Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Vogels van het boerenland, 1990-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door veranderingen in de landbouw zijn veel broedvogels van het agrarische gebied in Nederland achteruitgegaan. Deze ontwikkeling doet zich in de hele EU voor.

Ontwikkeling in Nederland

De broedvogels die kenmerkend zijn voor het agrarische gebied gaan in Nederland achteruit. Sinds 2000 is de "boerenlandvogel indicator" met 15% gedaald (eerste tabblad). Deze indicator is de nationale variant van de "Farmland Bird Indicator" (FBI) van de Europese Unie. Van alle soorten van deze EU FBI zijn er 13 gekozen die in Nederland voorkomen. Het merendeel daarvan laat een achteruitgang zien (zie 'Download figuurdata' bij het eerste tabblad).

Ontwikkeling in de Europese Unie

De ontwikkeling van boerenlandvogels in de Europese Unie is niet of nauwelijks anders dan die in Nederland (eerste tabblad). De FBI van de EU bestaat uit 39 soorten broedvogels. De EU gebruikt deze FBI als biodiversiteitsgraadmeter voor het agrarisch gebied. De veranderingen in de stand van de boerenlandvogels gelden namelijk ook voor veel andere soortgroepen van het agrarische gebied.

Uitgebreide selectie van soorten

De geselecteerde 13 soorten in de boerenlandvogel indicator voor Nederland omvatten niet alle typische boerenlandvogels in Nederland. Als check op de trend van de Nederlandse FBI is een uitgebreidere set soorten gebruikt, bestaande uit 27 soorten van het agrarische gebied. De trend van deze uitgebreide indicator vertoont vrij weinig verschil met die op basis van 13 soorten (tweede tabblad).

Oorzaken achteruitgang Nederland

De achteruitgang van de boerenlandvogels komt vooral door het intensieve gebruik van bouw- en grasland, de veranderingen in gewaskeuze en de schaalvergroting van de landbouw, waardoor veel kleine landschapselementen als houtwallen en overhoekjes zijn verdwenen. Ook is broedgebied verloren gegaan door uitbreiding van steden en infrastructuur en door toename van wegverkeer. De maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen, zoals akkerrandenbeheer en agrarisch natuurbeheer, hebben de achteruitgang niet kunnen stoppen.

Oorzaken achteruitgang Europa

In Noordwest Europa spelen ongeveer dezelfde factoren een rol als in Nederland. In Oost- en Zuid-Europa gaat leefgebied verloren doordat de agrarische bedrijfsvoering op onrendabele landbouwgronden steeds vaker stopt, waarna verruiging en uiteindelijk verbossing plaatsvindt.

Referenties

  • Beintema, A., O. Moedt en D. Ellinger (1995). Ecologische atlas van de Nederlandse weidevogels. Schuyt & Co., Haarlem.
  • Boele, A., J. van Bruggen, A.J. van Dijk, F. Hustings, J.W. Vergeer en C.L. Plate (2013). Broedvogels in Nederland in 2011. SOVON-rapport 2013/01. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Butler, S.J., J.A.Vickery en K. Norris (2007). Farmland biodiversity and the footprint of agriculture. Science Vol. 315 no. 5810: 381-384.
  • Gregory, R.D., A. van Strien, P. Vorisek, A.W. Gmelig Meyling, D.G. Noble, R.P.B. Foppen en D.W. Gibbons (2005). Developing indicators for European birds. Phil. Trans. R. Soc. 360: 269-288.
  • Koffijberg, K., R. Foppen en C. van Turnhout (2012). Vogelbalans 2012. Thema boerenland. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Pan-European Common Bird Monitoring Scheme. (www.ebcc.info).
  • Regiebureau POP (2008): website regiebureau POP.
  • Teunissen, W. en A. van Paassen (2013). Weidevogelbalans 2013. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen, Landschapsbeheer Nederland, De Bilt.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vogels van het boerenland

Omschrijving

Farmland Bird Index van Nederland en Europa

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Aantalsgegevens in Nederland zijn ontleend aan het landelijke meetnet broedvogels van het Netwerk Ecologische Monitoring (van Dijk & Boele, 2011). Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).

Om de indicatoren te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen meetkundig gemiddeld over alle betrokken soorten (met indexwaarde 2000 = 100 voor elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index (WWF, 2012). De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. in voorb.).
De grafiek van het tabblad "13 soorten" toont de Nederlandse soorten gebaseerd op de selectie voor de EU (Regiebureau POP) en betreft geelgors, gele kwikstaart, grasmus, grutto, houtduif, huiszwaluw, kievit, putter, ringmus, spreeuw, torenvalk, veldleeuwerik en zomertortel.
De Europese set omvat de volgende 39 soorten: boerenzwaluw, cirlgors, duinpieper, Europese kanarie, geelgors, gele kwikstaart, grasmus, graspieper, grauwe gors, grauwe klauwier, griel, grutto, hop, kalanderleeuwerik, kievit, kleine klapekster, kleine trap, kneu, koereiger, kortteenleeuwerik, kuifleeuwerik, ooievaar, ortolaan, paapje, patrijs, ringmus, rode patrijs, roek, roodborsttapuit, roodkopklauwier, rotsmus, spreeuw, theklaleeuwerik, torenvalk, veldleeuwerik, westelijke blonde tapuit, zomertortel, zwarte spreeuw en zwartkopgors. De Europese trend is gebaseerd op het Pan-European Common Bird Monitoring Scheme (PECBMS, www.ebcc.info).
De soorten achter de grafiek van het tabblad "27 soorten" staan onder Download figuurdata.

Basistabel

Zie Download figuurdata, tabblad afzonderlijke soorten

Geografisch verdeling

Nederland en Europese Unie

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Dijk A.J. van en A. Boele (2011). Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.Gregory, R.D., A. van Strien, P. Vorisek, A.W. Gmelig Meyling, D.G. Noble, R.P.B. Foppen en D.W. Gibbons (2005). Developing indicators for European birds. Phil. Trans. R. Soc. 360: 269-288.Regiebureau POP (2008): website regiebureau POP.WWF, 2012. Living Planet Report 2012, Biodiversity, biocapacity and better choices; WWF International, Gland, Zwitserland.

Opmerking

De trends van boerenlandvogels zijn nationale trends, dat wil zeggen dat daarin ook meetplots meedoen die niet in het agrarisch gebied liggen. De resultaten voor Nederland zijn echter hetzelfde als alleen meetplots in het agrarisch gebied meedoen in de berekeningen.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Vogels van het boerenland, 1990-2013 (indicator 1479, versie 06 , 14 september 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.