Zware metalen in lucht, 1994-2023

De afgelopen vijfentwintig jaar zijn de jaargemiddelde concentraties van arseen, cadmium, lood en nikkel in de lucht in Nederland gedaald en blijven ze ruim onder de Europese streefwaarden voor arseen, cadmium en nikkel, en onder de grenswaarde voor lood. Vanaf 2030 geldt nieuwe regelgeving: de huidige streefwaarden worden dan ook grenswaarden. De nieuwe grenswaarden worden niet aangescherpt, maar blijven gelijk.

Concentraties 2023

In 2023 bedroegen de gemeten regionale jaargemiddelde concentraties van de metalen arseen, cadmium, lood en nikkel respectievelijk 0,35, 0,06, 2,64 en 0,55 ng/m³. Deze waarden zijn gebaseerd op metingen van enkele regionale meetstations. Doordat al jarenlang wordt voldaan aan de streef- en grenswaarden voor zware metalen, geldt een minder intensieve meetverplichting met minder meetlocaties. Deze indicator geeft daardoor geen inzicht in de concentraties in de omgeving van specifieke industriële complexen.

Trend

De jaargemiddelde luchtconcentraties van de zware metalen arseen, cadmium en lood zijn sinds 1994 fors afgenomen: met 70% voor arseen, 89% voor cadmium en met 91% voor lood. Sinds 2004 zijn de concentraties van nikkel met 68% afgenomen. De volgende ontwikkelingen zijn mede verantwoordelijk voor de afname sinds de jaren ‘90.

  • reductie van de emissie van arseen door rookgasreiniging in de energiesector;
  • afname van de cadmiumemissie door de industrie, de energie- en warmtesector, de afvalverwerking en bijdragen uit het buitenland;
  • afname van de emissie van lood door vooral het wegverkeer door de invoering van loodvrije benzine en de afname van loodemissies door de metaalindustrie;
  • afname van de emissies in Nederland van nikkelverbindingen door met name omvangrijke emissiereducties bij raffinaderijen en zeescheepvaart. 

De concentraties van lood in lucht liggen tegenwoordig meer dan een factor honderd lager dan in het begin van de jaren zeventig. Vroeger werd lood in de vorm tetraethyllood [Pb(C2H5)4] als antiklopmiddel aan de benzine toegevoegd; later is dit vervangen door methyl-tertiair-butylether. Dit gebeurde mede onder invloed van regelgeving om het loodgehalte in benzine te verlagen. De introductie van de katalysator aan het eind van de jaren tachtig vereiste loodvrije benzine en dit zorgde ervoor dat het lood geheel uit de benzine verdween. Vanaf 1996 is in Nederland en veel Europese landen alleen nog loodvrije benzine verkrijgbaar. De geleidelijke vervanging van het wagenpark door auto's met katalysatoren betekende uiteindelijk dat de loodemissie door wegverkeer op benzine van 1300 ton in 1980, naar 245,9 ton in 1990 tot vrijwel nul in 2000 daalde. Het wegverkeer was in 2023 nog slechts verantwoordelijk voor een loodemissie van 0,9 ton op een totaal van 4 ton voor alle bronnen in Nederland.

Bronnen

De belangrijkste bronnen van zware metalen in de lucht zijn industrie, energie- en warmteproductie, verkeer en consumentenactiviteiten. Daarnaast komen zware metalen vrij bij verbrandingsprocessen in raffinaderijen en bij afvalverwijdering. Zware metalen zijn voornamelijk aanwezig in aerosolvorm en worden geregistreerd tijdens fijnstofmetingen. In Nederland bevinden de belangrijkste bronnen zich vooral in de regio’s Rijnmond en IJmond.

Normstelling en beleid

Er geldt een Europees vastgestelde grenswaarde voor lood van gemiddeld 500 ng/m3 per kalenderjaar. Voor arseen, cadmium en nikkel gelden Europees vastgestelde streefwaarden van respectievelijk 6, 5 en 20 ng/m3. In de Nederlandse wetgeving zijn deze waarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) als omgevingswaarden in artikel 2.8. Streefwaarden zijn omgevingswaarden met een inspanningsverplichting en grenswaarden zijn omgevingswaarden met een resultaatverplichting. 

In Nederland zijn sinds het begin van de metingen van zware metalen de omgevingswaarden voor arseen, cadmium, lood en nikkel niet overschreden.

In de herziene Europese luchtkwaliteitsrichtlijn zijn de streefwaarden gewijzigd in grenswaarden. Dat betekent dat vanaf 2030 voor alle zware metalen een resultaatverplichting geldt, in plaats van een inspanningsverplichting. De waarden waaraan voldaan moet worden blijven hetzelfde (tabel 1).

Tabel 1: Huidige en vanaf 2030 geldende omgevingswaarden voor lood, arseen, cadmium en nikkel

MetaalMiddelingsperiodeType omgevingswaarde(1*)Waarde
Lood (Pb)   
HuidigKalenderjaarResultaatverplichting500 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting0,5 µg/m³ (2*)
Arseen (As)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting6 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting6 ng/m3
Cadmium (Cd)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting5 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting5 ng/m3
Nikkel (Ni)   
HuidigKalenderjaarInspanningsverplichting20 ng/m3
Vanaf 2030KalenderjaarResultaatverplichting20 ng/m3

(1*) Omgevingswaarde met resultaatverplichting is vergelijkbaar met een EU-grenswaarde en een omgevingswaarde met inspanningsverplichting is vergelijkbaar met een EU-streefwaarde.

(2*) De waarde 500 ng/m3 staat gelijk aan 0,5 µg/m³

Om de emissies van cadmium en lood te beperken, heeft Nederland in 1998 een protocol ondertekend dat is opgesteld onder de Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution (CLRTAP) (UNECE, 2003). Het protocol beoogt industriële emissies, onder andere van ijzer- en staalindustrie, non-ferro metallurgische bedrijven, verbrandingsprocessen en vuilverbranding, terug te dringen aan de hand van emissieeisen en doet voorstellen voor de inzet van best beschikbare technieken.

Ook de EU-richtlijn Industriële Emissies (IED) bevat emissiebeperkende maatregelen en doelstellingen voor zware metalen. Deze richtlijn is reeds herzien en moet vanaf 2026 worden omgezet in de nationale wetgeving van de lidstaten (EU, 2024b). 

Voor meer informatie over de normstelling zie Normen luchtkwaliteit | Luchtkwaliteit | Rijksoverheid.nl

Effecten op gezondheid

Zware metalen kunnen zowel door inademing, als via het voedsel en drinkwater het lichaam binnenkomen. Zware metalen verlaten slechts langzaam het lichaam waardoor deze zich in het lichaam kunnen ophopen. Langdurige blootstelling van mensen aan zware metalen kan uiteindelijk leiden tot stoornissen van lichaamsfuncties (de Vries et al., 2007a). Langdurige blootstelling aan arseen kan leiden tot huid- en longkanker. Cadmium is een kankerverwekkende stof. Lood leidt bij de mens tot een achteruitgang in coördinatie en mentale capaciteiten en schade aan nieren, zenuwstelsel en rode bloedcellen.

Effecten op ecosystemen

Naast bovengenoemde effecten zijn zware metalen van invloed op de kwaliteit van ecosystemen (de Vries et al., 2007b; Slootweg et al., 2007a). Zware metalen komen hierin terecht door depositie. Kritische depositiewaarden (critical loads) zijn vastgesteld voor verschillende zware metalen om de kwaliteit van ecosystemen en drinkwater vast te stellen. Het eerder genoemde UNECE-protocol om emissies van zware metalen te reduceren draagt bij aan het verminderen van het aantal overschrijdingen van critical loads. Zelfs bij de huidige concentratieniveaus leidt depositie nog steeds tot een geleidelijke ophoping in de bodem die op den duur problemen kan opleveren voor drinkwater, voeding en fauna. 

Bronnen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentraties van arseen, cadmium, lood en nikkel in lucht

Omschrijving

Concentraties van arseen (As), cadmium (Cd), lood (Pb) en nikkel (Ni) op een beperkt aantal meetpunten in lucht

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

1] Het jaargemiddelde wordt berekend op basis van dagwaarden. In het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit wordt per meetpunt één monsterneming per twee dagen uitgevoerd. Het jaargemiddelde is dan gebaseerd op maximaal 182 of 183 waarnemingen. Het beschikbaarheidspercentage van de meetresultaten ligt gewoonlijk boven de 90%. 

2] De hier gepresenteerde trendlijn wijkt af van die van voorgaande versies van deze indicator. Er zijn over de periode 1994-2006 (en 2004-2006 voor nikkel) slechts drie regionale meetpunten die gedurende nagenoeg de gehele periode in bedrijf zijn geweest. Het gaat om de meetpunten Biest-Houtakker NL10230), Bilthoven (NL10627) en Kollumerwaard (NL10934). De trendlijn geeft het gemiddelde van deze drie stations weer, voor 1994-2006 is geen correctie voor de nieuwe methode toegepast. In de periode na 2007 tot 2019 betreft het één resterend meetpunt Bilthoven. (Tijdelijke additionele regionale meetpunten, afgezien van nikkel, in andere regio’s van Nederland gaven in de periode 2009 – 2013 meetwaarden van gelijke orde grootte als het meetpunt in Bilthoven.)   

3] In 2008 is vastgesteld dat er een iets andere trendlijn ontstaat, als het gemiddelde van alle meetpunten die in een bepaald jaar in bedrijf waren was gebruikt. De verschillen zijn echter gering: gemiddeld 0,1 (arseen), 0,03 (cadmium), 0,6 (lood) respectievelijk 0,3 µg/m³ (nikkel).

Basistabel

Reken- en Informatiesysteem Lucht van het RIVM.

Geografische verdeling

Enkele meetpunten

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

1] Het RIVM voert sinds 1987 metingen van zware metalen in lucht uit. In 2008 is een andere monsternemingsmethode in gebruik genomen. Sindsdien wordt het stof dat op zware metalen wordt geanalyseerd, bemonsterd met een PM10-aanzuigconfiguratie. De nieuwe monsternemingsmethode vereiste ook een andere analytisch-chemische aanpak. De resultaten die met de nieuwe methode zijn verkregen, zijn een factor 1,2 tot 1,7 (gemiddeld 1,36) hoger dan de resultaten van de oude methode. De verschillen blijken locatie-afhankelijk (Hafkenscheid et al., 2010). 

2] De toetsingsgrootheid is een zogeheten streefwaarde. In de Nederlandse Wet milieubeheer de ‘richtwaarde’ genoemd. Dit is in de definitie van de Europese Unie 'een niveau dat is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en/of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt' (EU, 2005, 2008). 

3] De metingen wordt slechts op enkele meetpunten in Nederland uitgevoerd. Daarom wordt geen landelijk dekkend beeld in de vorm van een kaart gepresenteerd. Zware metalen in lucht kennen echter een grootschalig verspreidingspatroon; algemene uitspraken over concentraties buiten steden zijn daarom wel mogelijk.

Betrouwbaarheidscodering

D - Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
14
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Zware metalen in lucht, 1994-2023 (indicator 0486, versie 14, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.