Zware metalen in lucht, 1994-2024

De afgelopen vijfentwintig jaar zijn de jaargemiddelde concentraties van zware metalen in de lucht, zoals arseen, cadmium, lood en nikkel, in Nederland gedaald. Ze blijven ruim onder de huidige streefwaarden van de Europese Unie (EU) voor arseen, cadmium en nikkel en onder de grenswaarde voor lood. Vanaf 2030 geldt nieuwe regelgeving: de huidige streefwaarden worden dan voor alle stoffen grenswaarden. Grenswaarden hebben een resultaatverplichting, terwijl bij een streefwaarde een inspanning al voldoende is. De hoogte van de normen wijzigt niet, ze blijven gelijk (500 ng/m3voor lood, 6 ng/mvoor arseen, 5 ng/m3 voor cadmium en 20 ng/m3 voor nikkel).

Concentraties zware metalen in 2024

In 2024 bedroegen de gemeten regionale jaargemiddelde concentraties van de metalen arseen, cadmium, lood en nikkel respectievelijk 0,35 ng/m³, 0,07 ng/m³, 2,82 ng/m³ en 0,57 ng/m³. 

De waardes van de zware metalen worden in Nederland op enkele meetstations gemeten, omdat er wordt voldaan aan de streef- en grenswaarden voor zware metalen. Daardoor geldt een minder intensieve meetverplichting met minder meetlocaties. Deze indicator geeft daardoor geen inzicht in de concentraties in de omgeving van specifieke industriële complexen.

Lichte stijging concentraties 2024 ten opzichte van 2023

Ten opzichte van 2023 zijn alle gemeten zware metalen in 2024 licht gestegen. Deze stijging is mogelijk het gevolg van weersinvloeden. Weersomstandigheden die effect hebben op de concentraties zijn wind, mist, temperatuur en de hoeveelheid neerslag in een jaar. De afgelopen 5 á 10 jaren lijken de gemeten waarden echter enigszins constant te blijven.

Trend lange termijn: daling concentraties zware metalen sinds 1994 

De jaargemiddelde luchtconcentraties van de zware metalen arseen, cadmium en lood zijn sinds 1994 fors afgenomen: met -70% voor arseen, -87% voor cadmium en -90% voor lood. Sinds 2004 zijn de concentraties van nikkel met 67% afgenomen. De neerwaartse trend vlakt de laatste jaren af en  de gemeten waarden zijn nu redelijk constant. De volgende ontwikkelingen zijn mede verantwoordelijk voor de afname sinds de jaren ’90:

  • de reductie van de emissie van arseen door rookgasreiniging in de energiesector;
  • de afname van de cadmiumemissies door de industrie, de energie- en warmtesector, de afvalverwerking en de bijdragen uit het buitenland;
  • de afname van de emissie van lood door vooral het wegverkeer door de invoering van loodvrije benzine en de afname van loodemissies door de metaalindustrie; 
  • de afname van de emissies van nikkelverbindingen door met name omvangrijke emissiereducties bij raffinaderijen in Nederland en zeescheepvaart.

Daling loodemissie door verandering wagenpark en loodvrije benzine 

De concentraties van lood in lucht liggen tegenwoordig meer dan een factor honderd lager dan in het begin van de jaren zeventig. Vroeger werd lood in de vorm tetraethyllood [Pb(C2H5)4] als antiklopmiddel aan de benzine toegevoegd. Later is dit vervangen door methyl-tertiair-butylether. Dit gebeurde mede onder invloed van regelgeving om het loodgehalte in benzine te verlagen. De introductie van de katalysator aan het eind van de jaren tachtig vereiste loodvrije benzine en dit zorgde ervoor dat het lood geheel uit de benzine verdween. Vanaf 1996 is in Nederland en veel Europese landen alleen nog loodvrije benzine verkrijgbaar. 

De geleidelijke vervanging van het wagenpark door auto's met katalysatoren betekende uiteindelijk dat de loodemissie door wegverkeer op benzine van 1300 ton in 1980, naar 245,9 ton in 1990 tot vrijwel nul in 2000 daalde. De uitlaatgassen van het wegverkeer waren in 2024 nog slechts verantwoordelijk voor een loodemissie van 0,6 ton op een totaal van 4,6 ton voor alle bronnen in Nederland (Emissieregistratie).

Huidige bronnen van zware metalen

De belangrijkste huidige bronnen van zware metalen in de lucht zijn industrie, energie- en warmteproductie, verkeer en consumentenactiviteiten zoals energie- en productverbruik. Daarnaast komen zware metalen vrij bij verbrandingsprocessen in raffinaderijen en bij afvalverwijdering. Zware metalen zijn in de lucht voornamelijk aanwezig in de vorm van aerosolen en worden geregistreerd tijdens fijnstofmetingen. In Nederland bevinden de belangrijkste bronnen zich vooral in de regio’s Rijnmond en IJmond.

Geen overschrijdingen omgevingswaarden sinds begin van de metingen

In Nederland zijn sinds het begin van de metingen van zware metalen de omgevingswaarden voor arseen, cadmium, lood en nikkel niet overschreden.

Voor lood geldt een Europees vastgestelde grenswaarde van gemiddeld 500 ng/m3 per kalenderjaar. Voor arseen, cadmium en nikkel gelden Europees vastgestelde streefwaarden van respectievelijk 6, 5 en 20 ng/m3. In de Nederlandse wetgeving zijn deze waarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) als omgevingswaarden in artikel 2.8. Streefwaarden zijn omgevingswaarden met een inspanningsverplichting. Grenswaarden zijn omgevingswaarden met een resultaatverplichting. 

Europese grenswaarden in plaats van streefwaarden vanaf 2030 

In de herziene Europese luchtkwaliteitsrichtlijn zijn de streefwaarden gewijzigd in grenswaarden. Dat betekent dat vanaf 2030 voor alle zware metalen een resultaatverplichting geldt in plaats van een inspanningsverplichting. De waarden waaraan voldoen moet worden blijven hetzelfde (tabel 1).

Tabel 1: Huidige en vanaf 2030 geldende omgevingswaarden voor lood, arseen, cadmium en nikkel

MetaalMiddelingsperiodeType omgevingswaarde(1*)Waarde
Lood (Pb)   
HuidigKalenderjaarResultaatverplichting500 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting500 ng/m3 (2*)
Arseen (As)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting6 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting6 ng/m3
Cadmium (Cd)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting5 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting5 ng/m3
Nikkel (Ni)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting20 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting20 ng/m3

(1*) Omgevingswaarde met resultaatverplichting is vergelijkbaar met een EU-grenswaarde en een omgevingswaarde met inspanningsverplichting is vergelijkbaar met een EU-streefwaarde.

(2*) De waarde 500 ng/m3 staat gelijk aan 0,5 µg/m³


Protocol en EU-richtlijn voor verdere beperking emissies zware metalen 

Om de emissies van cadmium en lood verder te beperken heeft Nederland in 1998 een protocol ondertekend dat is opgesteld onder de Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution (UNECE, 2003). Het doel van het protocol is om door  internationale samenwerking industriële emissies terug te dringen met emissie-eisen en voorstellen voor de inzet van best beschikbare technieken. Het gaat om het terugdringen van emissies van onder andere van ijzer- en staalindustrie, non-ferro metallurgische bedrijven, verbrandingsprocessen en vuilverbranding.

Ook de EU-richtlijn Industriële Emissies (IED) bevat emissiebeperkende maatregelen en doelstellingen voor zware metalen. Deze richtlijn is recent herzien en wordt vanaf 2026 omgezet in de nationale wetgeving van de lidstaten (EU, 2024b). 

Voor meer informatie over de normstelling zie Normen luchtkwaliteit | Luchtkwaliteit | Rijksoverheid.nl

Effecten op gezondheid

Zware metalen kunnen zowel door inademing als via het voedsel en drinkwater het lichaam binnenkomen. Zware metalen verlaten slechts langzaam het lichaam en kunnen zich daardoor in het lichaam kunnen ophopen. Langdurige blootstelling van mensen aan zware metalen kan uiteindelijk leiden tot stoornissen van lichaamsfuncties (De Vries et al., 2007a). Langdurige blootstelling aan arseen kan leiden tot huid- en longkanker. Cadmium is een kankerverwekkende stof. Lood leidt bij de mens tot een achteruitgang in coördinatie en mentale capaciteiten en schade aan nieren, zenuwstelsel en rode bloedcellen.

Effecten op ecosystemen

Naast bovengenoemde effecten hebben zware metalen invloed op de kwaliteit van ecosystemen (De Vries et al., 2007b; Slootweg et al., 2007a). Zware metalen komen hierin terecht door depositie. Voor verschillende zware metalen zijn kritische depositiewaarden vastgesteld om de kwaliteit van ecosystemen en drinkwater vast te stellen. Zelfs bij de huidige concentratieniveaus in de lucht leidt depositie nog steeds tot een geleidelijke ophoping in de bodem die op den duur problemen kan opleveren voor drinkwater, voeding en fauna. 

Bronnen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentraties van arseen, cadmium, lood en nikkel in lucht

Omschrijving

Concentraties van arseen (As), cadmium (Cd), lood (Pb) en nikkel (Ni) op een beperkt aantal meetpunten in lucht

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

1] Het jaargemiddelde wordt berekend op basis van dagwaarden. In het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit wordt per meetpunt één monsterneming per twee dagen uitgevoerd en op één locatie eens per vier dagen. Het jaargemiddelde is dan gebaseerd op maximaal 182 of 183, respectievelijk 91 of 92 waarnemingen. Het beschikbaarheidspercentage van de meetresultaten ligt gewoonlijk boven de 90%. 


2] De hier gepresenteerde trendlijn wijkt af van die van voorgaande versies van deze indicator. Er zijn over de periode 1994-2006 (en 2004-2006 voor nikkel) slechts drie regionale meetpunten die gedurende nagenoeg de gehele periode in bedrijf zijn geweest. Het gaat om de meetpunten Biest-Houtakker NL10230), Bilthoven (NL10627) en Kollumerwaard (NL10934). De trendlijn geeft het gemiddelde van deze drie stations weer, voor 1994-2006 is geen correctie voor de nieuwe methode toegepast. Vanaf 2007 betreft het twee resterende meetpunten, namelijk NL10627 en NL10644 (Cabauw), waarop voor een langdurige periode (minstens 13 jaar) wordt gemeten. (Tijdelijke additionele regionale meetpunten, afgezien van nikkel, in andere regio’s van Nederland gaven in de periode 2009 – 2013 meetwaarden van gelijke orde grootte als deze twee meetpunten.)   

Basistabel

Gegevens Luchtkwaliteit (GELUK) van het Centrum Milieukwaliteit (MIL) van het RIVM. Met daarin ook gegevens van de GGD Amsterdam en de DCMR.

Geografische verdeling

Enkele meetpunten

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

1] Het RIVM voert sinds 1987 metingen van zware metalen in lucht uit. In 2008 is een andere monsternemingsmethode in gebruik genomen. Sindsdien wordt het stof dat op zware metalen wordt geanalyseerd, bemonsterd met een PM10-aanzuigconfiguratie. De nieuwe monsternemingsmethode vereiste ook een andere analytisch-chemische aanpak. De resultaten die met de nieuwe methode zijn verkregen, zijn een factor 1,2 tot 1,7 (gemiddeld 1,36) hoger dan de resultaten van de oude methode. 

2] De metingen wordt slechts op enkele meetpunten in Nederland uitgevoerd. Daarom wordt geen landelijk dekkend beeld in de vorm van een kaart gepresenteerd. Zware metalen in lucht kennen echter een grootschalig verspreidingspatroon; algemene uitspraken over concentraties buiten steden zijn daarom wel mogelijk.

Betrouwbaarheidscodering

D (Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake)

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
15
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Zware metalen in lucht, 1994-2024 (indicator 0486, versie 15, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.