelde concentratie van 0,12 ng/m3 (EEA, 2020; WHO, 2000). De WHO hanteert deze 0,12 ng/m3 als richtwaarde. De WHO heeft geen advieswaarde voor benzo[a]pyreen vastgesteld, omdat volgens de WHO geen veilig niveau voor benzo[a]pyreen kan worden gedefinieerd.

Schadelijke effecten

Benzo[a]pyreen geldt als indicator voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Dat betekent dat benzo[a]pyreen gebruikt wordt om te schatten hoeveel PAK’s er in totaal aanwezig zijn. PAK’s vormen een groep van enige honderden organische verbindingen. De PAK-componenten verschillen sterk in hun fysisch-chemische eigenschappen en in hun risico's voor mens en ecosystemen. Een aantal componenten heeft kankerverwekkende eigenschappen voor mensen. Benzo[a]pyreen is een PAK en heeft een belangrijk aandeel in de kankerverwekkende eigenschappen van PAK’s in de buitenlucht. 

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentratie van benzo[a]pyreen in lucht

Omschrijving

Concentratie van benzo[a]pyreen in lucht op een beperkt aantal meetpunten in Nederland

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Jaargemiddelde concentraties worden berekend uit gemeten dagwaarden. 

Voor de berekening van een geldig jaargemiddelde is het criterium gehanteerd dat er minimaal 75% van het maximaal mogelijke aantal dagwaarden in een jaar beschikbaar moet zijn op een meetstation. Vervolgens moet voor de gespecificeerde jaren 2011-2024 een station minstens op 75% van de jaren een geldig jaargemiddelde hebben (dat voortkomt uit de eerste selectie). Deze periode is gekozen omdat de meeste metingen pas in 2011 zijn begonnen.

DCMR Milieudienst Rijnmond verricht één monsterneming per zes dagen. Het betreft dus maximaal 60 beschikbare metingen per jaar. Dit betekent dat voor een meetstation per jaar 45 of meer gemeten dagwaarden (75% van 60) beschikbaar moeten zijn. Pas dan worden ze meegenomen in de berekening van het jaargemiddelde. Voor de jaren 2011-2024 voldoet het DCMR meetstation (Rotterdam – Vasteland, verkeersbelast, NL01492) niet aan minstens 75% dekking van al die jaren. De data van dit meetstation is daarom voor die periode niet meegenomen in de berekening van het gemiddelde. Dit geldt ook voor de stations NL10433 (2008) en NL10448 (2009-2013).

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) verricht één meting per twee dagen, dus maximaal 183 beschikbare metingen per jaar. Dit betekent dat voor een meetstation per jaar 137 of meer gemeten dagwaarden (75% van 183) beschikbaar moeten zijn. Pas dan worden ze meegenomen in de berekening van het jaargemiddelde. Voor de jaren 2011-2024 voldoen drie van de zeventien beschouwde LML-meetstations (De Zilk-Vogelaarsdreef, regionale achtergrond, NL10444; Rotterdam-Schiedamsevest, stedelijke achtergrond, NL10418; Wijk aan Zee-Burgemeester Rothestraat, industrieel, NL49553) aan minstens 75% dekking van al die jaren. De data van deze drie meetstations zijn daarom voor die periode meegenomen in de berekening van het gemiddelde.

In de actualisering van de CLO-indicator naar versie 15 zijn meer meetstations meegenomen in de berekening van het gemiddelde, omdat deze aan de criteria voldoen. Daardoor is het aantal meegenomen meetstations gestegen in sommige gepasseerde jaren ten opzichte van de indicator van vorig jaar. Dit heeft betrekking op de jaren 2008 – 2010. Vanaf 2011 worden de gemeten jaargemiddelden van drie meetstations uit de eerdere alinea gebruikt.

Basistabel

-

Geografische verdeling

Enkele meetpunten. Hieraan kan geen landelijk dekkend beeld voor Nederland ontleend worden.

Andere variabelen

De monsterneming van PAK’s levert naast gegevens over benzo[a]pyreen ook informatie over een groot aantal andere PAK’s. 

Verschijningsfrequentie

Eenmaal per jaar

Opmerking

1] De meetreeks van DCMR Milieudienst Rijnmond met de meetresultaten op het meetpunt Vasteland in Rotterdam is consistent van 1987 tot en met 2016. Vanaf 2008 wordt ook door het RIVM en GGD Amsterdam benzo[a]pyreen gemeten. Op de meeste locaties is na enkele jaren gestopt met deze metingen, omdat de meetwaarden ver onder de EU-streefwaarde lagen en een gelijksoortig beeld gaven als het vergelijkbare andere meetstation voor de berekening van het jaargemiddelde. De meetreeksen voor de gehandhaafde drie stations (één regionale achtergrond, één stedelijke achtergrond en één industriële achtergrondlocatie) hebben een consistente tijdreeks vanaf 2009 en zijn opgenomen in de grafiek.

2] De toetsingsgrootheid is een zogeheten streefwaarde. Dit is in de definitie van de Europese Unie 'een niveau dat is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en/of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt' (Europese Richtlijn 2004/107/EG).

3] De metingen worden slechts op enkele meetpunten in Nederland uitgevoerd. Daarom kan hieraan geen landelijk dekkend beeld voor Nederland ontleend worden. Benzo[a]pyreen kent echter een grootschalig verspreidingspatroon; algemene uitspraken over concentraties buiten steden zijn daarom wel mogelijk.

4] De verkeersbelaste dataseries van vóór 1999 en vanaf 1999 verschillen in meetmethode. Dit is in de grafiek aangeduid met de blauwe stippellijn die in 1999 overgaat in een blauwe doorgetrokken lijn.

Betrouwbaarheidscodering

D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen ter zake)

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
15
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
07
versie‎
05
versie‎
04

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Benzo[a]pyreen in lucht, 1990-2024 (indicator 0478, versie 15, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.