Compendium voor de Leefomgeving
460 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landschap

Vegetatie van de heide, 1999-2018

Bomen en struiken nemen toe op de heide. De vergrassing van de heide is de laatste 20 jaar niet verder toegenomen.

Bomen, struiken en grassen

De bedekking van bomen en struiken in de heide is toegenomen in de laatste twintig jaar (tabblad Bomen en struiken). Voorbeelden van toenemende boomsoorten zijn ruwe berk, zachte berk en grove den (tabblad Soorten). In de jaren '80 en '90 was
sprake van toenemende vergrassing van de heide, maar van verdere vergrassing lijkt geen sprake in de laatste twintig jaar (tabblad Grassen). Wel is de bedekking met grassen onverminderd hoog (ca. 35%) en neemt het aandeel van één van de meest voorkomende grassoorten (pijpenstrootje) nog wel toe en van struikheide juist af (tabblad Soorten).

Kenmerkenheid

De verschuivingen in de soortensamenstelling gaan gepaard met een afname in de kenmerkendheid van zowel droge als vochtige heide. Dat wil zeggen dat kenmerkende heidesoorten zijn afgenomen en niet-kenmerkende heidesoorten juist zijn toegenomen (tabblad Kenmerkendheid).

Oorzaken

De heide is onder invloed van de hoge stikstofdepositie op veel plaatsen vergrast. Om de vergrassing en het dichtgroeien met bomen en struiken tegen te gaan is intensief terreinbeheer noodzakelijk. Het inzetten van schaapskudden sluit het meest aan bij het vroegere gebruik van de heide, maar ook paarden en runderen worden ingezet. Behalve begraasd worden heideterreinen gechopperd, geplagd en bekalkt om vergrassing en dichtgroeien met bomen en struiken tegen te gaan. Verder wordt er bos gekapt om weer heide terug te krijgen.
Het huidige beheer is echter onvoldoende om de verbossing en vergrassing terug te dringen en kenmerkende heidesoorten te behouden. Dat komt doordat de huidige milieuomstandigheden voor heidesoorten ongeschikt zijn. Ook de fauna gaat achteruit in de heide.

Heide

Heide is ontstaan door agrarische activiteiten uit de tijd van vóór de introductie van kunstmest aan het eind van de 19e eeuw. Heide was indertijd een belangrijk onderdeel van het landbouwsysteem, waarbij de heide werd beweid met schapen en de schapenmest op de akkers werd gebruikt. Het oppervlak aan heide bedroeg in 1833 ongeveer 600.000 ha. Door ontginning en bebossing is daarvan in anderhalve eeuw zeer veel verdwenen. Tegenwoordig is er nog circa 50.000 ha heide over.

Referenties

  • Duuren., L. van, T. van der Meij, M. Rijken, M. van Veen & A. van Strien (2008). Botanische veranderingen in Nederlandse natuurgebieden. De Levende Natuur 109:9-12.
  • Wallis de Vries, M., K. Huskens, J. J. Vogels, R. Versluijs, R. Loeb, E. Brouwer & R. Bobbink (2018). Alternatieven voor plaggen van natte heide - Effecten op middellange termijn. Rapport nr. 2018/OBN221-NZ, VBNE, Driebergen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vegetatie heide

Omschrijving

Veranderingen in de vegetatie van heide

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Vanaf 1999 worden de ontwikkelingen in de vegetatie van een aantal begroeiingstypen onderzocht met behulp van het Landelijk Meetnet Flora. Daarin worden op circa tienduizend vaste meetlocaties om de vier jaar vegetatie-opnamen gemaakt door professionele veldmedewerkers. Door de opnamen in de tijd te vergelijken kunnen trends worden bepaald in de bedekking van soortgroepen en van afzonderlijke soorten.
Soorten die vaker worden aangetroffen in een bepaald begroeiingstype dan in andere typen zijn kenmerkende soorten voor dat begroeiingstype. Er zijn verschillende methoden om de kenmerkendheid te bepalen; hier is gewerkt met de zogenaamde Indval-methode (Cáceres & Legendre, 2009).
Trends in bedekking zijn berekend met een statistisch model met meetronde en meetlocatie-effecten. De berekening is uitgevoerd met een Bayesiaanse methode in R.

Basistabel

Zie Download data

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Cáceres, M. de en P. Legendre (2009). Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90 (12): 3566-3574.
CBS (2019). Meetprogramma's voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2018. CBS, Den Haag.

Opmerking

De vorige versies van deze indicator gaven een schatting per jaar weer waarbij de waarde in tussenliggende jaren per opname statistisch werd bijgeschat. Nu er inmiddels vijf meetronden van vier jaar zijn, wordt de toestand per meetronde berekend in plaats van per jaar, waardoor nauwelijks meer hoeft te worden bijgeschat.
Doordat weer tot heide omgevormd bos in de berekeningen niet is meegenomen, kan de mate van verstruiking en verbossing in heide te hoog zijn ingeschat. Het omgevormde areaal is echter relatief klein, en de invloed daarvan op de schatting van de mate van verstruiking en verbossing is daardoor vermoedelijk gering.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Vegetatie van de heide, 1999-2018 (indicator 1547, versie 06 , 29 november 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.