Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Aantalsontwikkeling van libellen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Libellen blijven de laatste jaren min of meer stabiel.

Ontwikkeling

Sinds 1999 is de libellenfauna in Nederland gemiddeld genomen min of meer stabiel gebleven. Dat geldt zowel voor alle libellensoorten samen als voor de doelsoorten. Er zijn echter iets meer afnemende dan toenemende soorten (14 tegen 10 soorten).
Een aantal soorten profiteerde van verbeteringen van de waterkwaliteit en de natuurvriendelijker inrichting en beheer van wateren, zoals de beekjuffers. Ook zijn er soorten in opkomst door de klimaatverandering, bijvoorbeeld de vuurjuffer. Anderzijds gaan soorten achteruit, waaronder de groene glazenmaker, een laagveensoort van de Habitatrichtlijn. Oorzaken van achteruitgang zijn verzuring en vermesting van oppervlaktewater.

Referenties

  • Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, A.J.F.M. van Opstal & F.J. van Zadelhoff (2001). Handboek Natuurdoeltypen. Tweede, geheel herziene editie. Expertisecentrum LNV. Wageningen.
  • Swaay, C.A.M. van, D. Groenendijk & C. Plate (2006). Vlinders en libellen geteld: jaarverslag 2005. Rapport VS2006.020. De Vlinderstichting. Wageningen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De Soortgroep Trend Index (STI) betreft de gemiddelde landelijke index van de volgende 38 libellensoorten (indexwaarde 1999 = 100 voor elke soort). Tussen haakjes is per soort de trend weergegeven. Het gaat om azuurwaterjuffer (stabiel), blauwe glazenmaker (matige afname), bloedrode heidelibel (onzeker), bosbeekjuffer (matige toename), bruine glazenmaker (onzeker), bruine korenbout (sterke toename), bruinrode heidelibel (onzeker), geelvlekheidelibel (matige afname), gevlekte witsnuitlibel (stabiel), gewone oeverlibel (sterke toename), gewone pantserjuffer (matige afname), glassnijder (onzeker), groene glazenmaker (sterke afname), grote keizerlibel (matige toename), grote roodoogjuffer (stabiel), houtpantserjuffer (matige afname), kleine roodoogjuffer (matige toename), koraaljuffer (sterke toename), lantaarntje (stabiel), maanwaterjuffer (matige afname), noordse witsnuitlibel (sterke afname), paardenbijter (matige afname), platbuik (sterke afname), smaragdlibel (matige toename), speerwaterjuffer (sterke afname), steenrode heidelibel (stabiel), tangpantserjuffer (onzeker), tengere pantserjuffer (sterke toename), variabele waterjuffer (matige afname), venglazenmaker (sterke afname), venwitsnuitlibel (onzeker), viervlek (stabiel), vroege glazenmaker (sterke toename), vuurjuffer (matige afname), watersnuffel (stabiel), weidebeekjuffer (matige toename), zwarte heidelibel (matige afname) en zwervende pantserjuffer (onzeker).De gegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet libellen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Van de niet genoemde libellensoorten zijn nog geen indexcijfers te bepalen. Het libellenmeetnet is nog in ontwikkeling. Dat betekent dat aanpassingen in methode en een ander keuze van het beginjaar kunnen resulteren in kleine verschillen met vorige versies van deze indicator.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Aantalsontwikkeling van libellen (indicator 1387, versie 02 , 18 september 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.